Tevredenheid bij bondscoach Cats na EK zwemmen

Met evenveel medailles (zes) als bij het vorige preolympische EK-toernooi keerde de zwemploeg vandaag terug in Nederland.

Dacht iedereen dat de 4x200-ploeg definitief tot zinken was gebracht, blijkt de aflossingsploeg plotseling wél levensvatbaar. Het was weliswaar geen indrukwekkende prestatie die het inderhaast opgetrommelde kwartet (Zuijdweg/Oosting/Felten/Zwering) zaterdag neerzette (vijfde plaats) bij de Europese kampioenschappen in Madrid, maar wel een die te denken gaf.

Vooral debutanten Stefan Oosting en Thomas Felten bewezen dat de ploeg die vier jaar geleden olympisch brons won wel degelijk potentie heeft. En dus rees de vraag of de technische staf `de 4x200', met aan boord tweevoudig olympisch kampioen Pieter van den Hoogenband, niet te snel had afgeschreven. Bondscoach André Cats verwierp die suggestie. ,,We hebben voldoende geïnvesteerd.''

Maar is dat zo? In zijn blinde ambitie joeg de onervaren Felten zichzelf afgelopen najaar over de kling: hij raakte overtraind. Alle ingrediënten voor dat doemscenario waren aanwezig: een jonge, ambitieuze coach zij aan zij met een al even gretige pupil, trainend in relatieve afzondering (Nijmegen) omdat het duo niet verbonden is aan een van de drie (semi-)professionele ploegen. Dat was de goden verzoeken.

Maar Cats heeft al zoveel ellende op zijn bordje dat het de Fries amper kwalijk te nemen valt dat hij af en toe een steek laat vallen. Het aanhoudende geklungel en getreuzel op de burelen van zijn werkgever, de papieren tijger Stichting Topzwemmen Nederland (STN), trekt een zware wissel. Niet alleen op hem, ook op en binnen de rest van de nationale selectie, die vanmiddag terugkeerde met evenveel (zes) medailles als vier jaar geleden bij het vorige preolympische EK-toernooi in Helsinki.

Tot sombere gedachten wilde Cats zich gisteren echter niet laten verleiden, nadat de vrouwenestafette de slotdag van het veredelde trainingskamp voorzag van een vrolijke noot door derde te worden op de 4x100 wissel. Het was de eerste wisselslagmedaille voor een Nederlandse vrouwenploeg sinds de EK van 1991. Ene Inge de Bruijn maakte toen deel uit van dat gezelschap, dat te water ging in hetzelfde bassin als waar over 87 dagen het olympisch zwemtoernooi begint.

Zeventien leden (veertien zwemmers en drie reserves) telt het keurkorps in de Griekse hoofdstad, oftewel zeven minder dan vier jaar geleden in Sydney. Cats had vooraf nog stille hoop dat beloftevolle tieners als Moniek Nijhuis (school) en Stefanie Luiken (rug) zich in Madrid alsnog van een individuele olympische start zouden verzekeren. Maar dat bleek ijdele hoop. Toch zei Cats ,,zeer tevreden'' te zijn. ,,Of nee, haal dat `zeer' maar weg: ik ben tevreden.''

Dat gold niet voor Marleen Veldhuis, ondanks het brons op de 4x100 wissel. Kort daarvoor had de 24-jarige Twentse op de 50 vrij op éénhonderdste het podium gemist. Met dank aan een matige start en een belabberde finish. Aan die facetten moet het onbevangen talent nog werken, en dat weet ze. Zoals ze ook weet dat de tijd van cadeautjes weggeven voorbij is in het Nederlandse topzwemmen. Ze kan dus slechts hopen dat Cats én NOC*NSF bereid zijn om met de hand over hun hart te strijken als het gaat om een olympische start op de 200 vrij.

Veldhuis miste de limiet op 0,02 seconde. Ook in Madrid wist ze de barrière van 2.00,07 niet te slechten, maar dat was geen wonder. Net als de rest van de ploeg zit Veldhuis middenin een zwaar trainingsblok. Bovendien waren de weersomstandigheden (regen en wind) in haar nadeel. De oud-waterpoloster uit Borne is op basis van haar inzet en prestaties een rolmodel voor de anderen. Ze wil graag, heeft de steun van haar coach Fedor Hes, en ook het olympisch programma hoeft haar ambities niet in de weg te staan, ondanks de maximaal vijftien starts die haar dan te wachten staan. Maar in plaats van een toezegging wierp Cats gisteren een rookgordijn op. ,,We moeten eerst maar eens bekijken of dit überhaupt verstandig is.'' Binnenkort schuiven de partijen aan voor `een gesprek'.

Datzelfde wacht Cats binnenkort als de plannen op weg naar `Peking' (Spelen 2008) op papier gezet moeten worden. Eén ding is zeker: de bondscoach wil de clubs nieuw leven inblazen. ,,Het Nederlandse topzwemmen is als een huis waar we met de komst van de profploegen een fraai dak hebben opgezet. Maar daaronder ontbreekt een verdieping, omdat de topclubs hun identiteit zijn kwijtgeraakt. De verhouding is daardoor zoek. Talent is er wel, maar dat moet nu via een wankele ladder omhoog klimmen. Ze hebben meer houvast nodig en dat betekent dus: krachtige verenigingen.''

Jacco Verhaeren, trainer van de Philips-profploeg, deelt die mening, want: ,,Wij hebben nu nog geen last van het falen van STN, maar gaan dat langzaam maar zeker wel merken.'' Graag zou hij zien dat in het nieuwe beleidsplan meer aandacht komt voor de kaderopleiding. ,,Trainers in Nederland missen richting. Men doet maar wat, en heeft geen flauw benul van trends in het topzwemmen, als de onderwatertechniek of de trackstart. Ik juich de komst van de opleiding Topcoach toe, maar het is geen toeval dat de twee beste cursisten (bedoelt Hes en Mandy van Rooden, red.) werkzaam zijn in een professioneel milieu én hier aanwezig zijn. Trainen leer je vooral in de praktijk.''

Geld voor stageplekken in plaats van voor de kandidatuur voor de EK van 2008 in Eindhoven. Wat de waarde is van een Europese titelstrijd in een olympisch jaar, bewees `Madrid': weinig hoogtepunten, veel afzeggingen. Verhaeren is geen tegenstander van het voornemen van de bond, maar: ,,Dan liever in maart of hooguit april, want dan komen de toppers wel.'' Cats gaat een stap verder. ,,Zo'n toernooi zou een mooie push geven, maar liever in 2010 dan in 2008.''

    • Mark Hoogstad