De meest geliefde én gehate voetbalclub van Frankrijk

Olympique Marseille, de Franse club waar altijd iets gebeurt, speelt vanavond de finale om de UEFA Cup tegen Valencia. l'OM kroop dit seizoen uit een diep dal.

De mediterrane havensteden Valencia en Marseille streden een half jaar geleden om de organisatie van de zeilrace om de America's Cup in 2007. Het werd een eclatante overwinning voor de Spaanse sinaasappelmetropool. Vanavond treffen de voetbalclubs uit beide steden elkaar in de finale om de UEFA Cup. De Spaanse kampioen is favoriet. Toch is Olympique Marseille een niet te onderschatten outsider. De Franse ploeg kroop dit seizoen uit een diep dal en wil een tweede Europese prijs op de erelijst zetten.

Olympique Marseille heeft in het Franse voetbal een bijzondere status. De club is geliefd of gehaat, maar zorgt overal waar het speelt voor emoties. De wedstrijden van de club zijn in het hele land altijd het drukst bezocht. De media letten vooral op l'OM, want er gebeurt altijd wel iets. De tv-zender TF1 richtte zich dit seizoen in de Champions League geheel op deze club totdat het de veel betere prestaties van Lyon en Monaco in dat toernooi eenvoudig niet meer kon negeren – alsof de NOS alleen de duels van Ajax uitzendt en die van PSV en Feyenoord hooguit in flitsen vertoont.

Een goed voorbeeld van de populariteit van Olympique is ook de voorpagina van het gezaghebbende weekblad France Football, die deze week geheel gewijd is aan l'OM. En dat in een week waarin Monaco toch de finale van de Champions League haalde, Lyon voor de derde keer kampioen kan worden en zelfs Saint-Etienne na drie jaar terugkeert op het hoogste niveau. Maar alles draait deze week om de finale van Marseille tegen Valencia.

In de Vieux Port kunnen de fans het nauwelijks geloven dat hun Olympique zover is gekomen. Ze hadden in de afgelopen jaren al veel meegemaakt, maar dit seizoen overtreft alle bizarre seizoenen van de club. Er is in een paar maanden tijd zoveel gebeurd dat zelfs de trouwste fans zich met moeite alles herinneren. In december was het seizoen eigenlijk al voorbij na zes thuisnederlagen op rij (tegen Porto, Lyon, Real Madrid, Paris SG en Monaco). De club werd roemloos uitgeschakeld in de Champions League en was kansloos in de strijd om de nationale titel. Het altijd volle Velodrome-stadion werd een graftombe toen PSG Marseille ook uit de nationale beker knikkerde.

Met dit scenario had niemand bij de club in augustus rekening gehouden. Olympique was vorig seizoen met een jonge ploeg derde geworden in Frankrijk en barstte van het zelfvertrouwen. Na een afwezigheid van drie jaar maakte l'OM haar rentree in een Europees toernooi. ,,We zijn weer terug op de plaats waar we horen, bij de elite van Europa. Het is vooral van belang dat we de status terugkrijgen van vaandeldrager van het Franse voetbal'', liet voorzitter Bouchet toen weten. Met de oud-Ajacied Mido als de grote aankoop wilde de oud-kampioen van Europa `de blits' maken. Het liep anders.

Via een moeizaam behaald gelijkspel bij Partizan Belgrado verschafte Marseille zich wel toegang tot de UEFA Cup, maar de club stond toen al bol van de intriges. Trainer Alain Perrin, vorig jaar nog geroemd na een succesvol debuutjaar, werd na de uitwedstrijd bij Real Madrid niet meer serieus genomen door de spelers. In de pauze van dat duel was hij uit woede over het spel van zijn spelers, die zich niet aan de tactische afspraken hielden, weggelopen uit de kleedkamer. ,,Als jullie zo goed weten hoe het moet, doe het dan maar zelf'', schreeuwde hij en smeet de deur dicht. Hij bleek niet stressbestendig, maar voorzitter Bouchet schaarde zich achter hem en raakte ook in conflict met enkele spelers – uiteraard ook met Mido.

Nog onhandiger was de komst van doelman Fabien Barthez, die bij Manchester United op een zijspoor was gezet en aanvankelijk tot de winterstop alleen mee mocht trainen omdat hij niet speelgerechtigd was. De Kroatische keeper Vedran Runje voelde zich verraden door de trainer en stapelde vervolgens fout op fout. Marseille zakte steeds verder weg op de ranglijst.

Toen Barthez uiteindelijk wel mocht spelen, werd Perrin ontslagen. Zijn assistent José Anigo nam in januari de ploeg over en veranderde het basiselftal op acht plaatsen. En opeens begon l'OM, weliswaar vanuit zeer defensieve stellingen, te draaien, vooral dankzij de Ivoriaanse spits Didier Drogba. Hij scoorde aan de lopende band en duwde Mido naar de achtergrond. De Egyptenaar komt nu alleen nog in het nieuws omdat hij met zijn Ferrari vaak veel te hard door de Provence rijdt en zich daarvoor bij de rechter moet verantwoorden.

In de UEFA Cup werden in dit voorjaar Liverpool, Inter en Newcastle United verslagen en zodoende staat Marseille na vijf jaar weer in een Europese finale. In 1999 werd verloren met 3-0 van het Italiaanse Parma, maar voor de meeste fans lijkt die wedstrijd een eeuw geleden. Sindsdien vonden er talloze paleisrevoluties plaats rondom het Velodrome-stadion. Liefst dertien verschillende trainers stonden in die vijf jaar bij l'OM onder contract en er vonden 208 spelerswisselingen plaats. Zelfs de clubarchivaris raakte de tel kwijt. Er waren ook nog vijf verschillende technisch-directeuren in dienst onder drie voorzitters. Alleen de eigenaar bleef dezelfde: Adidas-president Robert Louis-Dreyfus.

Het huidige succes komt voor deze aimabele man eigenlijk uit de lucht vallen. Maar een dergelijke ontwikkeling past wel bij de historie van de club die bestaat uit een opeenvolging van hoogte- en dieptepunten. In 1993 beleefde l'OM haar mooiste uur door na een finale tegen AC Milan als eerste (en voorlopig enige) Franse club de Champions League te winnen.

Binnen 48 uur werd dat succes overschaduwd door het uitlekken van een knullige poging om een Franse tegenstander om te kopen. De toenmalige voorzitter Bernard Tapie trachtte zodoende de landstitel (de vijfde op rij) veilig te stellen. Frankrijk sprak er schande van, hoewel president Mitterand het nog even voor Tapie opnam. Marseille werd teruggezet naar de Ligue 2 en mocht niet een om de wereldbeker spelen. Tapie bleef echter een held in de Zuid-Franse metropool en keerde zelfs nadat hij zijn gevangenisstraf had uitgezeten (wegens zakelijke malversaties) even terug als een verlosser toen Marseille weer eens een crisis had.

Eigenaar Louis-Dreyfus, die de club overnam na het omkoopschandaal, kon zich uiteindelijk na veel intriges weer van zijn voorganger ontdoen maar trok zichzelf ook terug uit de leiding van de club. De eigenaar hoopt met het winnen van de UEFA Cup de aanhang van de club ervan te overtuigen dat Marseille ook na de jaren van Tapie hoofdprijzen kan winnen.