Voorjaarssof

Vergrijzend Nederland heeft afgelopen nacht toegeslagen. Het voorjaarsoverleg tussen het kabinet en de sociale partners is vannacht stukgelopen op de aanpassing van de regelingen voor vroegtijdig pensioen. De vakbeweging, met een oververtegenwoordiging van oudere werknemers in hun ledenbestanden, wilden niet meegaan met de voorstellen waarover het kabinet en de werkgevers het eens waren geworden. Ze hebben de herziening van de uittredingsregelingen opgeofferd aan de belangen van hun vergrijsde achterban, door vast te houden aan een collectieve regeling en door een blokkade op te werpen tegen de geleidelijke invoering van langer werken. De voorgestelde overgangsjaren bleken uiteindelijk voor de bonden onaanvaardbaar.

Er is nu een merkwaardige schaakstelling ontstaan. Het kabinet heeft overeenstemming bereikt met de werkgevers over een prepensioenleeftijd van 62,5 jaar die werknemers met individuele spaarregelingen een jaar kunnen verlagen. Als de bonden de komende dagen hiermee niet akkoord gaan – en dat ziet er niet naar uit – dan valt het kabinet terug op zijn oorspronkelijke inzet: pensioen op 65-jarige leeftijd. De werkgevers hebben daar niet zo'n probleem mee. De vakbeweging dreigt dat dan de afspraak voor voortgezette loonbevriezing in 2005 wordt opgezegd, al zal dat in de praktijk niet zoveel voorstellen. Oplopende werkloosheid werkt als een demper op looneisen en het kabinet heeft een tegenzet bedacht, namelijk intrekking van de zogenoemde algemeen verbindend verklaring waarbij CAO's voor een hele bedrijfstak van kracht worden verklaard. In dat geval staat de vakbeweging helemaal buitenspel.

Het overleg tussen de sociale partners en het kabinet staat bekend als het fundament van het poldermodel. In het verleden heeft dit lang niet altijd resultaat opgeleverd en zijn er bijeenkomsten geweest die zonder resultaat bleven. De onmin van afgelopen nacht moet dan ook niet worden overdreven, uiteindelijk komen de sociaal-economische vertegenwoordigers elkaar toch voortdurend tegen in Nederland. Maar FNV-voorman De Waal heeft wel een probleem. Met zijn onwrikbare stellingname tegenover het kabinet heeft hij zijn CNV-collega Terpstra in een moeilijke positie gemanoeuvreerd. De Waal speelt hoog spel, maar wekt de indruk van een stakingsleider zonder exit-strategie.

In alle Europese landen worstelen regeringen met de toekomstige betaalbaarheid van de sociale zekerheid en in het bijzonder de pensioenstelsels. Het verzet tegen hervormingen is groot, werknemers leveren hun verworven rechten niet klakkeloos in. Maar met straatprotesten verdwijnt de demografische zekerheid van de Europese vergrijzing niet en verbetert de verhouding tussen werkenden en niet-werkenden evenmin. Het kabinet verdient derhalve lof voor de moed om dit vraagstuk voor de lange termijn aan te pakken. Een waarschuwing blijft op zijn plaats. Er zijn beroepen waarin werknemers het fysiek niet tot hun 65ste volhouden, er bestaan kansen op verdringing van versleten ouderen naar de WAO, er kunnen zich problemen met jeugdwerkloosheid voordoen en oudere werknemers zijn bij Nederlandse werkgevers nog steeds niet populair. Er wordt met andere woorden maatwerk gevraagd en geen generieke aanpassing van de leeftijdsgrenzen bij de herziening van het prepensioen.