Het Beeld

De overeenkomst tussen wijlen Annemarie Grewel en Hans Teeuwen is dat ze niet erg hun best doen aardig te worden gevonden, om het voorzichtig uit te drukken. En juist daarom, naast de voorspelbare irritatie bij een deel van de burgerij, bijval oogsten van de goede verstaander, onder meer wegens hun oprechte en verfrissende hekel aan hypocrisie.

De beide helden van de televisieavond op hemelvaartsdag belijden hun `geloof' hartstochtelijk. PvdA-politica en beroepsvoorzitter Grewel (1935-1998) wist wel dat een joodse, lesbische feministe op veel vijanden kon rekenen. In het louter uit archiefmateriaal opgebouwde portret van de Humanistische Omroep Ik stá altijd (Grewel zei voorbereid te willen zijn op het appèl in een nieuw concentratiekamp, en daarom te oefenen met veel staan) tekent zich een innemend directe en oergeestige persoonlijkheid af, die bovendien virtuoos is in klaar, kaal en direct taalgebruik. Hanneke Groenteman leest goed gekozen passages voor uit Grewels onderschatte columns in De Groene. Een feest zijn ook de fragmenten uit een interview met Ischa Meijer, de beste interviewer die Nederland ooit gekend heeft en ooit zal kennen. Wat zou ik graag hoerenloper Ischa en Annemarie hebben horen praten over de affaire-Oudkerk, of over de gretigheid waarmee het NOS Journaal bericht over de aanklacht tegen Lubbers wegens seksuele intimidatie: de late bulletins werden er gisteren mee geopend, terwijl RTL Nieuws het rustig aandoet.

De documentairecompilatie Ik stá altijd is vakwerk, met regie, samenstelling en research van de als documentaireproducent gepokte en gemazelde Maud Keus. Moet ze vaker doen, zelf films maken. En wat ligt er een hoop fantastisch oud materiaal in de televisiearchieven!

Cabaretier Hans Teeuwen (1967) kreeg voor zijn vijfde soloprogramma Industry of Love lauwe recensies. Alle voorstellingen zijn ruim tevoren uitverkocht, dus kan bij de televisieregistratie pas de rest van Nederland oordelen. Ik vind het fabuleus, Teeuwens narcistische spel met de verwachtingen van zijn publiek. In een harde conference aan het slot pleegt hij snoeiharde, Abu Ghraib-achtige majesteitsschennis. Dan zegt hij dat hij een lintje dus vergeten kan, maar dachten we dan soms dat hij op een lintje uit was? Teeuwen wil de liefde van het publiek, dat bijzondere, warme gevoel. Hij houdt van ons en begint vervolgens liggend te masturberen. ,,Erg hè, op televisie, ook voor mijn ouders. Dan bellen de buren mijn moeder, dat ze het hebben gezien, maar dat ze niet álles goed vonden.''

Teeuwen likt aan een ijsje, sluit een kabouter op in een glas, roept een Duitstalige masochistische danseres en dito geile scheepskapitein tot leven. Hij preekt tegen de liefde en andere goede bedoelingen. Het is geniaal theater met een gemene inborst. Teeuwen is Jim Carrey gekruist met Toon Hermans en een spoortje Freek de Jonge. Na de Grote Drie (Hermans, Kan, Sonneveld) heb ik nooit zo geloofd in de ongelijksoortige Grote Twee (De Jonge, Van 't Hek). De Grote Twee zijn nu de Brabantse vrienden Hans Teeuwen en Theo Maassen, in die volgorde.