Autistisch kunstcentrum

Toen de Franse kunsthistorica Catherine David in 2001 werd aangesteld als directeur van kunstcentrum Witte de With in Rotterdam, kwam dat voor velen als een volslagen verrassing. David werd gezien als een intellectueel zwaargewicht met een grondige kennis van niet-westerse kunst. Ze had gewerkt voor prestigieuze instellingen als Jeu de Paume en het Centre Pompidou in Parijs, en sinds ze in 1997 de tiende Documenta had samengesteld, werd ze persoonlijk verantwoordelijk gehouden voor de herwaardering van politieke kunst. Dat zo iemand een Rotterdams kunstcentrumpje wilde gaan leiden, vonden wij in Nederland een grote eer.

Was ze maar nooit gekomen.

Sinds het aantreden van David is Witte de With veranderd van een internationaal hoog aangeschreven instituut tot een autistisch bolwerk waar geen hond meer komt. Laagdrempelig was Witte de With nooit. Ook Davids voorgangers Chris Dercon (,,Wantrouw het publiek'') en Bartomeu Mari hielden wel van een stevig theoretisch discours en ook zij leken niet geïnteresseerd in bezoekcijfers of publieksvriendelijke zaalteksten. Dat zij Witte de With toch op de kaart wisten te zetten, had alles te maken met een doortimmerd tentoonstellingsbeleid. Walker Evans, Dan Graham, Stan Douglas, Allan Sekula, Eadward Muybridge en Tacita Dean – het waren exposities die iedere zichzelf respecterende kunstliefhebber gezien moest hebben.

Catherine David vindt tentoonstellingen achterhaald. Al bij haar eerste kennismaking in 2001 liet ze weten dat ze meer zag in artist-in-residence-programma's, lezingen en symposia. ,,Een kunstdiscussie heeft niets te maken met het ophangen van prachtige schilderijen tegen smetteloos witte wanden'', zei ze toen. En onlangs schreef ze in een nieuwsbrief dat ,,de wereldwijde tendens om kunst op een instrumentaire en spectaculaire wijze te presenteren tegenwicht moet worden geboden''.

Het gevolg was dat Witte de With onder Davids bewind vaker dicht dan open was. Ze organiseerde discussies die vervolgens alleen voor genodigden bleken te zijn en ze nam de vrijheid om in stilte langdurig onderzoek te doen naar bijvoorbeeld Arabische kunst. En als er al presentaties werden gehouden in de zeshonderd vierkante meters grote tentoonstellingsruimte van Witte de With, dan bestonden die vaak voor het merendeel uit ellenlange documentaire video's waar je als niet-ingewijde geen snars van begreep. Maar het toppunt was de presentatie van het Witte de With-project Contemporary Arab Representations op de Biennale van Venetië afgelopen zomer. Daar had David honderden exemplaren van haar boek Tamass uitgestald, ieder exemplaar opengeslagen op een andere pagina. Wat een arrogantie om te denken dat biënnalebezoekers zitten te wachten op pagina's hermetische tekst, en wat een verspilling van het subsidiegeld van Witte de With.

Deze week is eindelijk een halt toegeroepen aan het schrikbewind van Catherine David. Tenminste, zo lijkt het. Hans Maarten van den Brink heeft als nieuwe directeur de eindverantwoordelijkheid gekregen, ook voor het artistieke beleid. Wat niet betekent dat David zich niet meer met de inhoud mag bezighouden. Sterker nog, volgens het persbericht van Witte de With kan ze zich in haar nieuwe functie als hoofdcurator nog meer richten op de inhoudelijke kant van haar werk. Ook wordt gemeld dat het tentoonstellingsprogramma dat David in gang heeft gezet in de komende maanden zal worden gecontinueerd. Dat belooft dus niet veel goeds.

Het is treurig dat er niet eerder aan de rem is getrokken. De staatssecretaris voor Cultuur had dat kunnen doen, door de geldkraan dicht te draaien. Maar hoewel de Raad voor Cultuur in zijn Advies voor de Cultuurnota 2005-2008 toegeeft dat ,,inmiddels een ronduit zorgelijke situatie is ontstaan'', werd toch geadviseerd Witte de With weer het volle pond te geven. Datzelfde geldt voor de Rotterdamse Kunststichting, die het kunstcentrum in haar Cultuurplanadvies ,,op basis van het opgebouwde prestige het voordeel van de twijfel geeft''.

Vooralsnog is het wachten op 31 december 2004, als Davids contract afloopt. Het zou beter zijn voor Witte de With, voor Rotterdam en voor de Nederlandse kunstwereld, als dat niet verlengd wordt.

VRIJDAG