Rechter geeft Donner gelijk

Minister Donner van Justitie hoeft zijn uitlatingen over gevangenisdirecteur J. van Huet niet te rectificeren. Dat heeft bestuursrechter A. Rutten van de rechtbank in Haarlem gisteren beslist.

Van Huet had bij de rechter bezwaar aangetekend tegen uitspraken van de minister in een radio-uitzending op 8 maart en antwoorden die hij Kamerleden gaf over de kwestie de dag erna in de Tweede Kamer. Minister Donner zei daar dat hij van ambtenaren loyaliteit verwachtte, en als Van Huet daaraan niet kon voldoen, hij liever ,,een ander op de plek wilde hebben''.

Aanleiding voor de uitspraken was een al langer bestaand meningsverschil over het optreden van de gevangenisdirecteur in de media. Volgens het ministerie van Justitie bracht de directeur door zijn kritische uitlatingen het uit te voeren beleid in gevaar. Van Huet stelde echter dat hij zijn kritiek niet als directeur uitte, maar als vakbondsbestuurder van de vereniging van gevangenisdirecteuren.

De rechter oordeelde dat Van Huet zijn ,,hoedanigheid van ambtenaar niet van zich kan afschudden'' als hij optreedt als vakbondsbestuurder. Topambtenaren als Van Huet spelen volgens de rechter een onmisbare rol bij de grote reorganisaties die in het gevangeniswezen wordene uitgevoerd. En ,,dit stelt grenzen aan de ruimte'' die Van Huet heeft bij mediaoptredens, ook als hij spreekt als vakbondsvoorzitter.

Daarnaast stelde de rechter dat Van Huet geen schade heeft ondervonden van de uitlatingen van de minister. Hij is niet ontslagen en er is ook geen sprake van een `officiële berisping'.

Van de uitspraken die Donner in de Kamer deed, kán geen rectificatie geëist worden. Artikel 71 van de grondwet garandeert Kamerleden en minister `vrije gedachtewisseling'. Ze kunnen daarvoor niet ter verantwoording worden geroepen bij een rechter. Donner is bovendien (grond-)wettelijk verplicht vragen van Kamerleden te beantwoorden.