De Moeder Aller Miskleunen

De Nederlandse concurrentiepositie wordt structureel uitgehold. De economische groei behoort tot de allerlaagste van West-Europa. Daarom moet het nationale aanpassingsvermogen omhoog en moeten de overheidsuitgaven worden beperkt. Tot zover de boodschap van werkgeversorganisatie VNO aan het kabinet in 1992.

Het had gisteren kunnen zijn.

Hoe het destijds afliep is bekend: het land met de allerlaagste economische groei van West-Europa bleek in de rest van de jaren negentig een Wirtschaftswunder door te maken van ongekende proporties, met juist een van de allerhoogste groeicijfers van West-Europa.

Op de aard en oorzaak van dat economisch hoogtij is het nodige af te dingen – vermogenseffecten uit beurs en vooral huizenmarkt speelden een hoofdrol. De malaise die volgde, en waar we nu een beetje uitkrabbelen, laat bovendien zien dat het VNO destijds groot gelijk had.

Dat vindt het VNO, tegenwoordig VNO-NCW, zelf kennelijk ook. De echo van de oproep van weleer klonk deze week in een brief van VNO-NCW aan minister Brinkhorst van Economische Zaken. De minister komt binnenkort met een `industriebrief' en daar lopen de werkgevers al vast op vooruit.

Maar wat schrijft VNO-NCW-voorzitter J. Schraven nog meer? Hij betwijfelt of ,,een land in zijn overheidsbeleid vooraf bewust zou moeten en kunnen kiezen voor bepaalde economische sectoren en/of sleuteltechnologiegebieden die het veelbelovend acht. Gelet op de lange lijst van miskleunen waar kostbaar belastinggeld verkeerd is besteed, kan een overheid niet erg succesvol kiezen.''

Ook hierin heeft het VNO groot gelijk, maar helaas is het niet ál te consequent. De Moeder Aller Miskleunen is zonder enige twijfel de Betuwelijn, de goederenspoorlijn die Rotterdam in 2007 moet gaan verbinden met het Duitse achterland. De kosten zijn inmiddels opgelopen tot een begrote 5,2 miljard euro. De vraag of de lijn eigenlijk wel kostendekkend te exploiteren valt is nog steeds onderwerp van onderzoek. Nu drong het VNO zelf in 1992 nogal aan op die Betuwelijn, maar toonde wel zijn zakelijk inzicht: gedeeltelijke financiering door de particuliere sector werd wijselijk ontraden.

Het onvermogen `succesvol te kiezen' is dus niet alleen voorbehouden aan de overheid. Jammer, ook voor de ondernemers zelf. De cost of capital van 5,2 miljard euro is voor de overheid jaarlijks zo'n 230 miljoen euro. Dat is genoeg voor de jaarlijkse kosten van die peperdure topuniversiteit die nu ruim 2.000 felbegeerde bètastudenten had kunnen opleiden.