Florentijnse courgettes

Maak eerst de bechamelsaus. Laat de boter smelten in een kleine, zware pan. Roer er de bloem door en laat onder af en toe roeren een paar minuten bakken. Giet er kloppend de hete melk bij en breng aan de kook. Draai het vuur laag en laat een paar minuten zachtjes koken. Breng op smaak met het zout, wat peper en nootmuskaat. Neem de pan van het vuur en laat de saus afkoelen.

Stoom de courgettes 10 minuten, of tot ze net gaar zijn. Zet ze anders, zo nodig in porties, 3 tot 5 minuten in de magnetron op 100 procent. Snijd de courgettes in de lengte doormidden en schep er met een lepel het vruchtvlees uit. Zorg dat u niet door de schil gaat; de wanden moeten circa 5 mm dik zijn. Hak het vruchtvlees van de courgettes.

Was de spinazie en hak de blaadjes grof. Verhit de olijfolie in een grote koekenpan op een matig vuur. Doe er de knoflook en peterselie in en laat een paar minuten bakken tot de knoflook gaar is. Voeg het vruchtvlees van de courgettes toe en bak nog een paar minuten op een middelhoog vuur. Schep er de spinazie door en leg het deksel op de pan. Laat onder af en toe omscheppen 4 tot 5 minuten afgedekt bakken tot de bladen geslonken zijn. Zet een grote zeef boven een kom, schep er het spinaziemengsel in en laat goed uitlekken. Doe het uitgelekte spinaziemengsel in een kom en schep er de bechamelsaus en de helft van de parmezaanse kaas door. Breng op smaak met zout, peper en nootmuskaat. Vul de uitgeholde courgettes met het spinaziemengsel. Strooi er het broodkruim en de overgebleven parmezaanse kaas over en zet circa 30 minuten in een op 200 graden voorverwarmde oven. Zet de courgettes zo nodig even onder een hete grill als de bovenkant niet mooi bruin is.

Vrijdag: radijsmuizen