De Graaf: geen verschil in rechten

Het kabinet wil geen volgorde aanbrengen tussen de grondrechten die in de grondwet verankerd liggen, zoals het non-discriminatiebeginsel en de vrijheid van meningsuiting en van godsdienst.

Dat blijkt uit de nota Grondrechten in een pluriforme samenleving, die minister De Graaf (Bestuurlijke Vernieuwing) vandaag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Onder meer D66, de partij van De Graaf, heeft bepleit de vrijheid van meningsuiting hoger te stellen dan andere grondrechten.

Met de nota wil het kabinet antwoord geven op recente discussies en ,,onduidelijkheid in de samenleving'' over de onderlinge verhouding van grondrechten. Deze hangt volgens het kabinet samen met de grotere culturele verscheidenheid en individualisering.

Om aan die onduidelijkheid een einde te maken, is volgens het kabinet geen wijziging nodig van de grondwet. Jurisprudentie toont volgens De Graaf aan dat rechters een genuanceerde weging kunnen maken tussen grondrechten en belangen van burgers. Hij wijst onder meer op de argumentatie van de rechters die de imam El Moumni en het ex-Kamerlid Van Dijke (ChristenUnie) niet veroordeelden nadat zij zich negatief uitlieten over homoseksualiteit.

Wel bepleit het kabinet een ,,heroriëntatie op de waarden van de democratische rechtsstaat''. Volgens De Graaf ontbreekt het de laatste jaren aan nuance in de publieke discussie over grondrechten. Hij bepleit ,,verantwoordelijkheid, maar ook weerbaarheid'' in het maatschappelijk debat. Zo moet men niet te snel naar de rechter stappen. De Graaf roept ook op ,,niet te snel om verboden te roepen'' bij vermeende inbreuken op grondrechten. Tweede-Kamerleden doen dat volgens hem wel, evenals onder meer minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie). Zij kwam terug van haar aanvankelijke voorkeur voor verbod op een islamitisch boek. Om het besef van de democratische rechtsstaat te bevorderen wil het kabinet meer ,,verplichte aandacht'' daarvoor in onderwijs en inburgeringscursussen.

Het kabinet ziet niets in een verbod op hoofddoeken voor ambtenaren, zoals de LPF bepleit. Kledingvoorschriften voor onderwijzers op openbare scholen kunnen worden gesteld als daarvoor een niet-discriminerende ,,objectieve rechtvaardiging'' is. De Graaf waarschuwde vanmorgen wel voor ,,scherpslijperij''.