Radicale boodschap in populaire taal

Michael Moores film `Fahrenheit 9/11' is één grote boodschap aan Bush: oprotten. Hij heeft gelijk, menen de critici, maar moet het zo demagogisch?

De protesterende culturele flexwerkers zijn niet de enigen die in het filmfestival van Cannes een ideaal podium zien voor hun boodschap. De hele week wordt al met spandoeken en fluitjes gedemonstreerd voor het Carlton hotel. `De directie moet nú op straat komen onderhandelen', staat op een bord aan het hek. Nú, want nú staan in Cannes honderden camera's en microfoons klaar om de boodschap te verspreiden.

De Franse regisseur en actrice Agnès Jaoui, de Engelse filmer Ken Loach en de Amerikaan Michael Moore hebben publiekelijk hun steun voor de intermittents uitgesproken. ,,Ik ben solidair met de uitgebuite Franse én Amerikaanse arbeiders'', zei Moore.

Moores Fahrenheit 9/11 is één grote boodschap aan de Amerikaanse president Bush: oprotten. De grootste angst van de regisseur is niet dat zijn film slecht ontvangen wordt in de pers of dat hij de Gouden Palm niet wint, zijn grootste angst is dat hij in Amerika niet wordt uitgebracht of pas ná de verkiezingen. Moore weet zeker dat Bush verliest als de Amerikanen deze film zien. ,,De democraten zijn te slap om de verkiezingen op eigen houtje te winnen.''

Moore is er, meer dan welke onafhankelijke filmmaker ook, in geslaagd om een radicale boodschap te verkondigen in de taal van de consumentenmaatschappij. Hij gebruikt beelden en geluiden uit de massacultuur, reclames, populaire talkshows, SBS-achtig sensatienieuws en tv-series als Dallas of Bonanza en monteert die zo dat ze precies op zijn koers komen te liggen. Dat is de sleutel tot zijn massa-succes. Zoals een wanhopige Britse journalist zei, die gisteren een uur in de rij moest staan voor de persvoorstelling: ,,Ik voel me nu al gehyped.''

Het commentaar daarop kwam gisteren uit Die fetten Jahre sind vorbei (The Edukators) van de jonge Oostenrijker Hans Weingartner. Daarin proberen jonge studenten te zoeken naar een manier om hun radicale ideeën vorm te geven. Dat is niet eenvoudig, zegt een meisje: ,,De artefacten van de revolutie van de jaren zestig zijn inmiddels consumptiegoederen geworden, drugs, popmuziek, T-shirts van Che Guevara.''

Andersoortig commentaar op de werkwijze van Moore, zou je kunnen zeggen, komt van de sobere Iraanse filmer Abbas Kiarostami die in 10 on Ten een uur lang recht in de camera praat over hoe hij vindt dat film gemaakt moet worden en ten slotte de camera op een mier met een graankorrel richt. Als je goed kijkt, zegt Kiarostami, dan zit overal een verhaal in.

Hij hield een pleidooi voor de digitale camera. Die staat hem toe met een minimale crew te filmen en zo ,,de absolute waarheid'' te vangen. Zijn hele filmende leven, zegt Kiarostami, heeft hij geprobeerd het artificiële en manipulatieve van film uit zijn werk te bannen. Hij had het klapperbord weggegooid, hij was opgehouden `camera loopt geluid actie!' te roepen en nu met de digitale camera zou hij de film voorgoed bevrijden van ,,de kunst en de pretenties''.

Voor Kiarostami is het de taak van het publiek om bij het zien van de film mee te denken over wat het ziet, over zichzelf en de wereld. Michael Moore zei min of meer hetzelfde te willen, tijdens zijn persconferentie. Maar een Belgische journalist kwam de vertoning van Fahrenheit 9/11 uitlopen met een sceptische uitdrukking. ,,Hij heeft gelijk, helemaal gelijk, maar waarom moet hij het zo demagogisch verpakken?''

    • Bas Blokker