Alle zielen in het lichaam willen de baas spelen

Matt Ruff heeft in eerdere romans Fool on the Hill en Sewer, Gas & Electric: The Public Works Trilogy al laten zien niet terug te deinzen voor het etaleren van zijn groteske, bijna grenzeloze fantasie. Maar wat hij in zijn derde roman presteert is zowel duizelingwekkend knap alsook bij tijden ontroerend, en, in typisch Amerikaanse zin, zelfs uplifting tot op zekere hoogte.

Ruffs hoofdpersoon is hier Andrew Gage, een jongeman die lijdt aan het `meervoudige persoonlijkheidssyndroom' oftwel MPD. Zijn lichaam wordt bevolkt door vele zielen, over wie hij na verloop van tijd, met behulp van therapie, een zekere mate van orde weet te handhaven. Daartoe heeft hij een `huis' gecreëerd, het huis waar de titel naar verwijst, waarin alle zielen hun plek vinden en dat hij met een zekere mate van verlichte democratie probeert te leiden. Dat gaat niet altijd zonder problemen: de andere zielen die in zijn lichaam huizen proberen nog steeds met regelmaat de overhand te nemen.

Een roman over één MPD-slachtoffer tot een overtuigend eind brengen is al voor weinig schrijvers weggelegd, maar voor Ruff is die opgave, typerend, niet voldoende. En dus komt er iemand in Andrews leven die aan hetzelfde syndroom leidt, maar die nog ver verwijderd is van het scheppen van de orde onder haar eigen innerlijke bevolking die Andrew zo nauwgezet en met wisselend succes in stand houdt.

In het bedrijfje waar hij werkt, waar `virtual reality'-apparaten en speeltjes worden gemaakt, doet Penny haar intrede, ook wel Mouse geheten. Julie Sivik, de onderneemster van dit bedrijfje, herkent de symptomen bij haar beide werknemers en heeft het idee dat `hun ervaring uit de eerste hand met wat virtual reality uiteindelijk zou moeten zijn – een denkbeeldig universum waar verschillende mensen elkaar kunnen ontmoeten, met elkaar in wisselwerking treden en gezamenlijk creatief kunnen zijn'. En dat dat tot een commercieel succes zou kunnen leiden.

Misdadige moeder

Penny is, evenals Andrew, slachtoffer van een uitzonderlijke vorm van kindermishandeling, in haar geval van de wreedheid van haar sociaal ambitieuze, maar hopeloos gefrustreerde en uiteindelijk misdadige moeder. Een van de sublieme hoogtepunten van dit boek doet zich voor wanneer Penny de as van haar moeder vermengt met het natte cement dat het fundament van een hotel in Spokane moet vormen. Nog jarenlang zal ze met regelmaat het nummer van de frontdesk van het Spokane Charter Hotel bellen; als er wordt opgenomen legt ze tevreden weer neer, `she would know that the hotel was still standing – and still pressing down, with the weight of all fourteen of its floors, on everything buried beneath its foundations.' Dat levert periodieke gemoedsrust op, maar draagt nauwelijks bij aan meer orde in haar leven.

Die orde moet langzaam ontstaan als ze, met behulp van therapie maar vooral van lotgenoot Andrew, haar eigen `Society' probeert te bouwen naar het voorbeeld van Andrews huis. De resultaten zijn wisselend: nog altijd strijden andere persoonlijkheden binnen haar lichaam om voorrang, vooral de geile Loins, die haar af en toe in vreemde bedden doet ontwaken, en de vuilbekkende Maledicta, die periodiek voor andere hilarische moeilijkheden zorgt.

Een paar zwakkere punten kunnen aan de waarde van deze uiterst rijke en fantasievolle roman maar nauwelijks afbreuk doen. Zo is Julie, de wispelturige werkgeefster van Penny en Andrew, behalve als koppelaarster hoofdzakelijk overbodig hoewel de auteur haar nog op diverse plekken een semi-romantische rol tracht toe te bedelen. Dat hijzelf ook met haar functie in de maag zit blijkt uit het slot, wanneer ze wat onbevredigend uit het boek wordt weggeschreven. Ook de identiteit van `Mrs. Winslow', de `huisbazin', wilde me in deze cast van denkbeeldige en denkbeeldig-denkbeeldige karakters niet helemaal duidelijk worden, maar ik sluit niet uit dat ik over essentiële informatie heen gelezen heb.

Road novel

Vooral rond het midden van de roman heeft Ruff als schepper van dit drukke universum, als een jongleur met te veel ballen in de lucht, zijn handen wat te vol om de controle over de kakofonie van de talloze persoonlijkheden en hun veelvoud aan confrontaties vast te houden. Hoewel het allemaal bij nauwkeurige lezing wel blijkt te kloppen (daar is Ruff vaardig genoeg voor) zit er nogal wat overbodigs in dit gedeelte dat de spanning tijdelijk uit deze roman weghaalt. Het boek heeft dan het karakter van een road novel aangenomen, wanneer Andrew (of eigenlijk Gideon, een van Andrews andere persoonlijkheden) en Penny, én natuurlijk al hun ondertussen aan de lezer bekende `medepassagiers' vanuit Seattle koers zetten naar Michigan waar Andrew vandaan komt. Het is een van de meest bizarre (en, het moet gezegd, ook wel hier en daar vermoeiende) autotochten uit de literatuurgeschiedenis, want elk van de persoonlijkheden heeft wel een reden om zijn of haar tijd achter het stuur te claimen. Maar geleidelijk aan heeft er een essentiële rolwisseling plaats, in de zin dat het Penny is, en niet de dan dramatisch ontwrichte Andrew, die het instandhouden van de wankele controle op zich moet nemen. Maar dan zijn we ook al bijna bij de uiteindelijke ontwikkelingen aangeland, die het karakter van een heuse whodunit aannemen, het geheim achter Andrews trauma blootleggen en waarvan de essentie hier maar onvermeld moet blijven.

Veel in dit boek is niet wat het lijkt, of misschien beter gezegd, lijkt niet wat het is, inclusief bijvoorbeeld zoiets in eerste instantie essentieels als Andrews geslacht. Er zullen momenten zijn dat de lezer die dit boek niet in een dag weet uit te lezen, zuchtend terug zal moeten bladeren. Uiteindelijk is Set This House in Order een boek over wreedheid en kindermishandeling. Maar voor Ruff is dit in feite alleen maar een startpunt, en wat hij op basis daarvan aan duizelingwekkende ontwikkelingen creëert vormt niet alleen een creatieve kijk in het bestaan van een gefragmenteerde persoonlijkheid, maar resulteert ook in een fascinerende roman.

Matt Ruff: Set This House in Order. A Romance of Souls. Flamingo, 479 blz. €24,60