Comédienne met gratie, raffinement en fameuze techniek

De actrice Mary Dresselhuys is vannacht in haar slaap overleden. Ze is 97 jaar geworden. De laatste zeven jaar heeft ze niet meer gespeeld, maar wel bleef ze nog tot begin dit jaar – hoewel slecht ter been – een gretig bezoekster van toneelpremières.

Mary Dresselhuys was de laatste die nog bijna een hele eeuw Nederlands toneel belichaamde. Als meisje uit Tiel kon ze zich niet anders voorstellen dan actrice te worden. Al op haar negentiende ging ze naar de Amsterdamse toneelschool, waar ze in 1929 eindexamen deed. Ze debuteerde bij het Hofstad Tooneel in Den Haag en viel meteen op als kittige aanwinst in het society-repertoire dat daar destijds werd gespeeld.

Ook in de rest van haar lange loopbaan bleef de komedie haar belangrijkste werkterrein, allengs met steeds meer gratie en raffinement. Haar eerste tegenspeler, de acteur Joan Remmelts, werd tevens haar eerste echtgenoot. Daarna volgden de toneelleider Cees Laseur – met wie ze haar dochters Petra en Merel kreeg – en de KLM-vlieger A. Viruly, met wie ze verreweg het langst getrouwd was. Na zijn dood schreef ze een teder, intiem boekje over hem.

Samen met Cees Laseur leidde Mary Dresselhuys in de jaren dertig en veertig het Centraal Tooneel in Amsterdam, dat voornamelijk blijspelen vertoonde en tijdens de bezetting ook een paar cabaretprogramma's speelde – onder meer met de beginneling Wim Sonneveld aan haar zijde. Toch heeft Mary Dresselhuys altijd gezegd dat ze niet kon zingen; toen ze in 1971 samen met Conny Stuart in de musical En nu naar bed stond, mochten Annie M.G. Schmidt en Harry Bannink geen solo voor haar schrijven. Bovendien zag ze in diezelfde tijd te elfder ure af van het plan om de hoofdrol te spelen in de musical Hello Dolly.

Na een langdurige verbintenis met de Nederlandse Comedie, waar ze een van de koninginnen van het Leidseplein werd genoemd, werd Mary Dresselhuys halverwege de jaren zeventig een van de grootste trekpleisters in het circuit van de vrije toneelproducties. Op haar naam werden de kaartjes verkocht. Als eerbetoon stelde haar producent Joop van den Ende in 1992 de Mary Dresselhuys Prijs in. Tot de grootste successen uit die latere periode behoort de voorstelling Harold en Maude, waarmee ze twee keer op tournee ging: eerst met Huub Stapel en later met Dirk Zeelenberg. In de laatste versie, waarvan ook een tv-film werd gemaakt, kon Mary Dresselhuys haar fabelachtige techniek tot in de kleinste details laten zien – transparant, vergankelijk, maar tegelijk laconiek en doortastend. Nimmer koketteerde ze met haar leeftijd, ook niet toen daar allang aanleiding toe was. En van een officieel afscheid wilde ze nooit weten.