Alleen met de gewassen

Vijf jaar geleden deed Hendrikus Jan Beuling zijn boerderij over aan zijn zoon. Maar het ,,wroeten in de grond'' zal hij nooit verleren.

,,Je moet niet als een schaduw op je bedrijf aanwezig blijven. Daarom heb ik er bewust voor gekozen om te verhuizen naar Stadskanaal. Ik kom nog regelmatig op de boerderij, en als mijn zoon advies nodig heeft, geef ik dat. Maar het is nu zíjn bedrijf, hij moet zijn eigen keuzes maken. Zo deed mijn vader het ook toen ik de boerderij van hem overnam.''

Vijf jaar geleden deed Hendrikus Jan (`Rieks') Beuling zijn boerderij en land over aan zijn zoon Dirk Jan. Het is een fors bedrijf van 160 hectare in het Drentse Eerste Exloërmond. De vorm van het dorp is karakteristiek voor de Veenkoloniën: lang en dun. De rechte wegen door het uitgestrekte land herinneren aan de kanalen waarover het veen naar de stad werd gebracht.

Het was Beulings grootvader Rieks die in 1902 het familiebedrijf begon. ,,Hij kocht een stuk afgegraven veen van 30 hectare en bebouwde het met de Veenkoloniale gewassen: aardappelen, suikerbieten en graan. Toen mijn vader het bedrijf in 1936 overnam was het uitgebreid tot 45 hectare. In 1963 volgde ik hem op. Vijf jaar geleden nam mijn zoon een akkerbouwbedrijf van 125 hectare over, en het is alweer verder gegroeid. Schaalvergroting heeft altijd gespeeld. Er zijn minder boeren, maar ze bezitten meer grond.''

Beuling (67) nam van zijn vader een gemengd bedrijf over, maar besloot al snel de koeien weg te doen. ,,Ik koos ervoor om akkerbouwer te worden. Daar wilde ik mij volledig op concentreren. Wie een gemengd bedrijf heeft, heeft eigenlijk twee kleine bedrijfjes. Mijn hart lag bij het land en de gewassen.''

De hoeveelheid land die nodig is om een gezin te kunnen onderhouden, is in de loop der jaren steeds groter geworden. ,,De tijd dat drie gezinnen konden bestaan van 45 hectare grond, is al lang voorbij. Mijn vader had twee man personeel in vaste dienst. Dat ging in mijn tijd niet meer. Vroeger gaf de boer leiding, nu moet hij het zelf doen. Maar we hebben het nooit slecht gehad.''

Geestelijk is het werk zwaarder geworden. Vooral aan de sterk uitgebreide administratieve verplichtingen, zoals de mestboekhouding, heeft Beuling altijd een hekel gehad. ,,Dat werk valt je zwaar, vooral als je ouder wordt. Maar wanneer ik daarna mijn land opging, was ik het direct weer vergeten. Dáár was ik gelukkig, alleen met de grond en de gewassen. Dat is ook een vorm van beloning. Als je dat voelt, dan ben je een boer.''

Zijn zoon Dirk Jan wilde het bedrijf aanvankelijk niet overnemen. Beuling eiste dit ook niet van hem, hij moest zelf beslissen wat hij met zijn leven wilde. Maar na een paar jaar elders gewerkt te hebben, veranderde hij van gedachten. Samen vormden ze enkele jaren een maatschap, en geleidelijk nam zijn zoon de leiding van het bedrijf over. ,,Misschien is het wel erfelijk'', zegt Beuling.

Ook in de teelttechniek is veel veranderd. Neem de zetmeelaardappelen. De opbrengst is in enkele decennia gestegen van 30 ton per hectare tot 50 ton. Uitkruising van goede soorten heeft ook het zetmeelpercentage flink verhoogd. Plantenziektes en misoogsten komen veel minder voor. Zijn vader had al belangstelling voor vernieuwing in de akkerbouw. ,,`Ga jij maar naar de landbouwhogeschool', zei hij tegen me. `Dat is beter dan die boerenpraatjes.'''

Zijn zoon experimenteert nu met een nieuwe glutenvrije graansoort, Teff genaamd. ,,Of het een succes wordt? De tijd zal het moeten leren.''

Beuling woont tegenwoordig in Stadskanaal, maar het land is nooit ver weg. Vanmorgen nog is hij om zes uur opgestaan om zijn zoon te helpen met spitten in de grond. En hij boert nog steeds een beetje, al is het dan in zijn eigen tuin. ,,Wat worteltjes, bonen en aardappeltjes. Niks bijzonders, als ik maar wat kan wroeten in de grond.''

Dit is een wekelijkse rubriek over mensen die vooruitkijken naar of terugblikken op hun loopbaan.