Verjaagd in vluchtelingenkamp

Vluchteling in een kamp van vluchtelingen – dat zijn de inwoners van Rafah in de Gazastrook.

Het ,,nachtelijk orkest'', zoals Radio Rafah de klokvaste uitbarstingen van machinegeweervuur en pistoolschoten noemt, duurde vanochtend vroeg langer en was intenser dan normaal. ,,Het was oorlog, maar ja, dat is het al mijn hele leven'', vertelt Abdullah Kistha (73) in de wachtkamer van het ziekenhuisje.

Twee van zijn eveneens bejaarde zusters, een met een been- en de ander met een heupfractuur, mocht hij met een ambulance van de Rode Halve Maan naar Khan Yunis begeleiden, dwars door het kordon van tanks en pantservoertuigen rondom de vluchtelingenkampen van Rafah. Het hospitaal van Rafah en het modernere Europese Ziekenhuis waren onbereikbaar of vol.

Met tanks, bulldozers en pantservoertuigen trok het Israëlische leger vanaf middernacht door en langs Blok J, Blok O en Tel Sultan, de vluchtenlingenkampen bij Rafah in de duinstreek van de grens bij Egypte. Bij verschillende gevechten en beschietingen stierven vandaag vijftien Palestijnen, van wie zeker zes een wapen droegen. Vier werden gedood toen vanuit een Apache-helikopter een raket op een groep mensen, van wie enkelen bewapend zouden zijn geweest, werd afgevuurd. Het aantal gewonden loopt in de tientallen.

De bejaarde Kistha, lid van een van de grootste familie-clans in Blok O en Tel Sultan, vertelt dat hij en zijn zusters voor alle zekerheid maandag hun driekamerappartement hadden leeggehaald op aanraden van het hoofd van de familie Kamal Kistha, die eerder dit jaar zelf zijn huis gesloopt zag worden door Israëlische D-9-bulldozers. Vlak voor het verlaten van hun blok (dit is de VN-term voor de opgesplitste kampen van betongrijze bouwsels en hier en daar fatsoenlijk ogende appartementengebouwen), struikelden zijn zusters, die elkaar vasthielden, bij de klimtocht over puinhopen. Na een nacht in het voetbalstadion mochten zij na bemiddeling van de VN door de gepantserde Israëlische omsingeling van Rafah. En nu zijn zij, net als honderden anderen, vluchteling in een vluchtelingenkamp.

Sommige leden van de familie Kistha hebben een heenkomen gezocht in het stadion van FC Rafah, al enkele jaren de plaats waar net dakloos geworden families een eerste onderkomen zoeken. Weer anderen zijn naar de kleine tentenkampen van de UNWRA, het hulpagentschap van de Verenigde Naties, gevlucht of naar familie.

Kistha, geboren in Ramle, nu het Israëlische Ramla: ,,Ik wilde blijven, maar mijn zusters wilden weg. Ik ben niet bang voor de Israëliërs. Ik wilde niet weer als een hond worden weggejaagd.'' Clanhoofd Kamal probeerde met Israëlisch-Arabische advocaten in Jeruzalem de dreigende sloop van de huizen te verijdelen door een procedure aan te spannen bij het Hooggerechtshof, maar die poging liep op niets uit. Zij zinnen op nieuwe stappen, maar koesteren geen illusies.

Radio Rafah meldt dat secretaris-generaal Kofi Annan de Israëlische regering opgeroepen heeft de nieuwe episode van Operatie Wortelkanaal, zoals het leger de zoektocht naar de smokkeltunnels bij Rafah noemt, te staken, want ,,de vernietiging van huizen is in strijd met internationaal recht''.

Het radiostation, dat nieuwsberichtgeving afwisselt met martiale muziek en het geluid van Apaches en machinegeweren, drijft de spot met de ,,machteloze VN en de impotente Arabische leiders''. En, sarcastisch: ,,Weer een VN-debat? Afkeurende verklaringen uit bijna alle Europese en enkele Arabische hoofdsteden schudt Israël van zich af als een hond het water uit zijn vacht schudt na een duik in zee'', meent de commentator van het populaire radiostation dat in de Gazastrook in iedere shoarma-zaak en iedere taxi intensief beluisterd wordt.

,,Het is al zo lang aan de gang. Waarom zou Israël nu wel luisteren? We maken dit al jaren mee. Waarom hebben jullie van de media nu pas belangstelling?'', vraagt Kistha aan het groepje Europese en Arabische journalisten.

Volgens schattingen van de VN en mensenrechtenorganisaties als het Israëlische Bt'selem zijn in de afgelopen twee jaar langs de militaire grenszone die onder Israëlisch beheer valt ongeveer 2.200 huizen gesloopt en tegen de 11.000 van de 90.000 kampbewoners dakloos geworden.

Van smokkeltunnels weet Kistha niets, of beter, daarvan weet hij alleen door het Israëlische tv-nieuws, waar hij vaak naar kijkt. Volgens het Israëlische leger betalen smokkelaarsbendes tot 1.000 dollar per maand aan degene die zijn huis beschikbaar stelt om van daaruit tunnels onder de muur en militaire wegen door te graven naar Egypte.

Het leger zegt de afgelopen maanden vier en vorig jaar twaalf van die ,,gateways to terrorism'' (chef-staf Yaalon)te hebben ontdekt. Dat er op legerpatrouilles geschoten is vanuit de kampen, geeft Kistha grif toe. ,,Als ik nog een jonge kerel was, zou ik voorop hebben gestaan. Ik ben trots op die jongens. Als wij in 1948 harder hadden gevochten, dan was ik óf jong een martelaar geworden óf ik woonde nog in Ramle.''

Of hij zijn huis aan Palestijnse schutters ter beschikking heeft gesteld wil hij niet zeggen. Zijn huis, heeft hij gehoord, staat er in ieder geval nog steeds en zodra zijn zusters uit het ziekenhuis mogen, wil hij terug naar de armste en zwaarst getroffen uithoek van de Gazastrook.