Leven na de apartheid in Zuid-Afrika

In Zuid-Afrika is het leven na de apartheid niet per se overzichtelijker geworden. Jarenlang konden allerlei misstanden op het conto van de apartheid worden geschreven (`Blameer dit op apartheid' heet een cd van de zanger en schrijver Koos Kombuis), maar zo langzamerhand gaat dat niet steeds meer en worden allerlei nieuwe problemen zichtbaar, naast de littekens en ontwrichtingen uit de apartheid-tijd. Ook in de literatuur wist men niet meteen precies welke kant het op moest toen alles ineens `mocht'. Aan die literatuur heeft het tijdschrift Armada een nummer gewijd, onder de noemer `Identiteit in tekst en taal'.

Een van de merkwaardigere verschijnselen is, zoals hoogleraar Zuid-Afrikaanse letterkunde Ena Jansen schrijft, dat het lijkt of de blanken in een klap vergeten zijn dat zijzelf een regering in het zadel hielden die de onderdrukkende wetten uitvaardigde en handhaafde. Ineens is niemand ooit voor apartheid geweest en speelt elke roman, hoe onbenullig ook, zich af tegen de achtergrond van de 'struggle'. In haar stuk geeft Jansen een overzicht van wat er nu zoal aan de hand is in de Zuid-Afrikaanse letterkunde.

Zij schrijft onder meer dat bijna altijd de geschiedenis een grote rol speelt in wat er nu in Zuid-Afrika gepubliceerd wordt, en dat wordt door de rest van het nummer geïllustreerd. Twee artikelen, dat van Ingrid Winterbach en dat van Diana Ferrus, houden zich bezig met Sara Baartman, de `Hottentot-Venus', een Khoi-khoi vrouw die in de vroege 19de eeuw mee naar Europa werd genomen om daar tentoongesteld te worden. Na haar dood werd haar lichaam door `wetenschappers' ontleed en werden haar hersenen en haar geslachtsdeel op sterk water gezet. Haar skelet en die geprepareerde onderdelen werden tot 1974 tentoongesteld in het Parijse Musée de l'homme, daarna werden ze opgeborgen, maar ondanks verschillende verzoeken daartoe, niet teruggegeven aan Zuid-Afrika. Diana Ferrus verhaalt hoe een gedicht dat zij schreef uiteindelijk de aanzet gaf tot de plechtige teruggave van de stoffelijke resten van Sara Baartman, die, na veel geharrewar en getouwtrek, uiteindelijk in de Gamtoosvallei waar Sara geboren werd, werden begraven.

Jan van Luxemburg schrijft over een roman van Thomas Pynchon, getiteld Mason & Dixon waarin de heren Mason en Dixon eind 18de eeuw enige tijd aan de Kaap doorbrengen en daar weinig goeds zien van de manier waarop de Nederlanders de 'Kaffers' menen te moeten bejegenen, iets waarvan men trouwens in het stuk van Wendy Woodward over de stereotypen rond de blanke vrouw in de kolonie, al evenmin een vrolijke indruk krijgt. Hoewel men er wellicht als Nederlander het schaamrood bij op de kaken zal hebben, lijkt de roman van Thomas Pynchon een boek om meteen te gaan lezen.

Behalve beschouwingen staat er ook nieuw proza uit Zuid-Afrika in het nummer. Een wel erg eenvoudig verhaal van K. Sello Duiker en een wat geacheveerder verhaal van Zoë Witcomb. Verder nieuwe gedichten van Elisabeth Eybers, de grande dame van de Zuid-Afrikaanse poëzie, die over het dralen van de dood gaan, van Antjie Krog en van Wilma Stockenström.

Armada, jrg. 10 nr. 34. Uitg. Wereldbibliotheek