Rotterdam `voelt' weer veiliger

Rotterdam is weer veiliger geworden. Maar binnen de stad zijn veel verschillen in beleving. Allochtonen voelen zich bijvoorbeeld veiliger dan autochtonen. En mannen voelen zich veiliger dan vrouwen.

Rotterdam is wéér een beetje veiliger geworden. Was het rapportcijfer waar Rotterdam over 2002 op uitkwam nog een 5,64 (5,61 in 2001), 2003 is goed voor een 6,2.

Maar wie voelen zich nu precies veilig? En wie voelen zich onveilig?

Ook dat hebben de onderzoekers van de gemeente gemeten: behalve meldingen en aangiften van diefstal, drugsoverlast, geweld, inbraak, vandalisme, overlast en dergelijke, zijn ook de gevoelens en ervaringen van burgers in kaart gebracht. Voor een steekproef over deze gevoelens en ervaringen onder ruim 12.000 Rotterdammers (175 per wijk) is een uitzondering gevraagd (en gekregen) op de Wet Bescherming Persoonsgegevens. Daardoor kon per wijk een evenredig deel autochtone en allochtone bewoners worden benaderd.

Uit deze steekproef blijkt dat allochtonen (Turken, Marokkanen, Surinamers, Antillianen en Kaapverdianen) zich veiliger voelen dan autochtonen. Van de (53 procent) autochtonen in de stad voelt 45 procent zich ,,in het algemeen wel eens onveilig''. Die 45 procent is een gemiddelde van 37 procent van de mannen en 52 procent van de vrouwen.

Onder de (47 procent) allochtonen is dat gevoelen veel minder sterk: 36 procent. Daarbij lijkt de `onveiligheidsbeleving' van Turken (44 procent) nog het meest op die van Nederlanders en die van Marokkanen (23 procent) het minst. Van de Antillianen, Kaapverdianen en Surinamers voelt respectievelijk 32, 34 en 40 procent zich ,,wel eens onveilig''.

Uitgesplitst naar leeftijd blijken autochtonen zich met name onveilig te voelen als ze jong zijn. Zij voelen zich in die jaren ook veel onveiliger dan hun allochtone leeftijdgenoten (met uitzondering van Surinamers onder de 25). Bij de ouderen (boven de 50) is het verschil in veiligheidsbeleving kleiner. Een uitzondering daarop vormen (opnieuw) de Marokkanen. Van hen voelt niet meer dan 16 procent boven de 50 zich ,,wel eens onveilig''.

Tussen vrouwen en mannen zijn de verschillen opnieuw groot: vrouwen voelen zich beduidend vaker onveilig dan mannen. Dat verschil is het zichtbaarst bij Marokkanen (38 procent vrouwen, 10 procent mannen) en Kaapverdianen (48 procent vrouwen, 18 procent mannen).

Het Programmabureau Veilig dat verantwoordelijk is voor de Veiligheidsindex, heeft geen verklaring voor de verschillen en wil zich daar ook niet over uit laten. Jongeren gaan vaker uit en de autochtonen onder hen hebben dan makkelijker het gevoel in een onveilige situatie te belanden, zou een uitleg kunnen zijn. Autochtonen voelen zich bedreigd door de aanwezigheid van allochtonen en andersom niet, een andere. Net als een mogelijk machogevoel bij sommige allochtone mannen. Hoe het precies zit, wil het bureau de komende tijd uitzoeken.

Dat de wijken waar de meeste allochtonen wonen toch als de kwetsbaarste uit het onderzoek te voorschijn zijn gekomen, heeft te maken met de weging van de verschillende gegevens.

Aangiften en meldingen tellen voor eenderde en de gevoelens en ervaringen van burgers voor tweederde, maar aan deze gevoelens en ervaringen zijn nog de zogenoemde omgevingsfactoren per wijk toegevoegd: de gemiddelde woonduur per wijk en het aantal verhuisbewegingen, die samen het gevoel van sociale samenhang bepalen, en het percentage uitkeringsgerechtigden.

Zouden deze objectiverende gegevens niet zijn toegevoegd, dan had de paradoxale uitkomst van de veiligheidsindex kunnen luiden dat in sommige probleemwijken met veel allochtonen, het gevoel van veiligheid relatief groot is.