Limburg zucht onder drugsbeleid

Burgemeester Pop van Haarlem vindt het Nederlandse drugsbeleid succesvol en roept het kabinet op minder sardonisch op coffeeshops te jagen. Dat zou desastreus zijn voor een `Europese' regio als Zuid-Limburg, meent G.B.M. Leers.

Zeker: de rondgang langs kenners van het Nederlandse drugsbeleid die deze krant begin deze maand maakte in het maandblad M, geeft aan dat het Nederlandse liberale drugsbeleid op enkele stevige successen mag bogen. De gezondheidsrisico's zijn teruggedrongen, minder Nederlandse jongeren gebruiken softdrugs dan jongeren in Frankrijk, Groot-Brittannië, Spanje of Duitsland, en het aantal heroïneverslaafden is het laagste in Europa.

Maar ook werd hét grote knelpunt gesignaleerd: de achterdeur. De openstaande achterdeur van de coffeeshop heeft de georganiseerde criminaliteit een gouden kans gegeven. In de sector gaan vele honderden miljoenen euro's om en zijn de vele aanverwante criminele activiteiten (geweldsmisdrijven, witwaspraktijken, illegale kwekerijen, drugsrunners etc.) schering en inslag.

Als ultieme oplossing zien velen dan ook het volledig opengooien van die achterdeur. Door een pragmatische aanpak voor te staan – waartoe ook de gemeenteraad van Amsterdam in meerderheid oproept – kan het Nederlandse softdrugsbeleid worden voltooid en kunnen de nog resterende problemen in het coffeeshopbeleid worden opgelost.

Zonder afstand te nemen van de positieve elementen van het Nederlandse drugsbeleid, lijkt mij dit een wel erg elitaire en weinig realistische benadering en een typerende mening voor een land dat

zeker op dit punt wel erg opzichtig met de rug naar Europa staat. Of zou het zijn dat Nederland zo overtuigd is van de juistheid van het eigen drugsbeleid dat het zichzelf ziet als een eiland van morele soevereiniteit?

Nu is de Randstad misschien wel zo'n eiland, maar Zuid-Limburg is dat in ieder geval niet. Zuid-Limburg is een enclave, een Nederlands gebied te midden van heel veel Duitsland, Vlaanderen en Wallonië. Een internationale provincie die bij Susteren voor 8 kilometer aan het moederland grenst en voor de overige 220 kilometer aan dat Grote Europa.

En dan is het niet alleen interessant welk drugsbeleid het beste is voor de gebruikers, minstens zo belangrijk is het dan om te weten welk drugsbeleid tot zo min mogelijk overlast en criminaliteit leidt voor de niet-gebruikers.

Jaarlijks komen meer dan 1,5 miljoen mensen – met name Walen, Fransen en Duitsers – drugs kopen in Maastricht, Heerlen en Kerkrade. Vaak hebben ze er een rit van 850 km voor over en het laat zich raden dat het dan niet bij het roken van een paar jointjes blijft. De reis moet wel lonen. En daarom wordt er in de 25 officiële coffeeshops, bij de vele honderden illegale adressen en op straat lustig gedeald. Die handel beloopt meerdere honderden miljoenen euro's. Daarbij is – althans in de criminele circuits – het onderscheid tussen soft- en harddrugs niet meer aan de orde.

De Zuid-Limburgse politieagent krijgt jaarlijks 48 misdrijven voor zijn kiezen – die voor het merendeel drugsgerelateerd zijn – tegen 21 in de regio Haaglanden. Wat Liechtenstein is voor postzegels, zijn wij voor cannabis, met dit verschil dat het dealen van postzegels wat minder maatschappelijke ontwrichting veroorzaakt dan de handel in drugs.

Zeker, het legaliseren van softdrugs zal – afgezien van de gezondheidsaspecten – bevrijdend werken voor het justitiële en politionele apparaat. Ik verwelkom de opsporingscapaciteit die dan vrijkomt en de politie eindelijk de dief van de fiets van mijn dochter kan gaan opsporen. Maar wat leuk is voor Haarlem of Amsterdam werkt niet in Maastricht. Het woord `Randstad' geeft al aan dat aan de rand van Europa meer afwijkingen toegestaan kunnen worden dan in steden die middenin Europa liggen, zoals Maastricht.

Dankzij het glorieuze Nederlandse drugsbeleid zijn wij hier het afvoerputje van Europa geworden. We hebben misschien het gelijk aan onze zijde – het gedogen van coffeeshops ís zo slecht nog niet – maar we hebben de realiteit tegen. Het kabinetsstandpunt onderkent die realiteit: Nederland dient een stapje terug te doen, zodat wij weer aansluiting vinden bij onze buren.

Dat kan maar één ding betekenen: het minder aantrekkelijk maken van het drugstoerisme in plaats van een nóg liberaler beleid. Dus méér controle in plaats van minder door hoogfrequente controles op hoeveelheden, vergunningen en leveranties. Kortom, een uitgekiend in plaats van een pragmatisch beleid, waarbij de mogelijkheid van een pasjessysteem zeker moet worden onderzocht, inclusief uiteraard een analyse van de neveneffecten die dat met zich meebrengt. Door toe te staan dat het geld dat aan de criminele elementen wordt ontnomen in de regio wordt ingezet, kan de financiering van de extra inzet bovendien eenvoudig bekostigd worden.

Ruim 80 procent van de Limburgse bevolking wil dat drugsbestrijding in Europees verband wordt aangepakt. Een Nederlandse Alleingang wijzen zij af blijkens een recente enquête van Dagblad de Limburger. Niet het Nederlandse gelijk is maatgevend. Het realiseren van één Europees drugsbeleid is verre te prefereren, ook als dat betekent dat we zouden moeten afwijken van het Nederlandse beleid. En bovendien: Limburgers weten donders goed dat je zelfs met de stap achteruit in de processie van Echternach uiteindelijk toch je doel bereikt.

G.B.M. Leers is burgemeester van Maastricht.