Ieder mens zijn leermomenten

Om de kenniseconomie op peil te houden wil de overheid dat meer mensen opnieuw gaan studeren. Maar voor wie voltijds werkt of niet over de juiste papieren beschikt, is een vierjarige studie vrijwel onmogelijk. Door het Erkennen van Verworven Competenties kunnen aankomende studenten vrijstellingen krijgen voor een aanzienlijk deel van hun opleiding. ,,Waardering voor wie je wérkelijk bent, werkt zeer motiverend.''

Caroline Oort (37) straalt van trots als ze haar portfolio laat zien: een map met zo'n zeventig formulieren, brieven en beschrijvingen van ervaringen die ze heeft opgedaan in de marketingwereld. Haar jarenlange ervaring heeft haar een vrijstelling opgeleverd voor de propedeuse van de opleiding Communicatie. Oort is een van de tien studenten van het Instituut Deeltijd-heao in Amsterdam die met succes een procedure Erkennen Verworven Competenties (EVC) hebben doorlopen, een procedure waarmee aantoonbare werkervaring met vrijstellingen wordt beloond.

Als marketingcommunicatieadviseur bij een communicatiebureau werkte Oort zeven jaar op hbo-niveau, maar zonder het bijbehorende diploma. Ze bedacht, analyseerde en droeg de eindverantwoordelijkheid voor strategische marketingcommunicatieplannen en -campagnes, maakte begrotingen en offertes, en stuurde een vijfkoppig team aan. Maar het bureau waar ze werkte ging failliet en in juni 2003 moest ze op zoek naar een nieuwe werkkring. Zonder hbo-diploma bleek het echter onmogelijk om een baan te vinden die aansloot bij haar werkervaring; met haar Schoevers-diploma en een aantal cursussen marketing bij een particulier instituut was ze zwaar ondergekwalificeerd. Oort: ,,Zo'n personeelsfunctionaris kijkt op het cv toch naar je officiële diploma's. Die had ik niet. Naar mijn werkervaring keken ze dan al niet eens meer. Maar om op mijn leeftijd nog een vierjarige hbo-studie te moeten volgen, zag ik niet zitten.'' Tot ze op een open dag van het Instituut Deeltijd-heao stuitte op de mogelijkheid om op de Hogeschool van Amsterdam een EVC-procedure te volgen, waarmee ze de studietijd met maximaal zes semesters kon bekorten.

De EVC-procedure is bedoeld om bestaande, maar niet gecertificeerde kennis en bekwaamheden te benutten. De Europese Unie streeft ernaar om in 2010 de meest concurrerende kennis- en markteconomie ter wereld te zijn. Het aandeel hoger opgeleiden van de Nederlandse beroepsbevolking ligt met 26 procent vrij laag, vergeleken bij landen als Frankrijk (35 procent) en België (37 procent), zo blijkt uit cijfers van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Voor de periode tot 2008 voorziet het Researchcentrum Onderwijs en Arbeidsmarkt een stijging van de vraag naar hoger opgeleiden met 4,8 procent (hbo) en 4,7 procent (wo) per jaar, maar de instroom van afgestudeerden op de arbeidsmarkt blijft met respectievelijk 3,7 en 3,3 procent beduidend achter bij de vraag. Met `Erkennen van eerder Verworven Competenties' wordt het mogelijk om de kennis en ervaringen die iemand buiten het reguliere onderwijs heeft opgedaan mee te laten wegen in de beoordeling en te belonen met officiële diploma's, certificaten of vrijstellingen. De overheid hoopt daarmee herintreders of ondergekwalificeerden te stimuleren toch weer een studie binnen het reguliere onderwijs te volgen.

Wat ooit begon als initiatief van het ministerie van Economische Zaken om voortijdige schoolverlaters op een krappe arbeidsmarkt een herkansing te bieden, is uitgegroeid tot een populair instrument voor loopbaanvorming en -sturing. Ans Grotendorst, partner bij onderwijsaviesbureau Kessels & Smit en lid van de Onderwijsraad, is betrokken bij de introductie van EVC-procedures op verschillende regionale opleidingscentra (ROC) en Hogescholen. In haar visie zijn de `leerwegen' van mensen gevarieerder geworden, en is de gedachte dat je alleen leert in een schoolse situatie hopeloos achterhaald. Ook vrijwilligerswerk, hobby of zelfs het huishouden worden beschouwd als mogelijke `leerbronnen'. Mensen wisselen steeds vaker werk en studie met elkaar af, of beginnen pas later aan een beroepsopleiding. Om aan de individuele behoeften van dit nieuwe type student tegemoet te komen, dienen hogescholen nieuwe vormen van beoordelen te ontwikkelen die recht doen aan de eerdere ervaringen van de student. Waar het accent in de vroegere `schoolse' beoordelingsvormen vooral lag op het overhoren van feitenkennis, kijkt men nu of iemand de handelingen die hij later in de beroepspraktijk nodig heeft ook daadwerkelijk beheerst, bijvoorbeeld door assessments of praktijkopdrachten af te nemen. Grotendorst: ,,In een assessment laten mensen zien wat ze kunnen. Wat je kan, hoef je niet nog eens te doen. Die paar dingen die overblijven worden vervolgens het leertraject. Je maakt de mensen daarmee minder afhankelijk van hóé ze iets geleerd hebben; je meet alleen nog wat iemand kán.''

