`Vader van het schone en goede, daal af'

Zal het Olympisch Stadion van Athene bij de opening op 13 augustus gereed zijn? Bij de eerste Spelen in 1896 was het behelpen voor veel toeschouwers: tijdnood zorgde er voor dat slechts de helft van de stoelen in marmer was opgeleverd.

De Franse baron Pierre de Coubertin (1863-1937) mag dan te boek staan als de initiatiefnemer tot de wederinvoering van de Olympische Spelen, de man die ze in 1896 in Athene daadwerkelijk mogelijk maakte was de schatrijke Griekse zakenman en filantroop George Averoff (1818-1899).

De Grieken zaten met de handen in het haar hoe de Spelen te financieren. Het plan bestond om het Panatheense stadion van Herodes Atticus, stammend uit de tweede eeuw maar waarvan vrijwel niets meer restte, opnieuw op te bouwen. Maar er was geen geld. De Griekse regering kampte met financiële problemen. Ten einde raad klopte het Grieks olympisch comité met een brief van kroonprins Constantijn aan bij Averoff (hij heette eigenlijk Apostolakis, maar had de naam overgenomen van zijn naar Rusland geëmigreerde broer).

Deze in Egypte levende handelaar in katoen en graan had zich al eerder genereus betoond voor zijn vaderland. Op zijn kosten waren een polytechnische hogeschool, een militaire academie en een jeugdgevangenis gebouwd. Averoff nam kennis van de olympische plannen en zei dat de heren hun gang konden gaan. Bijna een miljoen drachmen telde de zelf sober levende vrijgezel neer om het stadion in alle glorie – met het mooiste marmer – te laten herrijzen. Niet De Coubertin (hij werd in Athene genegeerd), maar Averoff werd door de Grieken geëerd met een standbeeld bij de sporttempel.

De onthulling daarvan gebeurde op 24 maart 1896, een dag voor de Spelen werden geopend. Kroonprins Constantijn (1868-1923), staand tussen zijn broers George en Nicolas, hield in de stromende regen een gloedvolle toespraak waarbij hij Averoff hogelijk prees. Daarna trok hij de Griekse vlag weg waaronder het standbeeld schuilging. Het in groten getalen aanwezige publiek riep aan het slot van de plechtigheid: `Lang leve de kroonprins! Lang leve Averoff! God zegene Griekenland!' Hoeden gingen de lucht in en volgens een verslag uit die tijd `blonken er tranen in vele ogen'.

Averoff zelf was in Alexandrië gebleven. Gezien zijn hoge leeftijd hadden zijn artsen hem ontraden de reis te ondernemen. Maar bekend was ook dat hij er niet van hield in het middelpunt van de belangstelling te staan.

Op 25 maart, de dag waarop Griekenland herdacht dat het (in 1829) zijn onafhankelijkheid op de Turken bevocht, begonnen de Spelen. Het weer was opgeknapt, de straten in het centrum van Athene versierd. Op bijna alle straathoeken werd muziek gemaakt. En masse trok het publiek naar de bureaus waar kaartjes werden verkocht. De toegangsprijzen waren laag gehouden: twee drachmen voor het onderste deel van de tribunes, een drachme voor de bovenste plaatsen. Er werd scherp op toegezien dat zwarthandelaren geen kans kregen.

Hoewel men er een jaar lang met man en macht in dag- en nachtploegen aan had gewerkt, was het stadion nog niet klaar (!). Nauwelijks de helft van de zitplaatsen was in marmer, de rest had men voorzien van houten banken. Het stadion in hoefijzervorm kon 50.000 toeschouwers bevatten. Die stroomden naar binnen toen om twaalf uur de poorten werden geopend, hoewel de opening van de Spelen voor half vier op het programma stond. `Wat zeer bijdroeg aan het fleurig spektakel was de feestelijke kleding der dames, de vrolijke kleuren van hun hoeden en parasols, de schitterende uniformen van de officieren en de pluimen op hun helmen.'

Duizenden die geen kaartje hadden kunnen bemachtigen of er geen geld voor hadden, trokken naar de heuvels die het stadion omringden om nog een glimp van de gebeurtenissen op te vangen. Alles bijeen zagen zo'n 60.000 mensen de openingsplechtigheid. Opmerkelijk, want Athene telde destijds nog geen 200.000 inwoners.

Om drie uur betraden koning George (1845-1913) en koningin Olga het stadion. In hun gevolg prinses Marie met haar verloofde, grootvorst George Michailowitsj, andere leden van de koninklijke familie, ministers, hoogwaardigheidsbekleders en leden van het olympisch comité. Ze werden verwelkomd door kroonprins Constantijn en prins George, die beiden een flink aandeel hadden in de organisatie van het evenement.

De kroonprins richtte zich tot zijn vorst en vader: `Moge, sire, de wederinvoering van de Olympische Spelen de banden van vrienschap verstevigen tussen het Griekse volk en andere naties, waarvan de afgevaardigden hier aan de viering van de eerste internationale Olympische Spelen zullen deelnemen. Moge hun introductie er toe leiden dat de belangstelling voor de lichamelijke oefening zal toenemen en onze patriottische en nationale gevoelens versterken. Mogen de Olympische Spelen een nieuwe generatie inspireren om een waardige opvolger te worden van haar voorvaderen.'

Daarop verzocht de kroonprins koning George de Spelen officieel de openen. De vorst verrees van zijn zetel en riep met krachtige stem: `Hierbij verklaar ik de eerste internationele Olympische Spelen voor geopend. Lange leve Griekenland, lang leven het Griekse volk!'

Negentig procent van de toeschouwers had van dit alles niets verstaan, want microfoons bestonden nog niet. Maar het volk begreep wel dat er iets plechtigs was gebeurd en liet luide bijval horen. Een aantal orkesten en een koor van 150 man stelden zich daarna op het middenveld op om de olympische cantate ten gehore te brengen. De muziek was gecomponeerd door Spyridon Samaras (1863-1917) die ook als dirigent optrad. De woorden waren van de dichter Costis Palamas (1859-1943).

`Onsterfelijke geest van de oudheid, vader van het ware, het schone en het goede, daal af, openbaar u, laat uw licht schijnen over deze plaats en onder deze hemel die als eerste getuige was van uw onvergankelijke glorie. Geef leven en bezieling aan deze Spelen, werp bloemenkransen naar overwinnaars in de strijd en zorg voor een ijzeren wil in ons lichaam, oh onsterfelijke geest van de oudheid!'

De cantate maakte zo veel indruk dat koning George om een herhaling vroeg. Daarmee was de officiële opening voorbij. Merkwaardig was dat de bijna driehonderd deelnemers aan de Spelen bij dit alles geen enkele rol speelden. Volgens het officiële gedenkboek van de Spelen stonden de atleten an de zijkant opgsteld in een rechte lijn. Na de opening werd meteen begonnen met de series 100 meter.

Vijftienhonderd jaar nadat de Romeinse keizer Theodosius de Olympische Spelen in Olympia had verboden zagen ze in Athene opnieuw het levenslicht.