Het Beeld

Er kwam wat theater bij kijken, maar het ging dan ook om een ritueel van historische betekenis. In meer heetgebakerde culturen zou er geschreeuwd en gescholden zijn, maar het Nederlandse poldermodel werd symbolisch begraven met het passende tegendeel van consensus en overleg: de weigering van een uitgestoken hand.

Uiteindelijk accepteerde FNV-voorzitter De Waal nukkig toch de hand van minister De Geus (Sociale Zaken) aan het begin van het Voorjaarsoverleg in de Stichting van de Arbeid. Beiden ensceneerden hun haat een beetje. De Waal weigerde met de woorden: ,,Je hebt toch al een hand van me gehad?'', waarop De Geus toelichtte dat het op verzoek van de televisie over moest. De boze vakbondsman wist dat ook wel, en daarom deed hij het juist niet.

Er staat meer op het spel dan de leeftijd voor VUT of prepensioen. In Den Haag Vandaag zei De Geus dat De Waal zijn leden vertegenwoordigde, maar hijzelf zo'n beetje iedereen, dus ook de jongeren die geen vakbondslid zijn. Deze Thatcheriaanse aanval op de representativiteit van het SER-model werd even later versterkt door het commentaar van een coalitiegenoot, voormalig SER-voorlichter en nu Tweede-Kamerlid Bakker (D66). Die liet doorschemeren het wel goed te vinden als het overleg uit elkaar zou klappen. Het wordt immers tijd om al die sociale eenheidsworst maar eens kritisch tegen het licht te houden. Blufpoker met de vakbonden, door partijen die niet op winst staan in de peilingen, is spelen met vuur in het land met de minste stakingsdagen van Europa.

Historisch waren ook de door Andere tijden en VPRO's Import gereleveerde lessen die Amerika niet geleerd heeft in Indo-China. De Belgische documentaire Pol Pot, The Killing Embrace liet zien hoe tactische blunders van de VS Cambodja in 1975 in de armen dreven van een paranoïde dictator. Weinig later begon de revolutie haar eigen kroost op te eten, letterlijk zelfs. De lever en de milt van vermoorde kinderen werd verorberd met kruiden en kokosmelk. Deze les pleit dus voor het niet in de steek laten van de Irakezen én de noodzaak van het corrigeren van president Bush' onnozelheid door zijn bondgenoten.

Nog pijnlijker was de uitzending in Andere tijden van de met een Oscar bekroonde korte documentaire Interviews with My Lai Veterans (Joseph Strick, 1971). Vijf Amerikaanse deelnemers aan het bloedbad in een Vietnamees dorp op 16 maart 1968 – onthuld door journalist Seymour Hersh (nog steeds verbonden aan The New Yorker) – vertellen hoe ze gemotiveerd waren na het sneuvelen van kameraden door landmijnen. De CIA had verteld dat die mijnen recentelijk waren neergelegd door bewoners van My Lai. De opdracht luidde search and destroy: vernietig alles (niet: `iedereen', maar bedoeld werd mensen, dieren en huizen) wat je er tegenkomt. Wie niet direct meedeed werd bedreigd met de dood en later met de nek aangekeken. Uiteindelijk veroordeelde een krijgsraad voor dit `exces' slechts een lage officier, lt. Calley. Mooie televisie, zonder expliciete beelden, maar met veel verontrustend vertrouwde woorden.