Loretta Lynn

Sinds de speelfilm Coal Miners Daughter (1980) over haar veelbewogen leven werd er in de reguliere popwereld weinig meer vernomen van Loretta Lynn. De mijnwerkersdochter uit Kentucky bleef een gerespecteerd countryzangeres, die echter hopeloos verstrikt raakte in de gladde hitfabriek van Nashville. Totdat Jack White van The White Stripes zijn hippe garagerock-aura op haar liet afstralen, eerst met een gezamenlijk optreden bij de Grammy Awards en nu met het door White geproduceerde album Van Lear Rose. Een Johnny Cash-achtige artistieke renaissance werd het net niet, maar het is een weelde om de 69-jarige zangeres nog eens zonder fondant-achtige orkesten of foute synthesizers en met ruige gitaren en een ouderwets jengelende steelgitaar te horen. Haar songschrijverstalent is onaangetast in het autobiografische titelnummer, over haar moeder die de bloem van de kolenmijnen was, en het vileine `Family tree' waarin ze de nieuwe vlam van de vader van haar kinderen eens goed de oren wast. Het duet `Portland, Oregon' met Jack White is grappig omdat Whites hoge timbre bijna exact in Loretta's register zit. Slotnummer `Story of my life' getuigt van de humor en het doorzettingsvermogen die Loretta Lynn in staat stelden deze gedurfde en bij vlagen indrukwekkende cd te maken.

Loretta Lynn: Van Lear Rose (Interscope/Universal)