Ik heb gelukscijfers

De Vlaamse schrijfster Annelies Verbeke schreef een succesvolle roman over slapeloosheid. ,,Ik was vooral bang dat mensen het niet zouden snappen.''

Tegenwoordig spreken de slapelozen van deze wereld Annelies Verbeke (1976) aan over hun problemen. In haar, schrijfster van het debuut Slaap!, denken ze een geestverwant te vinden. ,,Slapeloosheid is kennelijk een onderschat maatschappelijk probleem'', zegt de schrijfster met een ironische trek om haar mond. ,,Het is vreemd dat ik nu opeens als deskundige fungeer.''

Haar eigen record is de periode van twee weken dat ze, ,,in hele prettige omstandigheden'', niet meer dan drie à vier uur per nacht sliep. ,,Eerst krijg je de fase van irritatie en prikkelbaarheid. Maar daarna kom je in een andere dimensie. Je verliest je remmingen, je laat je maar gaan; je wordt bijna iemand anders. Gelukkig ben ik niet zover gekomen als de slapelozen over wie ik las toen ik mijn boek schreef. Insomnie schijnt op den duur even kwellend als hallucinerend te zijn. Licht en donker vallen samen, dag en nacht versmelten. Uiteindelijk is het dodelijk.''

Meer dan een roman over slapeloosheid is Slaap!, dat enige maanden geleden verscheen en lovend werd ontvangen, een roman over dolenden. De slapeloze jonge vrouw Maya en de al even slapeloze oudere man Benoit vinden geen rust. Af en toe dommelt Maya wel eens even, soms zijgt ze ergens neer om op nieuwe plannen te zinnen, zelfs houdt ze gedwongen rust in een ziekenhuisbed. Maar haar zoeken houdt niet op – naar geborgenheid, een plek om te blijven. Benoit zoekt naar het paradijs van zijn jeugd, en vindt dat niet bij een sprekende potvis, noch in zijn liefde voor een mot. Aan het slot lijkt het alsof deze twee ontheemde zielen in elk geval elkaar hebben gevonden. Of dat zo is, en zo ja, voor hoe lang, laat Annelies Verbeke in het midden. Het laatste woord van haar boek luidt: Misschien.

In Gent bewoont de schrijfster een smal huis met hoge plafonds, dat ze deelt met een aantal andere bewoners en een stel aanhalige katten. Ze is tenger, reddert met thee. Als ze spreekt, kijkt ze het liefst schuin langs het bezoek heen.

,,Ontheemdheid, een gevoel van rusteloosheid; daaruit komt dat dolen voort. In de tijd dat ik Slaap! schreef, was die rusteloosheid bij mij een basisgevoel. Geloof me, je kunt behoorlijk rusteloos zijn als je een boek aan het schrijven bent waarvan je niet weet of het zal worden uitgegeven. Ik had last van paniekaanvallen, ik had geen idee of waar ik mee bezig was wel ergens op sloeg. Ik was bang dat mensen het niet zouden snappen. Dat ze het een naargeestig boek zouden vinden, terwijl er een heel ironische kant aan zit. Ik denk niet dat ik ooit van mijn leven zo'n plotse, totale euforie heb gevoeld als toen Uitgeverij De Geus me belde met de mededeling dat ze het boek graag wilden uitgeven.''

Griekenland

Annelies Verbeke werd geboren in Dendermonde en groeide op in Londerzeel, een dorp tussen Antwerpen en Brussel. Als kind schreef ze sprookjes en zoals zoveel meisjes hield ze een dagboek bij. Haar moeder is verpleegster, haar vader kantonrechter, of, zoals dat in Vlaanderen fraai heet: `vrederechter'. Een oom schildert, haar vader schrijft al zijn leven lang gedichten en heeft er ook wel gepubliceerd, maar hij schrijft, zegt ze, ,,vooral voor zijn plezier''. Zelf volgde ze, aanvankelijk ook voor haar plezier, ,,en omdat ik een jaar iets creatiefs wilde doen'', na haar studie Germaanse taal- en letterkunde een postdoctoraal jaar scenarioschrijven aan de Brusselse regieopleiding Rits. Vervolgens deed ze een scenariotraining in Griekenland, aan de Mediterranean Film School. ,,Daar heb ik nog het meest opgestoken'', zegt ze. ,,Het ging daar dag en nacht alleen maar over schrijven. Iedereen was met hetzelfde bezig, we deden niets anders dan over verhalen praten. Ik was er de jongste, en de enige zonder impressionant curriculum. Maar dat deed er niet toe; het ging om de kwaliteit van je werk. Voor mijn scenario Dogdreaming bestond zoveel enthousiasme, dat me dat een duw in de goede richting gaf.''

