Een godsdienst van verraad

De islam is een religie van vrede, stelde Bush zo'n anderhalve maand na de aanslagen van 11 september. Een jaar later bleek dat 70 procent van de christelijke leiders in de Verenigde Staten het niet met de president eens was. De islam is een religie van geweld stelden zij. Die mening waren meer mensen in het Westen toegedaan. Het stond immers in de koran dat een moslim de ongelovigen moest doden wanneer hij ze tegenkwam. Dat hij hun de handen en voeten moest afsnijden, hen moest afslachten of kruisigen. Er waren ook mensen die juist wilden bewijzen dat de islam een vredelievende godsdienst was. Zij wezen erop dat het woord islam zelf `vrede' betekent. Maar daarop was ook een antwoord mogelijk. Islam betekent helemaal geen vrede maar onderwerping, stelden anderen weer. En dan was er nog de actualiteit. Waren het niet moslims die dood en verderf zaaiden? Nee, stelde Bush. Omdat de islam een religie van vrede is, zijn de terroristen geen echte moslims. Daarmee overtuigde hij niemand.

Osama bin Laden zou het niet met Bush eens zijn geweest, stelde publicist Seth Stevenson. Mohammed ook niet. De profeet was bepaald een gewelddadig en oorlogszuchtig figuur stelde humanist Paul Kurtz. Hij richtte een leger van tienduizend man op en vernietigde zijn vijanden op meedogenloze wijze. Zo gooide Mohammed hun grind in het gezicht onder de verwensing: moge jullie gezichten misvormd raken. Dat is niet iets, stelt Stevenson, wat men Jezus zo snel zou zien doen. En omdat Mohammed voor moslims is wat Jezus is voor christenen, de perfecte navolgenswaardige vertegenwoordiger van het geloof, is het moeilijk vol te houden dat moslims een vredelievend voorbeeld volgen. Zij volgen een gewelddadige profeet.

Dat is een interessant punt. Want wat gebeurt er nu als je het evangelie van Jezus Christus op die manier bekijkt? Wat is het christendom dan voor godsdienst? Waar staat het voor? Wat is de kern van het christelijk geloof? Het antwoord op die vragen is voor velen ongetwijfeld dat christenen het voorbeeld van naastenliefde, barmhartigheid en vredelievendheid volgen. Pleitte Jezus er niet voor de andere wang toe te keren als iemand je op de wang sloeg? Dat is waar. Maar is vredelievendheid de kern van het christendom, van het verhaal over Jezus zoals dat te lezen valt in het Tweede Testament, beter bekend als het Nieuwe Testament? Nee. Als de islam een godsdienst van oorlog, onderdrukking en geweld is, is het christendom een godsdienst van verloochening en verraad.

De verlossing door de kruisdood van Jezus kon alleen plaatsvinden door verraad. Jezus wist dat. Aan het laatste avondmaal zei hij tegen de om hem heen verzamelde apostelen: ,,Ik verzeker jullie, een van jullie zal mij overleveren.'' Die persoon was natuurlijk Judas Iskariot. Hij hielp de Romeinse soldaten om Jezus te arresteren in ruil voor dertig zilverstukken. Hij kuste Jezus en duidde op die manier aan welke persoon moest worden meegenomen. Judas had veel spijt van zijn verraad. Hij wilde het geld teruggeven, zijn daad ongedaan maken, maar dat was niet meer mogelijk. Uit schuldgevoel knoopte hij zichzelf op.

Judas is niet de enige verrader in het verhaal over Jezus. Petrus is er ook een. Jezus voorspelde hem tijdens het laatste avondmaal: ,,Ik verzeker je, in deze nacht, nog voor de haan kraait, zul je me drie keer verloochenen.'' Petrus geloofde er niets van. Hij antwoordde: ,,Ook al zal ik samen met u sterven, ik zal u niet verloochenen.'' Maar Jezus kreeg gelijk. Na de arrestatie van Jezus zat Petrus op een binnenplaats. Tot drie keer toe kwamen er mensen naar hem toe die hem herkenden als een van de naaste volgelingen van Jezus. Tot drie keer toe ontkende hij. Nadien huilde hij bittere tranen.

Het is deze Petrus die volgens het evangelie van Matteüs door Jezus de steenrots werd genoemd waarop hij zijn gemeente zou bouwen, de man die de sleutels van het koninkrijk der hemelen zou krijgen (Matteüs 16: 18-19). Petrus wordt daarom als de eerste paus beschouwd en iedere paus beschouwt zichzelf als de opvolger van Petrus. Het fundament van het rooms-katholieke geloof is dus verloochening. Wie de autoriteit van de paus aanvaardt, aanvaardt dus de autoriteit van de opvolger en navolger van een laffe leugenaar die zijn relatie met de persoon die hij het meest liefhad, zonder blikken of blozen ontkende.

Christenen die niet rooms-katholiek zijn erkennen de claim van de paus niet en interpreteren Matteüs 16: 18-19 anders. Dat neemt niet weg dat ook het fundament van hun geloof verraad is. De kruisiging van Christus en de vergeving van de zonden van de mensen die daardoor plaatsvond, is alleen mogelijk geweest door het verraad van Judas Iskariot. Nadat Jezus de woorden tegen Petrus over de rots en zijn gemeente heeft gesproken, begint hij in het bijzijn van zijn leerlingen toespelingen te maken op zijn lot. Hij zegt hun dat hij naar Jeruzalem moet gaan om daar veel te lijden, ter dood gebracht te worden en na drie dagen weer op te staan. Petrus vindt dat een vreselijke gedachte en neemt zijn meester apart. Hij zegt tegen Jezus: ,,God beware u, Heer. Dat mag u niet overkomen.'' Maar Jezus wordt kwaad en zegt tegen Petrus: ,,Ga weg Satan. Jij bent een struikelblok voor mij, want jouw gedachten zijn niet Gods gedachten maar die van mensen.''

Jezus wilde verraden worden. Zonder dat de mensenzoon was uitgeleverd kon er geen veroordeling en geen kruisiging plaatsvinden en de kruisiging was de wil van God, de beker die Jezus niet aan zich voorbij kon laten gaan. Jezus heeft Judas in feite tot zijn verraad gedreven, hem er toe uitgenodigd om die taak op zich te nemen. Hij was een verraderlijke manipulator die zijn volgelingen tot verraad aanzette en Judas de dood in dreef. Als de islam een godsdienst van geweld is en dat op basis van de handelingen van Mohammed kan worden geconcludeerd, dan maakt het verhaal over Jezus het christendom tot een godsdienst van verraad. Anders dan Judas kunnen de meeste christenen daar heel goed mee leven.

    • Amanda Kluveld