Syndroom van Down 2

Hoe hooggeleerd het gedachtegoed van hoogleraar wijsbegeerte Paul Cobben ook gebracht wordt, het bevat een aantal denkfouten. Het is niet zo dat de tolerantie voor mensen met een handicap toeneemt naarmate er meer van in de maatschappij rondlopen.

De zorg voor mensen met beperkingen is een integraal onderdeel van onze cultuur, dat niet opeens zal verdwijnen als een heel klein deel van de aandoeningen die handicaps veroorzaken vroegtijdig, kan worden opgespoord.

Het hebben van (een kind met) een ernstige handicap is een wezenlijk andere situatie dan het in verwachting zijn van een kind dat mogelijk een afwijking heeft. In de eerste situatie heeft men geen andere keuze dan zich zo goed mogelijk aan te passen en te proberen er het beste van te maken. In de tweede situatie kan men besluiten de zwangerschap af te breken.

Het aantal zwangerschapsafbrekingen van een kind met afwijkingen na prenatale diagnostiek schommelt in Nederland al jaren rond de 400. Door de invoering van prenatale screening, inclusief het echo-onderzoek, komen er wellicht enkele honderden afbrekingen bij. Op het totale aantal abortussen van 29.000 per jaar, is de prenatale diagnostiek derhalve een marginaal verschijnsel.

De technologie die het mogelijk maakt te screenen op aangeboren afwijkingen bij het kind, bestaat al meer dan 20 jaar en wordt in de gehele westerse wereld toegepast. De Gezonheidsraad heeft opgeschreven wat op dit moment in deze de internationaal geldende standaard is. Dit schept duidelijkheid voor zowel de zwangere, als voor de verloskundige die haar begeleidt. De overheid hoeft niet meer te doen dan te zorgen voor goed opgeleide professionals, moderne apparatuur en bewaking van de kwaliteit van de zorg en het uitgevoerde onderzoek.

De Nederlandse zwangere heeft geen Kant of Habermas nodig om te weten of zij autonoom kan handelen, zij is zelf mans genoeg om te beslissen of zij al dan niet een prenatale test wil laten uitvoeren.

    • Martijn Breuning