Geloof niets van wat ik zeg

Nog geen jaar nadat Nederlandse hoogleraren in het magazine van deze krant tekeergingen tegen ongeïnteresseerde studenten, universitaire bureaucratie en bezuinigingen, gaf Vrij Nederland onlangs opnieuw ruim baan aan de professorale klaagzucht. In een enquête onder 444 hoogleraren bleek de `luie, domme, ongemotiveerde student' de grootste steen des aanstoots. De verzameling columns Bij die wereld wil ik horen! laat zien dat dit soort klaagzangen niet de enige manier is om de noden van academische vorming te belichten. Op uitnodiging van het universitaire lezingenbureau Studium Generale reflecteren in deze bundel 36 wetenschappers, onder wie Nobelprijswinnaar Gerard 't Hooft en classicus Anton van Hooff, op hun eigen ontwikkeling tot academicus.

Sommige pogingen tot autobiografie zijn eerder vermakelijk dan dat ze het proces van academische vorming verhelderen. De sociale wetenschapper die nostalgisch terugblikt op de activistische jaren zestig, de bèta die het niet kan laten uitgebreid de nieuwste vondsten in het eigen vakgebied uiteen te zetten; academische archetypen ontbreken ook in deze bundel niet. Toch geeft de rondgang langs deze slimme en gedreven studenten van weleer een rijk geschakeerd beeld van wetenschappelijke drijfveren en passies. Slechts een enkeling voert zijn vorming tot academicus terug op die ene cruciale passage van Nietzsche of Hegel. Vooral opmerkelijk is hoezeer wetenschappers sociale dieren zijn. Niet de boeken maar de mensen gaven voor de meesten de doorslag bij de keuze voor een wetenschappelijke carrière. Zoals de op 21-jarige leeftijd gepromoveerde natuurkundige Whee Ky Ma zijn beroepskeuze toelicht: `Aan de universiteiten vind je de hoogste concentratie van ruimdenkende, intelligente en breed geïnteresseerde personen.'

Vele auteurs onderstrepen de grote rol van inspirerende voorbeelden in hun academische vorming. Maar opvallend vaak waren het mensen buiten de universiteit die de wetenschappelijke nieuwsgierigheid stimuleerden. Van een oom die onbegrijpelijke berekeningen maakte op een envelop (Gerard 't Hooft) tot een wereldvreemde lerares Engels die van haar leerlingen dezelfde passie voor literatuur eiste als zijzelf tentoonspreidde (hoogleraar Engelse literatuur Helen Wilcox). Je vraagt je af waarom zo weinig hoogleraren die voorbeeldfunctie hadden.

Douwe Breimer, rector magnificus van de Universiteit Leiden, herinnert zich een professor die bij een mondeling examen studenten de vragen liet stellen en hen beoordeelde op hun rol als examinator. Medicus Rein Zwierstra beschrijft hoe Jan Pen een toespraak voor eerstejaars afsloot met de woorden `Maar u moet geen woord geloven van wat ik heb gezegd.' Afwijken van het stramien, raadselachtig en verrassend durven zijn en liefst een tikje excentriek – kennelijk kunnen universitaire docenten die dat willen hun studenten wèl enthousiasmeren. Deze bundel over de vorming tot academicus schreeuwt dan ook om een vervolg over de vorming tot docent.

Henk Procee (red.): Bij die wereld wil ik horen! Boom, 167 blz. €20,–