Wegen dienen `verchinezing'

China's steden groeien en bloeien, maar hoe is de situatie in het achterland? Onze correspondent gaat er twee weken per auto op uit.

Als we over de provinciale weg rijden, blijkt er opeens een afslag te zijn naar een stuk snelweg dat zo nieuw is dat hij nog niet op onze kaarten staat. Is hij open? Er zit nog niemand in het tolhokje, maar erachter waakt een oude man op een keukenstoel over een verbogen hefboom.

Hij gaat voor de auto staan, en kijkt naar het kenteken. ,,Van welke ambassade zijn jullie?'', vraagt hij, en na ons antwoord doet hij de hefboom omhoog. ,,De weg is eigenlijk nog gesloten, maar voor jullie maak ik een uitzondering, anders vinden jullie het nooit.''

De weg loopt ergens tussen Linhe en Wuhai in Binnen-Mongolië, en ook op verrassend veel andere plaatsen liggen spiksplinternieuwe stukken snelweg, die juist ook in de gebieden waar veel minderheden zoals Mongolen en moslims wonen de steden steeds nauwer met elkaar verbinden. Daar wonen vooral Han-Chinezen, en de wegen lijken dé manier bij uitstek om `het westen van China te ontwikkelen', zoals een leuze van de regering luidt. ,,Als er wegen zijn, dan komt de economie tot bloei'', staat te lezen langs de weg.

De middelgrote steden zijn verre van mooi en hopeloos vervuild, maar er gebeurt wel veel. Vrijwel elke middelgrote stad kom je binnen via een straat met kleine winkeltjes, restaurantjes en garages die al hun olie en afval gewoon in de grond laten weglekken. Dat is nog niets vergeleken bij de vervuiling door de talloze grote, kolengestookte en de zwaar vervuilende, vaak verouderde papier- en cementfabrieken, die zoveel vuile rook de lucht in blazen dat er een grijsbruine waas over de steden hangt. De woningen van de arbeiders zijn vaak direct naast de fabriek gebouwd, dus zij krijgen die vervuiling dag en nacht binnen.

Een eindeloze hoeveelheid vrachtwagens rijdt er af en aan, en we komen onderweg dan ook vooral vrachtvervoer tegen. Erg elegant gaan de weggebruikers niet met elkaar om: iedereen snijdt iedereen, er wordt zowel rechts als links ingehaald en vooral vrachtwagens nemen hun voorrang omdat ze weten dat niemand met ze in botsing wil komen.

Voor het kleine wegrestaurant waar we lunchen zit een oude man rustig op een steen naar al het verkeer op de weg te kijken. De eigenaren van een glimmend nieuwe terreinwagen hebben bij het verlaten van het restaurant zoveel aandacht voor onze vreemde, buitenlandse gezichten dat ze de man niet zien en hem bij het achteruit de weg op draaien met een bonk omver rijden. Gelukkig klautert hij omhoog, maar als hij boos verhaal komt halen, geeft de terreinwagen snel gas en vertrekt.

De vrachtwagens rijden af en aan met kolen, maar ook met containers op weg naar de havens in het oosten van het land. Echt welvarend worden de steden daar niet van, maar in het centrum is altijd toch een straat met relatief luxe kledingzaken waar ook de buitenlandse merken te krijgen zijn, en waar de hotels worden bevolkt door nieuwe rijken en feestvierende ambtenaren en militairen, die vooral veel eten, veel drinken en veel meisjes mee naar de kamer nemen.

De nieuwe wegen hebben ook het niet als beleid benoemde, maar ongetwijfeld door de Chinese overheid gewenste effect van een steeds grotere `verchinezing' van gebieden die vroeger vooral door Mongolen en moslims werden bewoond. Mongoolse steden in China hebben veel meer weg van steden elders in China dan van de steden in Mongolië, en Mongolen wonen er nauwelijks. Nergens onderweg zien we groepen Mongolen met kudden vee door het land trekken.

Wat vinden de minderheden zelf van alle nieuwe wegen en van de steeds grotere instroom van Chinezen?

De komende dagen laten we de snelwegen even voor wat ze zijn om te kijken in de dorpen rondom Yinchuan.

De introductie en het eerste deel van deze serie zijn terug te lezen op www.nrc.nl