`Harde aanpak in het belang van de belhamel'

Deze week bleek dat minister Van der Hoeven probleemleerlingen buiten de school wil opvangen. Orthopedagoge Astrid Boon denkt dat een kortemettenaanpak voor het merendeel afdoende is.

Astrid Boon is als orthopedagoge verbonden aan vijftien middelbare scholen in Amsterdam en omstreken. Ze ziet kinderen die de klas zijn uitgestuurd of zijn geschorst, kinderen die onvoldoende presteren of die te maken hebben met incest, verwaarlozing of verslaving. Een leerling die een leraar met de dood bedreigde, zoals onlangs gebeurde, komt ook bij haar.

Astrid Boon (51) werkt al 24 jaar met ,,lastpakjes''. En wat haar zo ongelooflijk opvalt: ze worden steeds brutaler en grover. ,,Als kinderen `kankerhomo', `ik maak je dood' of `steek een paal in je reet' zeggen, kijken we daar niet meer van op.'' En dan heeft ze het nog niet eens over een toenemend aantal zeer ernstige incidenten, met de schietpartij op het Haagse Terra College, waar leerling Murat D. de onderdirecteur doodschoot, als absoluut dieptepunt.

En de groep probleemleerlingen wordt steeds groter. Scholen weten niet meer wat ze met ze aanmoeten. Steeds meer kinderen zijn niet meer te handhaven. Deze week bleek uit een plan van minister van der Hoeven (Onderwijs) dat ze de mogelijkheid wil krijgen om jaarlijks 4.500 probleemleerlingen buiten de school op te vangen in een `tweedekansinstituten'.

Astrid Boon is vlot en vriendelijk, het type dat jongeren snel in vertrouwen nemen. Ze praat snel. Verbazing klinkt door bij voorbeelden wat leerlingen zich op school allemaal kunnen permitteren. ,,Hé, vieze Turk, rot op naar je kankerland. Of `ik wacht jou op na schooltijd, dan pak ik je'. Sommige leerlingen voelen zich zo bedreigd dat ze niet meer naar school durven.''

De meeste docenten, ziet Boon, vinden het lastig om grenzen te stellen. Ze vertellen de leerlingen dat hun gedrag onwenselijk is en hopen dat ze dat dan zelf ook inzien. ,,Ze zeggen: `Hé, doe niet zo onvriendelijk.' Of `hou daar eens mee op'.'' Maar het aanspreken op gedrag heeft weinig effect, ziet Boon. ,,Vooral niet bij jongeren uit laagopgeleide milieus en bij allochtonen. Zij verwachten van de docent dat hij stevig ingrijpt als het te ver gaat. Doet hij het niet, dan concludeert de klas dat het misschien niet mag, maar wel kan.''

Leraren onderschatten de kracht van de groepsdynamiek, zegt Boon. Het gaat bijvoorbeeld zo: Een leerling gooit een gum. Een andere leerling gooit terug. ,,Willen jullie daarmee ophouden?'', vraagt de leraar. Een derde gooit toch weer een gum. ,,Dit is de laatste waarschuwing'', zegt de leraar. Een vierde gooit een etui. ,,Eruit'', zegt de leraar. Dat heeft onbedoelde neveneffecten, zegt Boon. ,,De leerling stijgt in de hiërarchie. Hij loopt stoer de klas uit. Én vaak zet het kwaad bloed. Die leerlingen zeggen: `Hij heeft de pik op me'.''

Ze geeft een ander voorbeeld van de moderne mores op school: dit jaar werden op een van haar scholen in een 2 vmbo-klas twee jongens extreem getreiterd door drie `machotypes'. Een aantal andere leerlingen deed, bang om anders zelf pispaaltje te worden, met hen mee. Het treiteren ging ver: van slaan en schoppen tot een e-mail met als titel: `Hoe zou de wereld eruit zien zonder Laurence?' (een van de gepeste jongens). Alle pesterijen veroorzaakten veel opwinding in de klas. Er was geen rust tijdens de lessen en de gemiddelde rapportcijfers waren het slechtst van alle tweede klassen. Op een gegeven moment steekt een leerling een andere leerling in de arm met een pen. Resultaat is een flinke wond die gehecht moet worden. Het schorsen van de ergste pestkoppen, helpt niet. ,,Natuurlijk niet'', zegt Boon, ,,dat vinden ze prima, zo'n extra dagje vrij.''

