Knikkerpoort

Papa's en mama's gaan in de lente vaak klussen. Ze gaan de zolder verbouwen of een plafond schilderen. Net als met koken in de keuken, kan je best meedoen.

Als je zeven of acht jaar bent – en geen twee linkerhanden hebt – kan je zagen zonder dat je je vinger er af zaagt. Probeer deze knikkerpoort maar.

Wat heb je nodig? Het meeste ligt wel ergens in huis: een hamer, zaag, duimstok, potlood, schuurpapier en een schaar. Handig zijn twee lijmklemmen.

Wat heb je nodig voor de poort? Een houten lat van ongeveer 2 bij 3 centimeter dik en 2.30 meter lang. Spijkers van 35 millimeter. En een stuk karton van 50 bij 25 centimeter.

Eerst ga je het kasteel maken. Teken de twee torens en de poort op het karton (1) en knip ze uit. Dan de knikkervakjes. Zet de lange lat stevig vast met twee lijmklemmen. Zaag van de lange lat zes stukken af van precies 20 centimeter (2). En zaag twee stukken af van 45 centimeter. Schuur de splinters van de randen weg. Timmer een lange lat op de zes korte latten (3). Timmer dan de andere lange lat achterop (4). Spijker of plak de torens en de poort op de houten latten (5). Voor de puntentelling kan je kopspijkers met een dikke kop of punaises gebruiken.

Kan je al heel goed timmeren? Teken de torens en de poort dan op een houten plaat van multiplex of MDF van 3 millimeter dik. En zaag ze uit met een figuurzaag.

    • Kees van Uuden
    • Remmelt Otten