Na Griekenland ontstond het idee om een roman te schrijven. ,,Ik was begonnen met een kort verhaal over Maya, en ik had een kort filmscenario over de jeugd van Benoit. Ik zag een verwantschap en besloot die twee verhalen met elkaar te verbinden. Het was ideaal. Als ik niet meer wist hoe het verder ging met de één, kon ik met de ander voort. Net als bij mijn scenario's wilde ik van tevoren alleen het einde weten; dat is een zekerheid die ik nodig heb. Ik wist dat ik geen happy end wilde, maar evenmin een einde zonder hoop. In elk geval moest er even kalmte komen in die twee hoofden.''

Het verschil in oorsprong tussen Maya en Benoit bestaat nog altijd in de roman. Maya heeft geen verleden, Benoit heeft nauwelijks heden.

,,Ik heb dat bewust zo gedaan. Om te beginnen omdat ik zelf weinig geduld heb; ik houd niet van uitweidingen die weinig toevoegen, het verhaal moet voort. Daarnaast bevindt Maya's probleem zich nu eenmaal in het heden – ze kan niet slapen omdat ze almaar zit te tobben. Haar jeugd doet er niet toe; in wezen was ze vroeger dezelfde als nu, iemand die niet wat van het leven weet te maken. Ze heeft geen enkele richting. Evenmin als Benoit, die in wezen op de vlucht is, probeert terug te kruipen in zijn jeugd. Maya en Benoit hebben geen greep op hun leven, en dat geeft ze de blues. En ik voel me aangetrokken tot mensen met de blues. Alle mensen uit mijn werk lijden daaraan.''

`Underdogs' heeft u uw personages ook wel genoemd.

,,De literatuur is daar natuurlijk vol van. En als het geen underdogs zijn, dan wel ogenschijnlijk succesvolle personages die op een gegeven moment de trappers verliezen, zoals in de yuppen-romans uit de jaren tachtig. Mijn personages hebben die hoop op controle allang opgegeven. Ze laten zich maar wat drijven. Seks is het enige dat ze nog kunnen willen, en of seks een kwestie van wil is, is natuurlijk ook maar de vraag.''

Het gevolg is wel dat de gedachtegangen van Maya en Benoit in stijl en toon veel op elkaar lijken.

,,Dat is een hele discussie geweest met mijn redacteur bij Uitgeverij De Geus. Ik vond dat die twee best een beetje op elkaar mochten lijken, ze staan op dezelfde manier in de wereld en het is toch ook duidelijk dat ze uit mijn pen voortkomen. Maar bij De Geus vonden ze dat het wel wat minder kon. Bij Benoit heb ik de dingen daarop wel vrij grondig aangepakt. In zijn dialogen was hij aanvankelijk stoer en flamboyant, maar dat paste meer bij Maya. Nu aarzelt hij bij alles wat hij doet.

,,Ik heb op aanraden van De Geus nog een andere figuur geschrapt, een personage, Ahib, die boven Maya kwam zweven terwijl ze in coma lag. Ik vond die passage zelf heel goed, maar anderen niet en ik geloof dat ik het achteraf met ze eens ben. Deze Ahib legde te veel uit. Mijn redacteuren zeiden: je hebt al een sprekende potvis en een verliefde mot, je moet uitkijken met nog een buitenwerkelijk personage.''

