Softwarepatent: akkoord Europa

Ministers van de EU-lidstaten hebben gisteren een akkoord bereikt over een omstreden richtlijn voor softwarepatenten. Zij verwierpen bezwaren van het Europarlement, dat een minder vergaande patentering wenst. Het Europarlement, dat medebeslissingsrecht heeft, vreest dat vooral grote bedrijven profiteren. Lidstaten en Europarlement moeten later dit jaar proberen op één lijn te komen.

Kleinere softwarebedrijven en ontwikkelaars van vrije software hebben sterk gelobbyd tegen de richtlijn, omdat de innovatie op basis van de gepatenteerde software zou worden bemoeilijkt. Volgens minister Brinkhorst (Economische Zaken) zijn de bezwaren op ,,misinformatie'' gebaseerd. ,,De richtlijn gaat veel minder ver dan de praktijk in de Verenigde Staten, waar alle software kan worden geoctrooieerd'', zei Brinkhorst.

Volgens de ontwerprichtlijn zijn slechts patenten mogelijk op software die direct is gekoppeld aan hardware, waarbij sprake moet zijn van een duidelijke technische toevoeging. De ministers hebben in een amendering nog eens benadrukt dat een patent op pure software niet mogelijk is. Hiervoor gelden regels van copyright. Zo kan volgens de ontwerprichtlijn – in tegenstelling tot de Amerikaanse praktijk – geen patent worden verleend op bedrijfsmethoden.

Eurocommissaris Bolkestein (Interne Markt) onderstreepte dat de patenten ,,niet kunnen worden gebruikt om legitieme concurrentie de nek om te draaien of om anderen toegang tot technologie en ideeën te verhinderen''. Hij noemde het akkoord ,,een belangrijke bijdrage aan de Europese concurrentiekracht en de interne markt''. Nu gelden in de lidstaten nog uiteenlopende regels.

Het Europarlement aanvaardde onlangs amenderingen op de ontwerprichtlijn om de mogelijkheden voor softwarepatenten te beperken op het gebied van interoperabiliteit en databehandeling. In september zal het Europarlement zich in tweede lezing over de richtlijn buigen. De verwachting is dat uiteindelijk een zogenoemde conciliatieprocedure nodig is om tot een compromis met de EU-lidstaten te komen.