Bod Carlyle op olieconcern Petroplus

Oliemaatschappij Petroplus wordt van de beurs gehaald. De oprichters M. van Poecke en W. Willemstein, beiden bestuurder van Petroplus, hebben samen met de Amerikaanse investeringsmaatschappij Carlyle een bod op de aandelen uitgebracht. Zij bieden 8 euro per aandeel, 30 procent meer dan de slotkoers van gisteren. De totale overnamesom komt daarmee op circa 250 miljoen euro.

Petroplus geeft als redenen voor de terugtrekking de geringe belangstelling onder beleggers voor mid caps (kleinere beursfondsen) in het algemeen en Petroplus in het bijzonder. Daarnaast heeft het bedrijf binnen de ,,nieuwe strategie geen behoefte aan verdere uitbreiding''. Ten slotte wil het bestuur af van de strenge en tijdrovende verantwoordingsplichten die een beursnotering met zich meebrengt. Hoe de nieuwe eiegndomsverhoudingen zullen komen te liggen, kon de woordvoerder niet zeggen. Van Boecke en Willemstein bezitten nu elk 11,4 procent van de aandelen.

Petroplus, dat sinds 1998 aan de beurs genoteerd staat, ontstond in 1993 uit het verlieslijdende Vanol. Van Poecke en Willemstein kochten het toenmalige bestuur uit, trokken een nieuwe financier aan en veranderden de strategie. Door een jarenlange stroom van acquisities – waaronder raffinaderijen in België en Engeland, tankopslagdepots in Europa en Saoedi-Arabië en de Tango-tankstations – groeide het bedrijf uit tot de grootste onafhankelijke oliemaatschappij van Europa. De omzet steeg van 895 miljoen gulden in 1993 tot 6,1 miljard euro in 2003.

De afgelopen jaren gaat het door de malaise in de olieraffinage minder goed met Petroplus. Het bedrijf boekte 2003 een verlies 64,2 miljoen euro. Dit jaar verkocht Petroplus de Tango-tankstations aan oliemaatschappij Q8. Het bedrijf heeft 1.135 mensen in dienst en is actief in twintig landen.