Meestal worden ze ook langs Boon gestuurd. ,,Maar wat moet ik ermee?'' zegt ze. ,,Ik ben voor kinderen met echte gedragsproblemen. Dit zijn lastige pubers die de grenzen verkennen, onvoldoende gecorrigeerd worden en dus steeds verder gaan. Die ga ik toch niet naar een training sociale vaardigheden sturen? Of naar de schoolarts? Of naar een kinderpsycholoog? Dat helpt echt niet. Ze moeten keihard op hun wangedrag aangepakt worden.''

Dat stelde ze voor aan de schoolleiding. In de klas werden de nieuwe regels om voortaan prettig met elkaar om te gaan één keer helder en duidelijk uitgelegd. Bij elke misdraging, hoe klein ook, volgt één vriendelijke en daarna nog één zeer dringende waarschuwing. Helpt dat niet, dan volgt een zeer vervelende maatregel. De leerlingen moeten vijftig keer met de hand opschrijven wat er mis is gegaan. Bijvoorbeeld: ,,Ik zeg nooit meer, Danny, als ik zo lelijk was als jij zou ik een eind aan mijn leven maken. Dat doe ik ook niet als hij mij boos maakt, want het is onrespectvol omgaan met mijn medeleerlingen.''

Dat manuscript wordt de volgende dag ingeleverd, ondertekend door de ouders. Als het niet gebeurt, verdubbelt de conrector de straf. Als het wangedrag dan nog niet ophoudt, (,,Meestal is dat wel het geval'', zegt Boon) dan sturen we een brief naar je ouders en volgt een gesprek. Boon: ,,Daarin kan gedreigd worden met hulpverlening. Dan denken de leerlingen, `Nee, getver'.''

De ouders, zegt Boon, zijn van groot belang. ,,Die moeten achter deze aanpak staan. Anders voelen ze zich overvallen en denken: `Wat is dít nou?' De ouders van de 2 vmbo-klas waren vooraf ingelicht op een ouderavond. Als ze weten wat de bedoeling is doen ouders maar al te graag mee. Zij willen ook dat hun kinderen in de klas wat leren en niet pesten of gepest worden.''

En het hielp, zegt Boon triomfantelijk. ,,Het hielp! De leraren vonden het al na een paar dagen een prettige klas. Je moet ze op de knieën dwingen. Pak ze op wat hen het dierbaarst is: hun vrije tijd. Betrek diegene erbij die ze er liever buiten houden: hun ouders. Als de leerlingen én de school én hun ouders tegenover zich zien, kiezen ze meestal eieren voor hun geld.''

Boon: ,,Het voordeel van deze aanpak is dat de leerlingen niet geschorst hoeven worden en grip houden op hun eigen situatie. Die zijn ze kwijt als ze echt geschorst worden en de conrector met hun moeder gaat praten.''

Ze verkondigt haar opvatting op al haar vijftien scholen op interne bijeenkomsten met leraren. Zij moeten erachter staan, want zij moeten het uitvoeren, zegt Boon. En dat, vertelt ze, is direct ook het zwakke punt. ,,Er zijn een aantal die een strikte aanpak moeilijk vinden. Maar die jongeren verdienen het juist. Het is in het belang van de belhamel, zeg ik altijd maar.''

Natuurlijk, zegt Boon, blijft er dan altijd een enkeling over die echt niet wil deugen. ,,Die leerlingen komen dan terecht bij mij. Dat is goed. Dat zijn leerlingen die écht hulp nodig hebben.''

Wilt u reageren? Mail naar: lastpakken@nrc.nl