Godard is nog gewelddadiger dan Tarantino

In Cannes ging de nieuwste film van Jean-Luc Godard in première. `Notre musique' gaat over geweld, maar mikt meer op de hersenen dan op de zintuigen.

Voor sommige films op het festival van Cannes – de systematiek erachter is niet helemaal duidelijk – verschijnen drie grote letters op het scherm: JLG. En dan (hommage à). Dan beginnen mensen in de zaal al te fluiten, anderen te klappen. Daarna wordt een losse scène vertoond uit de films van Jean-Luc Godard, ooit de onbetwiste voorman van de nouvelle vague.

Er is een scène uit Bande à part, waarin een vrouw en twee mannen van de ene kant van het Louvre naar het andere rennen, een scène die onlangs nog werd aangehaald in The Dreamers van Bernardo Bertolucci. Er is een scène uit Le Mépris, waarin Brigitte Bardot haar man bedriegt op Capri. En een scène uit Les Carabiniers, waarin een jonge soldaat in de bioscoop naar het scherm loopt om beter de naakte actrice te kunnen bekijken als ze in bad stapt.

Het zijn scènes uit een voorbije, voorgoed voorbije glorietijd van de Franse film. Daarom klappen sommige mensen zo hard. Dat de anderen fluiten, is omdat ze blij zijn dat die tijd voorbij is. Dat zijn de mensen die vinden dat de keiharde Koreaanse film Old Boy een Gouden Palm moet krijgen omdat die alle zintuigen beroert. En het zijn de mensen die tegen elkaar fluisteren dat je Saw moet gaan zien. ,,Die is nog erger dan Se7en.''

Ze zullen vast niet klappen voor Godards nieuwste film, Notre musique. Die gaat wel over geweld, maar dan op een manier die vooral op je hersens mikt en niet op al je zintuigen. Misschien dat ze het begin wel waarderen, een lange montage van oorlogsbeelden, uit speelfilms en uit nieuwsuitzendingen geknipt. We zien Romeinse soldaten, cowboys en indianen, ridders, bommenwerpers en zomaar daartussen één veelzeggend shot van een Amerikaans vlaggetje op een limousine.

De oorlogsbeelden vormen deel 1, de hel, van Notre musique. Deel 2, het vagevuur, bestaat uit een reeks dialogen en monologen in Sarajevo, van een joods meisje met een Palestijnse schrijver, van indianen en de Duitse ambassadeur, en van Godard zelf, die studenten leert kijken. Hij houdt een foto van ruïnes op. De studenten raden. Stalingrad? Sarajevo? Hiroshima? Het is Richmond, Virginia, tijdens de Amerikaanse burgeroorlog. De naam geeft de foto een andere betekenis. Deel 3 is de hemel, een kuststrook bewaakt door Amerikaanse Marines.

Na afloop greep een Fransman naar zijn hart. ,,Dit is de meest gewelddadige film van het festival. Vergeet Kill Bill.''

Gisteren ging The Ladykillers in première, ook gewelddadig maar niet zoals Old Boy of Notre musique. De gebroeders Coen hebben de klassieke komedie van de Engelse Ealing-studio's overgemaakt, met Tom Hanks in de rol die toen voor Alec Guiness was. Het is wel even wennen. Hanks is de zoetgevooisde `professor' die een kamer komt huren bij een oude dame met de bedoeling vanuit haar huis een tunnel te graven naar een nabijgelegen kluis. In die rol is Hanks wat George Clooney was in de vorige twee Coen-films, declamator van de heerlijke zinnen van de Amerikaanse broers. Bij Clooney werkte dat toch beter.

Gelukkig is er, zoals altijd in Coen-films, een stoet van kleurrijke karakters die in korte, hilarische scènes aan ons worden voorgesteld. De beste is Mr. Pancake (J.K. Simmons), explosievenexpert met geïrriteerde darmen. Al zijn voorstellen worden afgewezen, hij accepteert alles welgemoed met een stem die uit het onderste van contrabas komt.

Het is met The Ladykillers zoals met alle films die de Coen-broers na Fargo (1996) maakten, je denkt steeds: ze zijn wel eens beter geweest. Maar intussen is het toch nog erg goed.