`Rekenschap is zaak van lange adem '

De derde woensdag in mei is sinds vijf jaar in Den Haag Verantwoordingsdag, ook wel Woensdag Gehaktdag genoemd. Volgens de Rekenkamer gaat het hiermee steeds iets beter.

Rekenkamerpresident Saskia Stuiveling kan het niet vaak genoeg zeggen. Het hele proces van verantwoording afleggen over het gevoerde beleid is een proces van lange adem. De komende vijf jaar zijn cruciaal voor het al dan niet slagen van het omzetten van de begroting in een stapel conrete, meetbare doelstellingen.

Aan het begin van de middag bood Stuiveling het parlement voor de vijfde keer in de geschiedenis de commentaren aan die de Algemene Rekenkamer heeft op de departementale jaarverslagen. Van in totaal 650 miljoen euro is niet helemaal duidelijk of dit op juiste wijze is besteed, maar de Rekenkamer is toch tevreden over het financieel beheer, het materieel beheer en de rechtmatigheid van het rijk. Maar er moet nog veel verbeteren, vindt Stuiveling.

Wat is het ergste dat u bent tegengekomen in de begrotingen van vorig jaar?

,,Bij Defensie schort er het een en ander aan het materieelbeheer. Op dat departement is een enorme bezuinigingsoperatie aan de gang hetgeen druk zet op de houdbaarheid van de systemen. Er ontbreekt bijvoorbeeld informatie over de munitievoorraden, over de wapen- en kledingdepots.''

Ze zijn kogels en geweren kwijt?

,,Dat is het probleem, dat weten we niet, maar het zou kunnen. Maar ze reageren adequaat op Defensie, ze vinden het ook een ernstige zaak. Minister Kamp heeft inmiddels toegezegd dat dat probleem opgelost wordt.''

U zegt: dat hangt samen met de bezuinigingsoperatie. Is er onvoldoende nagedacht over de effecten daarvan op Defensie?

,,Dat kun je niet zo zeggen. Het is geen één-op-één relatie. Maar als er ingekrompen moet worden, is het logisch dat de prioriteiten anders komen te liggen. We zien wel dat de bezuinigingen risico's met zich meebrengen voor de administratieve organisaties.''

Het financieel beheer van het rijk is verbeterd ten opzichte van 2002. En dat terwijl ook 2003 nog een roerig politiek jaar was. Is daarmee niet aangetoond dat dit meer een ambtelijk dan een politiek proces is?

,,Niet als je bedoelt dat het cijferfetisjisme is, dus bureaucratisch in de negatieve zin van het woord. Politieke rust is goed voor het verantwoordingsproces, maar natuurlijk moeten de doelstellingen ook ambtelijk ondersteund worden. Vorig jaar was er onvrede over onze aanpak. Dat is vanuit een ambtenaar geredeneerd ook logisch. Je hebt je dagelijkse dingen, moet een nieuwe minister inwerken, beleid maken en intussen ook nog eens alles vertalen in doelstellingen omdat de Rekenkamer dat zegt. Zo wordt dat althans ervaren. Maar wij zijn ervan overtuigd dat het uiteindelijk minder inspanning kost om de effecten van beleid boven tafel te krijgen dan op de oude manier.''

Sommige departementen hebben jaarverslagen ingediend van driehonderd pagina's en meer. Lijkt dan niet meer op verhullen?

,,We zijn nu een metershoge berg aan beleid aan het omzetten, langs de definities van het nieuwe verantwoorden. Over alles moet opnieuw worden nagedacht. Het zou best kunnen dat de verslagen de komende jaren nog veel dikker worden omdat pas een klein deel van het beleid nu echt verantwoord is. Wat ik bemoedigend vind is dat departementen die in hun begroting voor 2003 conrete doelstellingen hebben genoemd, ook in hun jaarverslagen een goede verantwoording kunnen afleggen over die doelstellingen. Laten we niet diegenen die hun kop boven het maaiveld uitsteken meteen aanpakken.''

Een concreet voorbeeld. Minister Zalm (Financiën) stelde zich in 2003 ten doel het begrotingstekort rond de 0,5 procent te houden. Maar het tekort bedraagt nu ruim 3 procent. Krijgt hij van u een gele kaart?

,,Nee, want wij gaan niet over het aanpassen van doelstellingen. Als Zalm goed kan uitleggen waarom dat is gebeurd, krijgt hij juist een plusje in plaats van een minnetje. Het politieke oordeel over Zalm moet de Tweede Kamer geven.''

Maar misschien is Zalm wel van totaal verkeerde veronderstellingen uit gegaan toen hij zei dat hij op 0,5 procent uit zou komen.

,,Dat zou kunnen, en dat proberen we ook te achterhalen. Als dat zo is, dan geven wij aan waar volgens ons de doelstellingen op onjuiste informatie gebaseerd zijn, zodat dat een volgende keer voorkomen kan worden.''

Dat raakt de kern van het probleem. Is de informatie die in de begrotingen staat eigenlijk wel de juiste informatie om doelstellingen op te baseren?

,,Deels, en dat is een punt van zorg. We zijn in Nederland niet zo goed in het aan elkaar koppelen van de verschillende organisaties die het het beleid uitvoeren. Er zijn ongeveer 3.200 instellingen op afstand van het rijk, zoals lokale overheden en waterschappen, maar ook politiekorpsen, arbeidsbureaus, het UWV, de hogescholen en ga zo maar door. Die verzamelen allemaal de informatie die zij nodig denken te hebben om hun eigen doelstellingen te bereiken. Om al die informatie bij elkaar te krijgen op dusdanige wijze dat een minister er wat mee kan, zorgt voor druk op die organisaties. Ze willen hun autonomie niet kwijt. Wij geven aanbevelingen hoe dat beter kan.''

Hoe ziet de ideale Verantwoordingsdag er voor u uit?

,,Dat is een dag waarbij we het niet meer hoeven te hebben over rechtmatigheid, niet meer over financieel beheer en materieel beheer, maar over de uitkomsten van het beleid. De effecten ervan en dat we ons daar eventueel zorgen over maken. En dat moment komt dichterbij.''

Maar van nog geen veertig procent van het beleid dat vorig jaar is uitgevoerd is toetsbaar wat de effecten zijn.

,,Dat klopt, maar het is al meer dan het jaar ervoor. De cultuur begint zich nu een beetje te vestigen. Maar ambtenaren vinden het nog steeds interessanter om naar het begin van een beleidsproces te kijken dan het hele proces tot aan de uitvoering te overzien.''

Hoe komt dat?

,,Het zit in de menselijke natuur. Je begint aan de voorkant, de rest komt dan als vanzelf. Wij zeggen dat je eigenlijk aan het eind van het proces moet beginnen. Niet het beleid is het doel, maar wat je er mee wilt bereiken. We zitten dicht tegen het moment aan waarin het verantwoordings-proces zal gaan versnellen, is mijn gevoel. Hier ligt een taak voor de Tweede Kamer. Als Kamerleden met een minister kunnen debateren over de effecten van het beleid in plaats van over onvolkomenheden in de bedrijfsvoering, dan zijn we waar we wezen moeten.''