Een bevroren oorlog ontdooit

In de ingevroren oorlog om Nagorny Karabach heeft Armenië tien jaar lang een regeling tegengehouden en was Azerbajdzjan te zwak om daar iets aan te doen. Maar dat verandert.

Geen nieuws van het Armeens-Azerbajdzjaanse front: de kwestie-Karabach is haast vergeten. Tien jaar geleden maakte een wapenstilstand een eind aan zes jaar oorlog tussen de Armeniërs en de Azeri om de door Armeniërs bewoonde enclave Nagorny Karabach. De Armeniërs hadden de enclave én zeven districten buiten de enclave op de Azeri veroverd. 800.000 Azeri waren verdreven – 600.000 van hen leven nog steeds in kampen in Azerbajdzjan. Een groep internationale bemiddelaars, de zogenoemde Minsk-groep, ging aan het werk. Resultaat na tien jaar: één bijna-akkoord dat al snel schipbreuk leed. Resultaat netto: niets. De oorlog werd ingevroren en sindsdien is het stil gebleven.

Er gebeurt nog van alles in het conflict, alleen dringt het nog maar zelden door tot de buitenwereld. Er zijn schietpartijen waarbij doden vallen, langs de wapenstilstandslijn. Er worden nog altijd mensen verdreven. Vluchtelingen verkommeren. Deze week beschuldigden de Azeri de Armeniërs een riviertje met een pijpleiding te hebben omgeleid, waardoor Azerbajdzjaanse dorpen aan de frontlijn onder water kwamen te staan.

Inmiddels gebeurt er achter de schermen ook iets: langzaam maar zeker worden de rollen omgedraaid. Tien jaar lang waren het de Armeniërs die de boot afhielden. Zij waren militair onaantastbaar, ze beheersten Nagorny Karabach en die zeven districten, en hadden geen belang bij een oplossing die onherroepelijk zou uitlopen op een ontruiming van bezet gebied. En ze hadden wel last van het conflict, omdat de grenzen met Azerbajdzjan en het met Azerbajdzjan bevriende Turkije dicht bleven en Armenië zo danig werd geïsoleerd, maar die prijs werd graag betaald. Azerbajdzjan van zijn kant kon militair geen vuist maken.

In tien jaar is het één keer bijna tot een akkoord gekomen. Afgesproken werd dat Armenië de zogenoemde Lacin-corridor (die Armenië verbindt met de enclave) mocht houden als Azerbajdzjan een directe treinverbinding met Nachitsjevan – de Azerbajdzjaanse exclave die ligt ingeklemd tussen Armenië en Iran – zou krijgen. Maar vervolgens stierf de Azerbajdzjaanse president Haydar Aliyev, en zijn opvolger, zijn zoon Ilham Aliyev, schrapte de deal. Weliswaar deden vervolgens geluiden uit Baku vermoeden dat Azerbajdzjan bereid was de enclave Nagorny Karabach op te geven als het die zeven bezette Azerbajdzjaanse districten maar zou terugkrijgen, maar hardop werd dat nooit gezegd en geleidelijk zijn zelfs de suggesties gestopt.

In Jerevan begint men te beseffen dat de tijd in het nadeel van de Armeniërs werkt. Tien jaar lang waren ze militair onaantastbaar en konden ze nee zeggen tegen een regeling. Maar Azerbajdzjan heeft heel veel olie, en dus het geld zich te versterken. Armenië is arm en geïsoleerd – de grenzen met Azerbajdzjan en Turkije zitten dicht, Iran biedt in het zuiden geen soelaas en Georgië in het noorden is instabiel en Armenië slecht gezind. Armenië is inmiddels op veel terreinen in de armen van Rusland gedreven; die hebben een militaire basis en controleren de hele energiesector van Armenië.

Er komt onherroepelijk een moment waarop Azerbajdzjan in staat is de oorlog te hervatten. Baku blaakt inmiddels van zelfvertrouwen en rammelt met de sabels. Steeds vaker heet het dat Azerbajdzjan gráág een vreedzame regeling wil, maar nu wordt er steevast bij gezegd dat het heel goed in staat is de territoriale eenheid van het land zelf te herstellen. Inmiddels is het Azerbajdzjan dat in hoge mate de agenda bepaalt en doorbraken verhindert.

Turkije ondervond dat laatst. Het wil graag lid worden van de Europese Unie. Die eist een oplossing van grensconflicten. Brussel wil daarom dat Turkije de grens met Armenië opent. Toen de Turken daar eindelijk – op bepaalde voorwaarden – toe bereid waren, reisde Ilham Aliyev als een speer naar Ankara en dreigde een stokje te steken voor een voor Turkije zeer belangrijk project: de oliepijpleiding die vanaf volgend jaar de Azerbajdzjaanse olie naar de Turkse haven Ceyhan moet vervoeren. Turkije wil die leiding voor geen goud missen en zit dus bij Baku in de tang. De grens met Armenië blijft dicht. Op dezelfde manier ontneemt Azerbajdzjan de Amerikanen een hefboom om invloed uit te oefenen. De VS willen dat Turkije die grens met Armenië opent en dat het conflict om Karabach wordt geregeld. Maar de VS aarzelen olieboer Azerbajdzjan te ergeren en hebben dus weinig te eisen.

Intussen slinkt het Armeense zelfvertrouwen. Het staat nu open voor internationale initiatieven. Minister van Buitenlandse Zaken Oskanian zei het een half jaar geleden zo: ,,Als we het sein krijgen dat Armenië, Georgië en Azerbajdzjan ooit volledig EU-lid kunnen worden en zullen leven in een unie waarin grenzen irrelevant zijn, zal ons dat anders doen denken over een oplossing van conflicten. In dit geval zullen we minder agressief en minder veeleisend zijn.''