Natuur is geen sprookjeswereld

De onlangs door het kabinet gepubliceerde Nota Ruimte wordt ten onrechte afgezet tegen een Nederland dat niet meer bestaat, meent Wim Derksen.

De Nota Ruimte is in de media slecht ontvangen. Het commentaar in de kranten en op televisie was zelfs genadeloos. Het zou de nota niet alleen ontbreken aan een visie op de ruimtelijke ontwikkeling in Nederland, het kabinet was zelfs bezig de laatste schoonheid van ons landschap te verkwanselen.

Maar is die nota nu werkelijk zo afwijkend van alles wat we voordien op dit gebied hebben gezien? De Nota Ruimte moet wel in het juiste perspectief worden geplaatst.

Zeker op het eerste gezicht wijkt de Nota Ruimte sterk af van alle voorgaande nota's voor de ruimtelijke ordening. Zonder veel omhaal van woorden wordt de internationale concurrentiepositie van Nederland, dus de economie, vooropgesteld. De ruimtelijke ordening moet met name daaraan dienstbaar zijn.

Het begrip ruimtelijke kwaliteit komt slechts sporadisch voor en wordt niet meer als doel van beleid opgevoerd. Verheven woorden laten zich op de vingers van één hand tellen. Het is vooral een pragmatische nota, waarin nadrukkelijk wordt gepleit voor decentralisatie. Het is een nota zonder vergezichten, waarin toch duidelijke politieke keuzen worden gemaakt.

Toch vraag ik me af of het verschil met de Vijfde Nota nu werkelijk zo groot is als velen menen. In zijn uitwerking was die nota immers helemaal niet zo radicaal. En waar vertaalden de mooie woorden van de Vijfde Nota zich in daadwerkelijk beleid? Overigens was die nota veel minder centralistisch dan velen dachten. Qua toonzetting mag er een groot verschil zijn tussen de Vijfde Nota en de Nota Ruimte, in de uitwerking zijn die verschillen veel minder groot.

Bovendien lijken de critici de Nota Ruimte vooral te vergelijken met een ideaalbeeld dat aan elke maatschappelijke dynamiek voorbij lijkt te gaan. Het is het ideaalbeeld van stad en land, van rust en ruimte, en van een overheid die elke ruimtelijke ontwikkeling effectief in de hand weet te houden.

Critici spreken over het Groene Hart als een natuurgebied zonder enige dynamiek, terwijl de woningbouw en de werkgelegenheidsgroei in dit gebied in werkelijkheid boven het Nederlandse gemiddelde liggen. Ze lijken de Nota Ruimte af te zetten tegen een Nederland dat zich nog laat afbeelden op simpele kaarten, terwijl het tegenwoordige Nederland wordt gekenmerkt door mobiliteit, dynamiek en verrommeling. Ik kan me heel goed vereenzelvigen met de mensen die zich zorgen maken over de verrommeling van Nederland, maar het mag geen reden zijn om voor deze werkelijkheid de ogen te sluiten.

Om dezelfde reden is het positief dat dit kabinet openlijk kiest voor een groter Schiphol, terwijl vorige kabinetten wilden doen geloven de groei van Schiphol tegen te gaan, terwijl de beleidspraktijk het tegendeel bewees.

Zo vroeg ik me bij alle kritiek op de Nota Ruimte af, waaraan de critici refereerden: aan de sprookjeswereld van de Vijfde Nota of aan de maatschappelijke realiteit? De schrijver/dichter Willem van Toorn maakte het nog bonter (Opinie & Debat, 15 mei): hij erkende de realiteit én wenste terug te keren naar de sprookjeswereld van Jac. P. Thijsse.

Daarbij komt dat de critici niet alleen de werkelijkheid veel mooier voorstellen dan zij is, ook overschatten zij de betekenis van de Nota Ruimte. Zo maakt het kabinet de belofte van decentralisatie maar zeer gedeeltelijk waar; het rijk blijft op zeer veel terreinen een vinger in de pap houden.

Bovendien: zouden de lokale overheden, met hun grotere bevoegdheden, het nieuwe rijksbeleid wel klakkeloos gaan uitvoeren? Betekent decentralisatie niet juist dat de politieke afweging voortaan op een ander niveau zal moeten plaatsvinden? En als bij de provincies en gemeenten nu eens kleine `Pronkjes' de dienst blijken uit te maken, zou er dan werkelijk zoveel veranderen?

Nee, de critici van de Nota Ruimte overdrijven de breuk met het verleden op twee manieren: ten eerste zetten ze de nota af tegen hun eigen droomwereld en ten tweede zal zij in de praktijk een veel minder grote beleidswijziging blijken te zijn dan nu, ook door het kabinet, wordt gesuggereerd.

Intussen zal het voor minister Dekker van VROM een hele opgave zijn de nota tot een succes te maken, als de kans daarop al niet definitief is verkeken.

De minister had er beter aan gedaan het afgelopen half jaar publiekelijk aan te geven wat de problemen waren waarop zij een antwoord wenste te formuleren. Dan was de Nota Ruimte het sluitstuk geworden van een interessant publiek debat, in plaats van het begin van een publiek debat dat, naar te vrezen valt, nauwelijks van de grond zal komen.

Prof.dr. Wim Derksen is directeur van het Ruimtelijk Planbureau en hoogleraar bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.