Ministers moeten het leger in

In Georgië moeten ministers die niet in dienst zijn geweest alsnog het leger in ,,om te weten te komen wat militaire dienst is''. Dat heeft gisteren president Michail Saakasjvili gezegd.

Volgens de president is de versterking van het Georgische leger een van zijn belangrijkste prioriteiten en moet dat proces aan de top beginnen. Ministers die niet in dienst zijn geweest moeten hun taak overdragen aan hun plaatsvervanger en zich melden voor twee maanden training met legerreservisten. Saakasjvili zelf heeft in Oekraïne gediend, in het leger van de toenmalige Sovjet-Unie.

Het Georgische leger is de afgelopen jaren afhankelijk geweest van Amerikaanse militaire hulp. Een aantal Georgische legerbataljons is door de Amerikanen opgeleid en uitgerust. Enkele ministers hebben al laten weten dat ze hopen bij die bataljons te worden ingedeeld.

De reden is duidelijk: dienst in het Georgische leger is geen pretje. Het is dermate verpauperd dat veel jonge Georgiërs liever de gevangenis ingaan dan het leger. Wie kan, gaat naar het buitenland, of probeert zich van de dienstplicht te bevrijden door omkoping. Dat is evenwel geen optie voor de ministers: Saakasjvili heeft al te laten weten dat ministers die weigeren worden ontslagen.

Het leger verloor in de jaren negentig de twee oorlogen om gebieden die zich sindsdien hebben afgescheiden van Georgië: Zuid-Ossetië en Abchazië. Beide regio's kregen indertijd omvangrijke militaire hulp van Rusland en van sympathisanten uit de bij Rusland horende noordelijke Kaukasus. Het legertje van de Abchaziërs telde maar enkele duizenden soldaten, maar was in 1993 toch te sterk voor de Georgiërs.