Wearing kijkt achter het masker

Achter het glimmende plastic masker van een kindergezicht beweegt een kwabbig hoofd. Onderkinnen puilen eronder uit, een grijze kabouterbaard van oor tot oor drukt tegen de onderrand aan. Van het gezicht achter het masker zijn alleen door twee ovalen gaten de ogen zichtbaar. Het dikke hoofd vertelt een verhaal, de klanken worden vervormd en gedempt door het masker, maar de woorden zijn toch goed verstaanbaar. Acht keer verschijnt een ander hoofd met een ander masker. De verhalen verschillen, maar ze gaan allemaal over incest en kindermishandeling. Het wordt quasi-losjes verteld: ,,Hi, ik ga je wat informatie geven over iets dat gebeurd is toen ik jong was'', of ,,ik neem aan dat iedereen traumatische dingen heeft beleefd op een bepaald moment in zijn leven.'' De herinneringen zijn misschien al honderden keren verteld, en in de hoofden herhaald. Zo klinkt het in ieder geval, de verhalen zijn `af'. Maar aan de stiltes die af en toe vallen, de slikbewegingen van de keel, het neerslaan van de ogen, merk je dat de verbijstering en de pijn nog springlevend zijn.

Voor dit videowerk, getiteld Trauma (2000), plaatste Gillian Wearing (1963, Birmingham, Engeland) de volgende advertentie: `Negative or traumatic experience in childhood or youth and willing to talk about it on film. Identity will be concealed.' In 1994 maakte Wearing een vergelijkbaar werk op video, maar toen droegen de sprekers gekke feestmaskers en konden ze zich vermommen als Ronald Regan of Margaret Thatcher. Nu dragen ze een masker dat verwijst naar de leeftijd die ze hadden toen het verhaal zich afspeelde, toen hun gezichten nog niet getekend waren door de gebeurtenissen. Dit is harder, genadelozer.

Wearing, die behoort tot de succesvolle generatie van Young British Artists en in 1997 de Turner Prize won, is beïnvloed door vroege praatprogramma's, zoals The Family (1974), toen mensen voor het eerst op televisie uitdrukking gaven aan hun emoties. Ze zegt gefascineerd te zijn door de tweespalt tussen de manier waarop mensen zich uiterlijk tonen en datgene wat zich achter dat uiterlijk afspeelt. Toch is haar kunst meer dan sociale kritiek of documentaire. Dit zit hem in de beeldende vorm die zij voor haar onderwerpen kiest. De personen en hun herinneringen zijn uit hun context gelicht. Wearings beeldregie is streng en consequent. De precisie van het beeld maakt het mogelijk dat de beschouwer toegang krijgt tot wat zich achter de vermomming bevindt. Dankzij het masker kunnen we áchter het masker kijken. En het individuele relaas ontstijgt aan zichzelf, krijgt een universelere, algemeen-menselijke betekenis.

Dit op een hoger plan tillen van individuele ellende gebeurt ook in de film Lindsey (2003). Lindsey maakte deel uit van een groep verslaafde daklozen die Gillian Wearing gefilmd heeft. Ze viel op door haar natuurlijk autoriteit, haar cynisme en intelligentie, en door haar onberekenbare, vaak agressieve gedrag. In een eerste filmsessie filmde Wearing haar, geïsoleerd tegen een witte muur in de studio, orerend met bierblik in de ene en sigaret in de andere hand. Toen Wearing na twee weken een volgende afspraak met haar wilde maken bleek dat Lindsey overleden was. In de film die Wearing van het materiaal maakte is het levensverhaal van Lindsey, verteld door haar zusje, eronder gemonteerd. Het is een monumentaal werk geworden van een vrouw levensgroot, in zwart-wit, op de wand geprojecteerd. Je ziet hoe felle levensdrift en doodsdrift beurtelings om voorrang strijden. De sobere, ingetogen beeldtaal waarin Wearing werkt roept een groot Beckettiaans drama op.

Tentoonstelling: Gillian Wearing. T/m 20 juni in De Hallen, Grote Markt 16, Haarlem. Di t/m za 11-17u, zo 12-17u.

    • Janneke Wesseling