De militaire contractant als invaller

Terwijl het Witte Huis onverminderd doorgaat met het herstellen van de schade die het mishandelingschandaal heeft veroorzaakt, richten de Amerikaanse media zich op de details. Wat bijvoorbeeld was de rol van de civiele `contractanten' in Abu Ghraib?

De invloed van `contractanten' tijdens een militair conflict waar de Verenigde Staten bij betrokken waren is nog nooit zo groot geweest als in Irak. In de Eerste Golfoorlog was op iedere zestig Amerikaanse militairen nog één contractant actief, nu zijn dat er zeker tien. In de beruchte Abu Ghraib-gevangenis, waar Amerikaanse militairen Iraakse gevangenen hebben mishandeld, heeft dat betekend dat, op het moment dat daar mensenrechten werden geschonden, 27 van de 37 ondervragers niet in dienst waren van het Amerikaanse leger, maar van een civiel Amerikaans bedrijf.

Contractanten worden tegenwoordig voor veel meer taken ingezet dan twaalf jaar geleden. Ooit ging het vooral om de opbouw van militaire kampen, het bereiden van voedsel of het doen van de was. Nu gaat het om ondersteunende taken tijdens de oorlogvoering zelf, het trainen van Amerikaanse en buitenlandse militairen, beveiligingstaken, de aanpak van criminaliteit en, zoals nu dus bekend is geworden, de ondervraging van gevangenen in de beruchte Abu Ghraib-gevangenis.

Het Pentagon maakt in Irak gebruik van duizenden civiele bedrijven die feitelijk militaire taken verrichten. Met meer dan 20.000 werknemers zijn die bedrijven de tweede grootste militaire macht in Irak. Maar volgens Paul Bremer, de hoogste Amerikaanse civiele bestuurder in Irak, werken zij vooral voor Iraakse en Amerikaanse civiele bedrijven, en niet voor het leger.

Uit het inmiddels dikwijls aangehaalde rapport van generaal Antonio Taguba is gebleken dat ten minste vier contractanten worden verdacht van betrokkenheid bij de mishandelingkwestie in Abu Ghraib. Taguba maakte in maart, voordat het schandaal aan het rollen kwam, uitgebreid melding van misbruik in Abu Ghraib. Twee van die verdachte contractanten, Steven Stephanowicz en John Israel, zouden in dienst zijn van California Analysis Center (CACI) en Titan Corp., bedrijven die werden ingehuurd door de in Abu Ghraib werkzame 205de Militaire Inlichtingen Brigade.

Maar de kans dat de twee mannen worden vervolgd is klein. Anders dan de zeven betrokken reservisten die voor de Amerikaanse krijgsraad moeten verschijnen, kunnen mensen als Stephanowicz en Israel moeilijk worden vervolgd. Zo vallen zij door hun civiele status niet onder het Amerikaanse militaire recht of de Geneefse Conventies voor het Oorlogsrecht en komt het hun waarschijnlijk alleen te staan op ontslag.

Dat is ook wat er met het groepje contractanten van het Amerikaanse bedrijf DynCorp in de jaren negentig in Bosnië is gebeurd. Zij werden beschuldigd van verkrachting en het organiseren van kinderprostitutie, maar werden nooit vervolgd.

Ook in Irak zelf maken aanklagers geen schijn van kans omdat de civiele bestuurder Paul Bremer vorig jaar uitdrukkelijk de vervolging van contractanten heeft verboden. En over een nieuwe wet, die erin voorziet dat Amerikaanse contractanten die in het buitenland een misdaad hebben begaan in de Verenigde Staten kunnen worden vervolgd, heeft het Amerikaanse ministerie van Justitie nog geen beslissing genomen.

De rol van de contracten is zo complex en duister dat veel Amerikaanse critici van mening zijn dat hun bijdrage aan militaire conflicten tot een minimum moet worden beperkt. Het belangrijkste probleem in hun ogen is dat door hun deelname de bevelsstructuren in het leger volkomen onduidelijk zijn geworden, en het lastig is na te gaan wie voor wat verantwoordelijk is wanneer de zaken dreigen mis te gaan of uit de hand zijn gelopen.

,,Burgers in Irak een juridische vrijkaart geven is gewetenloos'', zegt Peter Singer, auteur van Corporate Warriors: The Rise of The Privatized Military Industry, in de Canadese krant Toronto Star. ,,Door hen tijdens ondervragingen in te zetten ga je tot het uiterste, dat had nooit mogen gebeuren'', zegt hij. Singer, die werkzaam is aan het Brookings Institute, een Amerikaanse denktank, stond vorige week veertig leden van het Amerikaanse Congres te woord nadat zij nieuw video- en fotomateriaal te zien hadden gekregen waarop gevangenen werden mishandeld.

Ook oud-medewerkers van de Amerikaanse inlichtingendiensten hekelen het overmatig gebruik van contractanten in oorlogssituaties. ,,De dienst bestaat in zekere zin bij de gratie van contractanten'', zegt Robert Baer, die daar tegen is, in de Britse krant Financial Times. Hij is een voormalig medewerker van de inlichtingendienst CIA.

De verklaring voor die grote civiele deelname in Irak is eenvoudig. Na afloop van de Koude Oorlog werd er op grote schaal bezuinigd en ingekrompen, maar na 11 september 2001 en door de oorlog tegen het terrorisme die daar het gevolg van was nam de vraag naar gespecialiseerde kennis opeens weer toe. Civiele bedrijven zoals CACI en Titan hebben beantwoord aan die gespecialiseerde vraag. De militaire contractanten zelf hebben daar ook nooit een geheim van gemaakt. CACI wierf op zijn eigen website openlijk voor specialisten op het gebied van ondervragingstechnieken.

De kans dat fouten worden gemaakt of misdaden worden begaan, zoals in Abu Ghraib, is daarmee wel groter geworden, zeggen de critici ,,Wat we meemaken zijn de excessen van deze voorliefde om alles uit te besteden'', zegt Danielle Brian, directeur van het Project on Government Oversight, een belangengroep uit Washington, in The Wall Street Journal. ,,Maar [die behoefte] gaat eraan voorbij dat er ook zaken bestaan die alleen door de overheid zouden moeten worden gedaan.''