Smullen van Bush en de Saoedische connectie

Op het filmfestival in Cannes is vandaag Fahrenheit 9/11 van Michael Moore vertoond.

Will Smith is geweest, met Angelina Jolie. Quentin Tarantino en Uma Thurman. Brad Pitt en Jennifer Aniston – en toen zei de rode-loperverslaggever al dat dit het glamourkoppel van het jaar was. Hij vergiste zich. Het glamourkoppel van Cannes 2004 is een ongeschoren dikkerd met een bril en een honkbalpetje en zijn even vormeloze vrouw. Vandaag is op het filmfestival van Cannes Fahrenheit 9/11 vertoond, de documentaire van Michael Moore die meedingt naar de Gouden Palm. Twee extra persvoorstellingen waren vanochtend nodig om alle belangstellenden de gelegenheid te geven om te zien welke speciale connectie er is tussen George Bush en de familie Bin Laden en waarom, om nog maar eens iets te noemen, er maar van één lid van het Amerikaans Congres een kind vecht in Irak.

Het wordt de kijker in krap twee uur uitgelegd op de manier die we van Moore kennen, zeker sinds zijn succesvolle Bowling for Columbine (2002). Hij is suggestief, geestig, brutaal en vasthoudend. Hij legt altijd verbanden die nog niemand had gelegd en als hij de relevantie niet hard kan maken, laat hij de suggestie gewoon in de lucht hangen, alles op het ritme van vrolijke muziek en snelle montage – wie maakt hem wat?

Fahrenheit 9/11 bestaat uit twee los verbonden delen. Eerst gaat Moore op zoek naar de reden waarom 142 Saoediërs uit de VS mochten vliegen na de aanslagen van 11 september 2001, terwijl alle vliegverkeer was stilgelegd. Zo komen we bij de Saoedische connectie, ook met de familie Bin Laden, via de investeerders van de Carlyle Group, waarin vader Bush, minister van Buitenlandse Zaken James Baker en een halfbroer van Osama bin Laden samen op de ochtend van 11 september zaken zitten te doen. Een causaal verband hoeft Moore niet te leggen, hij haalt er gewoon allerlei heerlijke dingen bij, die je vanzelf opsmult.

Deel twee: wat hebben die arme mensen in Irak ons eigenlijk aangedaan? Hier wordt de film sentimenteler, maar uitgangspunt en methode blijven hetzelfde. De rijkaards hebben de arme sloebers in de tang en de armen moeten het uitvechten zodat de rijken er geld aan verdienen.

Het overtuigt soms, is soms te demagogisch, maar het is altijd geestig, vooral doordat de scherpste aanklachten tegen het establishment altijd van henzelf komen in Moores aanpak. Hij neemt plukjes van oude tv-interviews en monteert die haarfijn op de plek waar het hem uitkomt. Succes verzekerd.