Eis tegen Ferdi Ö.15 jaar voor moord

Justitie heeft tegen de 19-jarige Ferdi Ö. uit Nijmegen een gevangenisstraf van vijftien jaar geëist voor de moord op de scholiere Maja Bradaric. Ö. heeft bekend in november vorig jaar samen met de 18-jarige Goran M. het 16-jarige meisje te hebben gewurgd en haar lichaam in brand te hebben gestoken.

Tegen M. is vorige week twaalf jaar cel en tbs geëist. De 17-jarige Goran P., die bij de moord aanwezig was maar niet actief heeft meegewerkt, hoorde een celstraf van zes jaar tegen zich eisen.

Ö. zegt dat Goran M. hem in de week voorafgaande aan de moord driemaal met de dood had bedreigd als hij niet zou meewerken. ,,Ik wist zeker dat hij mij zou vermoorden. Het was Maja of ik'', verklaarde Ö. voor de Arnhemse rechtbank. Ö. bestuurde de auto waarin Maja gewurgd werd en leverde het touw en de benzine, nodig voor de verwurging en verbranding. Ook heeft hij met zijn hand de mond en neus van Maja bedekt.

Ö. zegt door de angst voor M. in een shocktoestand te hebben gehandeld. Justitie noemt de ,,slachtofferrol'' die Ö. zich heeft toege-

eigend, niet reëel. Al enkele weken voor de moord zijn Goran M. en Ferdi Ö. met de voorbereidingen begonnen. Op geen enkel moment heeft Ö. volgens justitie afstand genomen van de plannen of de uitvoering. Ö. zegt dat hij de moordplannen in het begin niet serieus nam maar in een later stadium wel geprobeerd heeft Goran M. van de moord af te houden.

Volgens een onderzoek van het Pieter Baan Centrum is Ö. volledig toerekeningsvatbaar. Onderzoekers typeren hem als een ,,doorsnee jongeman'', zonder psychische stoornissen. Van angst voor Goran M. is tijdens het onderzoek niets gebleken, zelfs niet nadat hij in het Pieter Baan Centrum met hem in contact was gekomen. Advocaat J. Boone vindt dat het PBC mogelijke psychische overmacht van Ferdi Ö. onvoldoende heeft onderzocht. Boone verwijt het PBC subjectief te zijn.

Goran M. heeft verklaard dat Ö. vrijwillig heeft meegewerkt aan de moord. Ö. en P. zouden hem tijdens de autorit zelfs hebben aangemoedigd om met de wurging van Maja te beginnen. Er is geen duidelijk motief bekend. M. zegt dat hij zich ergerde aan het gedrag van Maja. Ö. heeft volgens hem meegewerkt omdat Maja, op wie Ö. een oogje had, hem had afgewezen. Ö. spreekt dit tegen. De rechtbank doet op 26 mei uitspraak.