In het middelbaar beroepsonderwijs werkt naar schatting al bijna de helft van de onderwijsinstellingen met EVC. Naar aanleiding van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs worden de vereisten voor alle mbo-opleidingen in zogenoemde `eindtermen' geformuleerd. De vertaalslag van praktijkervaring naar opleidingsniveau is daarmee gemakkelijk te maken.

Vooral in de zorg, waar traditioneel veel herintreders werken, en in de metaal, waar het vaak voorkomt dat iemand zonder diploma's een vak helemaal in de praktijk leert, is EVC inmiddels gemeengoed.

Peter Kok (47) bijvoorbeeld werkt al 31 jaar bij Corus, het voormalige Hoogovens, in IJmuiden. Op de middelbare school was hij ,,geen hoogvlieger'' en droomde hij ervan profvoetballer te worden. Hij kon slecht lezen en schrijven door ,,een foutje in de coördinatie tussen oog en hersenen''. Op zijn veertiende hield Peter Kok het reguliere onderwijs voor gezien. Nu, ruim dertig jaar later, is hij een specialist op het gebied van het monteren, uitlijnen en testen van draai- en gelijkstroommotoren.

Het lag voor de hand dat Kok zou doorgroeien naar de functie van afdelingscoördinator, maar daarvoor had hij wel een diploma op niveau vier van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) nodig. Kok volgde een middenmanagementcursus in de avonduren, maar zakte voor het examen. Niet omdat hij de leerstof niet begreep, maar omdat het schrijven hem slecht afging: ,,Techneuten als ik leren nu eenmaal op de automatische piloot.''

Om het benodigde diploma alsnog te bemachtigen, bood Corus hem een EVC-procedure aan. Het Nova College/ROC in Haarlem deed een werkplekonderzoek en een particulier bureau voerde het assessment uit. Kok bleek slechts een korte scriptie verwijderd van het diploma Technicus, niveau vier. Kok is blij dat hij deze kans alsnog heeft gekregen: ,,Waardering voor wie je wérkelijk bent, werkt zeer motiverend.''

Het meten van `Verworven Competenties' bepaalt de kwaliteit en de geloofwaardigheid van de procedure. Op het Instituut Deeltijd heao in Amsterdam heeft de invoering van de EVC-methodiek geleid tot een structurele herziening van de vijf opleidingen die via een EVC-procedure toegankelijk zijn: Bedrijfseconomie, Commerciële Economie, Communicatie, Management Economie en Recht, en Bedrijfskundige Informatica.

Een gigantische klus, volgens Antoinette van Berkel, projectleider EVC van het Instituut: ,,Zodra je mensen gaat beoordelen op zaken die ze buiten de opleiding hebben geleerd, moet je ervoor zorgen dat ze dezelfde zaken ook ín de opleiding doen, anders kun je ze niet ter beoordeling één op één naast elkaar leggen.'' Het gehele curriculum van de opleidingen werd vertaald naar competentieprofielen zoals die in de beroepspraktijk gangbaar zijn. Welke handelingen liggen er precies ten grondslag aan een goed marketingplan, aan welke criteria moet het voldoen? Om deze zogeheten beroepscompetenties te definiëren en de beoordelingscriteria op `het veld af te stemmen', is Van Berkel uitvoerig bij deskundigen uit de praktijk te rade gegaan. Daarnaast is ernaar gestreefd om de opleidingen zó in te richten dat er geen gaten vallen, zodat de student met vrijstellingen zijn studie achter elkaar kan doorlopen.

EVC kent nog geen universitaire toepassingen. Tot nu toe wordt EVC vooral gebruikt in middelbare en hogere beroepsopleidingen, en is het nog maar de vraag of wetenschappelijk onderwijs zich leent voor beoordelingsvormen die zijn gebaseerd op het meten van beroepscompetenties. Desondanks ziet Ruud Klarus, lector aan de Hogeschool Arnhem-Nijmegen (HAN) en auteur van het proefschrift Competenties Erkennen, genoeg mogelijkheden: ,,Veel universitaire studies zijn in feite beroepsopleidingen. Studies als diergeneeskunde, medicijnen, rechten, maar ook sommige gammastudies, zijn gericht op wat de student straks in de praktijk gaat doen.''

Maar net als bij de hogescholen ligt de grootste uitdaging in het loslaten van de academische vakkenindeling ten gunste van het competentiegericht onderwijs, om daarmee de kennis die er al is, in beeld te brengen. Volgens Klarus is een omslag nodig om mee te kunnen concurreren in Europees verband. Hij ziet daar een taak voor de overheid. ,,In feite laat je een van de belangrijkste aspecten die we hebben in Nederland, het menselijk kapitaal, onbeschreven en onbenut.''