Speculaties over voortijdig vertrek Blair nemen toe

Premier Blair is politiek gegijzeld door de oorlog in Irak. Geruchten over zijn aanstaande vertrek zwellen langzaam aan.

Britse wedkantoren zijn politieke barometers. De kans dat premier Tony Blair vóór de komende verkiezingen, verwacht in mei 2005, zou opstappen was volgens marktleiders Ladbroke's en William Hill een week geleden nog verwaarloosbaar. Nu schatten ze die kans grofweg één op twee en verlaagden ze hun odds, zo lieten ze weten, ,,nadat een reeks klanten met goede connecties bedragen met drie nullen hadden ingezet op Blairs vertrek''.

Het is de simpelste vertaling, in ponden, van een paar desastreuze weken in Irak. Nu de Iraakse massavernietigingswapens zoek blijven, heeft Blairs andere rechtvaardiging van de oorlog – dat de wereld beter af is zonder de dictator Saddam – aan belang gewonnen. Maar de foto's van mishandelde gevangenen en de bloedige vrede hollen dat morele gelijk uit. Een ruime meerderheid van de Britten denkt nu dat Blair door Irak en zijn bondgenootschap met president Bush zwaar is beschadigd. Ze geloven in meerderheid ook dat hij voor de volgende parlementsverkiezingen moet aftreden, omdat de partij beter af is zonder hem. Opiniepeiler YouGov geeft de Conservatieven al twee weken een voorsprong van zeker drie procentpunt op Labour-onder-Blair.

Het gerucht dat hij zou wankelen is froth, schuim dat nu eenmaal altijd bij het politieke bedrijf komt bovendrijven, zei Blair vorige week zelf. Maar dit keer lijkt er meer aan de hand. John Prescott, de superloyale vice-premier, bevestigde zaterdag in een vraaggesprek met The Times dat de partij zich bezint op een toekomst-zonder-Tony. ,,Elke premier vertrekt uiteindelijk'', aldus Prescott, die toegaf dat kopstukken in het kabinet ,,zichzelf herpositioneren'' nu de ,,tectonische platen [onder de partij] beginnen te schuiven''.

Volgens de zondagse zusterkrant Sunday Times zou kroonprins Gordon Brown, de minister van Financiën die zich al jaren warm loopt, zijn kabinet al hebben ingevuld – met hoofdrollen voor de wegens `Irak' afgetreden Robin Cook en Jack Straw, Blairs minister van Buitenlandse Zaken, die er dezer dagen weinig twijfel over laat bestaan dat hij anders denkt over het Amerikaanse Midden-Oostenbeleid dan zijn baas.

De geruchten over een ,,vreedzame machtsoverdracht'' zwollen verder aan na de onthulling in de Schotse Sunday Herald dat Brown en Prescott vorige week anderhalf uur lang in Prescotts Jaguar hebben zitten praten op de parkeerplaats van het oester- en zalmrestaurant Loch Fyne, ten noorden van Glasgow. Dat gebeurde veelzeggend genoeg op de terugweg van een dienst op het Schotse eiland Iona ter nagedachtenis van Labour-leider John Smith, die tien jaar geleden door een hartaanval stierf en nog steeds te boek staat als ,,de beste Labour-premier die het land nooit heeft gehad''. Blair, die op Iona opvallend ontbrak, won de strijd om Smiths opvolging, maar zou destijds zijn rivaal Brown tevens hebben beloofd plaats te maken zodra de tijd rijp is.

Is dat nu? Dat is de vraag waarover Westminster-watchers verhit speculeren. ,,Margaret Thatcher deed geruchten over een complot tegen haar ook als `schuim' van de hand'', schreef Blairs biograaf John Rentoul gisteren. ,,Maar zodra de peilingen er niet langer aan twijfelden dat ze een politiek risico werd en ze zelf duidelijk maakte de poll tax [een omstreden belasting] niet te zullen intrekken, was haar lot bezegeld. Prescott schrijft het vervolg, met Blair als Thatcher en Irak als zijn poll tax.''

Blair-getrouwe kabinetsleden, onder wie de ministers Reid (Gezondheid) en Hoon (Defensie) gingen gisteren in de tegenaanval. Blair ,,herkent zich niet in een paar krantenstukken'' en ,,is vastbesloten om het karwei af te maken'', aldus Hoon. En het idee van een Brutus-achtige `Loch Fyne-deal' is ,,vuilnis'', zei Downing Street. Brown en Prescott ,,deelden gewoon een auto'' en waren even gestopt om een maaltje oesters te kopen ,,voor thuis''.

Maar Blairs gebruikelijke zelfverzekerdheid – zowel over Irak als zijn plan om als premier de komende verkiezingen te winnen en daarna een derde termijn uit te zitten – leek hem even verlaten te hebben. Hij stapt op ,,zodra hij denkt dat de partij onder zijn leiding schade lijdt'', vertelde hij vrienden (die het weer tegen The Observer vertelden). Maar dat is hoe dan ook niet vóór januari 2005, als in Irak verkiezingen staan gepland, zei hij. Het klonk opeens als overmorgen.

Blairs tweede termijn had in het teken moeten staan van de uitgestelde modernisering van de zorg en het onderwijs, en mogelijk van een nieuw Europees engagement. Maar beide projecten worden door `Irak' overschaduwd. De Europese verkiezingen, waarbij Labour mogelijk een forse bloedneus oploopt, zullen dat bewijzen. Blair zegt vaak te geloven dat ,,de geschiedenis gunstig [over hem] zal oordelen'', maar hij beseft ook dat in Irak dan eerst de contouren van vrede en democratie zichtbaar moeten worden. Tot dat hoogst onzekere ogenblik, als het ooit aanbreekt, wil hij niet weg. Hij hóeft ook nog niet weg, al was het alleen omdat zijn Labour-rivaal, die evenmin een magisch antwoord weet, niet staat te trappelen om `Irak' te erven. Intussen helpt Blair zijn ,,trouwste bondgenoot'' in het Witte Huis dus koortsachtig te zoeken naar een geloofwaardige `exit-strategie' voor Irak. Met de extra urgentie, zo lijkt het nu, om zijn eigen exit te vertragen.