Syndroom van Down 5

Prenataal onderzoek dient gepaard te gaan met neutrale voorlichting omtrent de mogelijke gevolgen. Indien zwangeren niet in een moreel dilemma wensen te raken, moet prenataal onderzoek zeker ontraden worden. Maar dat kan geen reden zijn om niet iedereen zo'n onderzoek vrijblijvend aan te bieden.

Ouders die kiezen voor of tegen een vroegtijdige abortus, zullen van die keuze leed ondervinden. Dat is onvermijdbaar, maar wordt veroorzaakt door het Downsyndroom en niet door het prenataal onderzoek.

Deze ouders zijn desondanks vaak gelukkig. Vermijdbaar leed kan ontstaan door gevoelens van spijt of als men later ontdekt niet alle mogelijkheden aangeboden te hebben gekregen. Zulk leed kan wel degelijk verminderd worden door voorlichting en door het aanbieden van prenataal onderzoek. Ouders kunnen voor hun kind kiezen ondanks het vooruitzicht op zwaardere handicaps of pijn. De vraag of je kind je dat later zal verwijten, kan een middel zijn om je je in de positie van je latere kind te verplaatsen.

Het feit is dat prenataal onderzoek bestaat. En omdat het bestaat, moet iemand beslissen of we het toepassen of niet. Die keuze kan slechts de zwangere vrouw met haar partner maken, in vrijheid en autonomie. Indien zij daarbij goed ondersteund worden, zal dat ervoor zorgen dat kinderen met Downsyndroom vaker ouders zullen aantreffen die bewuster voor hun kind hebben gekozen. Dat zal de acceptatie van Down-kinderen zeker bevorderen.