Ze lacht. In haar scenario, Dogdreaming, zit nóg zo'n buitenwerkelijk personage. De caissière die de hoofdpersoon is van deze `coming-of-age comedy', zoals Verbeke het noemt, vindt steun bij een sprekende Golden Retriever. Verbeke: ,,Die sprekende dieren: ik moet daar nu mee ophouden. Helaas, want ze zijn leuk om te verzinnen en een makkelijke manier om iets duidelijk te maken. Mijn personages vertrouwen meer op dieren dan op mensen, en nog het meest voelen ze zich thuis in hun eigen luchtspiegelingen.''

Met het productiebedrijf IDTV voert ze besprekingen over een verfilming van Slaap!, waarvoor zijzelf het scenario zou schrijven. Ze is er nog niet uit hoe dat zou moeten. ,,Dit boek is moeilijk te visualiseren, bijna alles gebeurt in de hoofden van de personages.''

Dat, vindt ze, is het prettige aan het schrijven van een roman. ,,Die vrijheid. Alles kan. Je bent aan geen enkel budget of fysieke grens gebonden. In een roman kan ik potvissen laten aanspoelen wanneer ik maar wil.''

Ze wil zich niet tot één genre beperken, doorgaan met zowel romans als scenario's, plus de filmkritieken die ze schrijft voor een Vlaams blad. Het bizarre koppel verlorenen in Slaap!, zeg ik, kwetsbaar en op het randje van de waanzin, doet denken aan het al even vreemde koppel uit Paul Thomas Andersons film Punch-Drunk Love uit 2002, over de liefde tussen een vertegenwoordiger in wc-ontstoppers en een eenzame vrouw. Ook bij deze twee is het de vraag hoe lang ze bij elkaar zullen kunnen schuilen. Als de acteurs Adam Sandler en Emily Watson in de film de straat oversteken, laat Anderson vlak voor hun neus telkens enorme vrachtwagens voorbijrazen, om het fragiele van hun liefde nog eens te onderstrepen.

,,Die hele film is prachtig, met die onderhuidse spanning en die tristesse die onder alles zit. Ook in Magnolia hield ik van dat nachtelijke, die ondertoon van wanhoop en verlorenheid. Paul Thomas Anderson is een van de groten van de laatste halve eeuw. Maar ik bewonder ook Thomas Vinterberg, om Festen, en in België Jacco van Dormael. En David Lynch, die er vanaf de eerste seconde in slaagt een voelbare sfeer over te brengen. Hij durft zichzelf ook te herhalen, zodat je zijn taal gaat spreken. En zijn personages zijn onvergetelijk.''

Belletje trekken

Annelies Verbeke spreekt veel over sfeer, maar noemt personages het belangrijkst, belangrijker ook dan de plot. ,,Als je weet wie je personages zijn, komt de rest vanzelf. Ik vertrek meestal bij iemand die ik ook wel ben, maar niet helemaal. Pas als ik op gang ben, begint zo'n figuur een eigen leven te leiden. Ik zou nooit, zoals Maya, 's nachts gaan belletje trekken omdat ik zelf niet slapen kon.''

De grens tussen normaal en waanzin, blijkt uit Slaap!, bestaat uit willekeur en toeval. Voor de slapeloze, maar niet alleen voor hem, heeft het bestaan die koortsachtige dimensie, tegelijk grotesk en onbehaaglijk. Neem de eigenaardigheid van ene Ingrid, met wie Benoit in een inrichting een korte affaire heeft. Hoe komisch en hoe triest; deze Ingrid vertaalt alles in getallen, de liefde niet uitgezonderd. `Ze vond het jammer dat ik ging', denkt Benoit als hij Ingrid verlaat, `maar ze ging niet mee. Ze zou zeker zestig keer per dag aan mij denken, vier dromen per week zouden over mij gaan. Ik hoorde haar voor het laatst mijn voetstappen tellen.'

,,Zolang ik het van mijzelf weet'', spot de schrijfster, ,,zal ik niet in een inrichting belanden, maar ik heb gelukscijfers en als kind telde ik de treden van de trap. Mijn moeder telt als ze kookt. De pepermolen zóveel keer draaien, het zout zóveel keer schudden. Of: het glas altijd in het midden van een bierviltje plaatsen, zoals Benoit doet. Dat doe ik ook vaak. Mijn vrienden zien het hoofdschuddend aan.''

`Slaap!' is verschenen bij Uitgeverij De Geus, prijs €18,-.