Aftrek rente onder vuur

Vorige week haalde de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) het nieuws met een rapport over de woningmarkt. Daarin kwam onvermijdelijk de aftrek van hypotheekrente ter sprake. De media roken bloed. De bankiers zouden de renteaftrek ter discussie stellen. Zo is het niet. De NVB beseft echter dat de bestaande regeling geen rustig bezit is. De afgelopen jaren is de renteaftrek al op verschillende manieren ingeperkt. In de toekomst zal het niet anders zijn. Belastingconcurrentie tussen de 25 lidstaten van de Europese Unie zal ons land de komende tien jaar vermoedelijk dwingen het toptarief van de inkomstenbelasting verder te verlagen. Sinds 1990 is het maximumtarief al teruggebracht van 72 tot 52 procent. Dekking voor verdergaande tariefverlaging is te vinden door bestaande aftrekposten te snoeien. De grootste post – samen trekken huizenbezitters 24 miljard euro per jaar aan rente af – kan daarbij niet ongemoeid blijven.

Beperking van de renteaftrek betekent dat mensen minder kunnen lenen voor de aankoop van een huis. Dit drukt de huizenprijzen. Mogelijk komen de bankiers – die 60 procent van de hypotheekmarkt in handen hebben – dan net als een deel van hun relaties in de problemen. Om een ongewenste prijsschok op de woningmarkt te voorkomen, pleit de NVB er voor de hypotheekrenteaftrek slechts zeer geleidelijk te beperken.

Mocht de politiek besluiten de renteaftrek aan te pakken, dan het liefst op een weloverwogen manier die de markt het minst beroert. Deze opstelling van de NVB getuigt van wonderschone naïviteit. Politici uit de rechterhelft van het politieke spectrum willen helemaal niet nadenken over de fiscale behandeling van huizenbezitters. Bij de laatste Kamerverkiezingen volstond de VVD met de boodschap dat het eigen huis bij de liberalen veilig was. No way! Per 1 januari jongstleden is de renteaftrek belangrijk ingeperkt. Wie zijn huis met winst verkoopt, wordt sindsdien geacht die vermogenswinst te steken in de financiering van zijn nieuwe onderkomen. Alleen het verschil tussen de aankoopprijs (plus kosten) van de nieuwe optrek en de behaalde vermogenswinst mag nog met renteaftrek worden bijgeleend. Deze `bijleenregeling' was in het verkiezingsprogramma van geen van de drie coalitiepartijen te vinden. Sommigen zouden dat kiezersbedrog noemen.

In het rapport oppert de NVB dat de controverse over de hypotheekrenteaftrek primair een politieke discussie over een inkomensverdelingsvraagstuk is. Groot misverstand. De renteaftrek volgt uit het systeem van onze inkomstenbelasting. Daarin wordt het eigen huis gezien als bron van inkomen, net als arbeid (de bron van salaris, pensioen) en ondernemerschap (winstbron). Kosten die een belastingbetaler maakt voor de financiering van een bron van inkomen zijn aftrekbaar. Dus mogen zelfstandige ondernemers rente aftrekken over de lening die zij aangaan om hun bedrijf te financieren. Net zo mogen huizenbezitters de rente van hun hypothecaire financiering op het belastbare inkomen in mindering brengen.

De fiscale bevoordeling van mensen met een eigen huis schuilt dus niet in de renteaftrek, zoals vaak wordt beweerd, maar wél in de geringe opbrengst uit het eigen huis die zij bij hun inkomen tellen. Die bijtelling bedraagt nu 0,85 procent van de woningwaarde die is vastgesteld voor de gemeentelijke onroerendezaakbelasting. Het zou zuiver zijn die bijtelling geleidelijk op te trekken van 0,85 tot 4 procent. Niet van de woningwaarde, maar van het eigen geld dat in het huis zit. De fiscus neemt namelijk aan dat particulieren dit rendement van 4 procent ook maken op de rest van hun nettovermogen (het totale vermogen, verminderd met de uitstaande schulden). Over dit fictieve vermogensrendement van 4 procent van het nettovermogen is een vlaktaks van 30 procent verschuldigd.

Beleggen in de eigen woning zou dan echter fiscaal worden gediscrimineerd, want over broninkomen uit het eigen huis betaal je nu 42 of 52 procent belasting. Over het fictieve rendement op overige vermogensbestanddelen is daarentegen, zoals gezegd, slechts 30 procent verschuldigd. De meest consistente aanpak is de eigen woning in de toekomst net zo te behandelen als andere bestanddelen van het vermogen: belast 4 procent van het in het huis gestoken eigen geld weg tegen 30 procent. Zo'n aanpak is onlangs in deze krant ook bepleit door een van onze meest vooraanstaande fiscalisten, Leo Stevens. De consequentie van deze andere fiscale behandeling van de eigen woning is duidelijk. Wie 100 procent hypotheek neemt voor de aankoop van een huis, heeft daar geen eigen geld in zitten. Zijn nettovermogen is nul. Dus is ook de bijtelling nihil (4 procent van nul blijft nul), maar de hypotheekrente zou niet langer aftrekbaar zijn.

Zo'n ingrijpende wijziging van de fiscale behandeling van het eigen huis kan niet van de ene op de andere dag haar beslag krijgen. Dan krijgen de huizenprijzen een knauw. Maar de overgang naar een beter systeem hoeft geen dertig of vijftig jaar te duren. Een overgangsperiode van tien tot vijftien jaar lijkt voldoende om een crash van de huizenprijzen te voorkomen.