Een kater in de benzinetank

De prijs van benzine aan de pomp vestigt de laatste weken het ene record na het andere. Toch is benzine verhoudingsgewijs door de jaren heen niet zo erg veel duurder geworden.

Het is dat ze per auto met chauffeur aankomen en niet zelf hoeven te tanken. Anders zouden de energieministers uit meer dan zeventig landen die dit weekeinde in Amsterdam het International Energy Forum bezoeken aan den lijve worden geconfronteerd met de hoogste benzineprijs ooit in Nederland.

Olie is duur, en noteert in New York nu al meer dan een week boven de 40 dollar per vat en in Europa 38 dollar. Benzine is verhoudingsgewijs nog duurder. Anders dan vaak wordt aangenomen is er geen direct verband tussen de olie- en de benzineprijs. De markt voor benzine leidt van tijd tot tijd een eigen leven, afhankelijk van vraag en aanbod op de korte termijn. Oliemaatschappijen hebben dan de ondankbare taak uit te leggen waarom de benzineprijzen bijvoorbeeld stijgen als iedereen leest dat de olieprijs aan het dalen is.

Shell meldde vanmorgen een adviesprijs van bijna 1,30 euro voor een liter Euro 95, en 1,35 euro voor een liter Super Plus. Dat is een record, maar hoe extreem is die prijs precies? De prijs van ruwe olie wordt de laatste tijd regelmatig in perspectief gezet. Allereerst is er het euro-effect. De prijs van olie gaat in dollars per vat van 159 liter. Door het voortdurend veranderen van de euro-dollarwisselkoers ziet de prijs van olie in euro er over de lange termijn heel anders uit dan in dollars. De 38 dollar per vat van vandaag komt overeen met 31,66 euro per vat. Sinds de piek van de olieprijs in het najaar van 2000, die gepaard ging met een zwakke euro, is de olieprijs in euro's de afgelopen drie jaar gemiddeld hoger geweest dan nu. En dan is er nog de koopkracht: wie corrigeert voor inflatie komt op een olieprijs in euro's van vandaag die bij lange na niet zo hoog is als begin jaren tachtig.

Dergelijke invloeden gelden ook voor de benzineprijzen. Op het eerste gezicht is de prijs van een liter benzine enorm gestegen sinds het begin van de jaren zeventig. Gecorrigeerd voor inflatie blijkt dat mee te vallen. De burger was in de nasleep van de tweede oliecrisis van begin jaren tachtig bijna even veel kwijt aan benzine als nu.

Toch is olie door de tijd heen verhoudingsgewijs veel goedkoper gebleven dan benzine. Gecorrigeerd voor inflatie is de huidige 1,30 euro voor een liter Euro 95 een record, terwijl de inflatiegecorrigeerde prijs van benzine op de termijnmarkt nog steeds een kwart goedkoper is dan twintig jaar geleden. Het verschil zit hem in sluipende verhoging van accijnzen en belastingen op benzine.

De belastingen op benzine in Nederland zijn verhoudingsgewijs hoog, evenals in de rest van Europa – hoewel er behoorlijke prijsverschillen zijn en Nederland een van de duurste landen is. Vergeleken bij de Verenigde Staten vallen die Europese verschillen in het niet. De Amerikaanse automobilist klaagt dezer dagen over de ondraaglijke prijs van 2 dollar per gallon. Dat is omgerekend slechts 44 eurocent per liter.

Hoe zit het met de accijnzen en belastingen die in Nederland op de benzineprijs worden gestapeld? Bij een prijs van 1,15 euro aan de pomp, zo rekent oliemaatschappij Shell voor, zit er maar 17,5 cent in productkosten van de benzine zelf. Alle kosten en winstmarges van de oliemaatschappijen en verkopers leiden tot een `kale' prijs van 31 cent per liter. Vervolgens komt daar een vast bedrag bovenop van 66,5 cent aan accijnzen en heffingen van de overheid. En daar bovenop komt dan weer een btw-tarief van 19 procent.

Dit verklaart de relatief kleine fluctuaties van de benzineprijs ten opzichte van de prijs van ruwe olie. Maar het is de stelselmatige verhoging van de accijnzen door de tijd die maakt dat benzine, ondanks het feit dat de reële prijs van olie en benzine op de termijnmarkt nog lang niet op de oude records is aanbeland, toch steeds duurder is geworden.

Zonder bijvoorbeeld het `kwartje van Kok' van begin jaren negentig zou de reële, inflatiegecorrigeerde benzineprijs nog steeds lager zijn dan begin jaren tachtig.