Nieuwe kameroperaatjes hijgen, sissen en trillen

Varèse zag zich het liefst als een Parsifal, niet op zoek naar de graal, maar ,,naar de bom die muziek tot ontploffing brengt, de weg vrijmakend voor geluiden die doorgaans denigrerend als `lawaai' worden bestempeld.''

Op het Gaudeamus Muziektheater Festival in De Balie en Frascati bleek afgelopen week goed naar dat motto geluisterd. Alle kameropera's maakten gebruik van elektronica dan wel van spannend hijgen, sissen en trillen. En het festival had met een sciencefiction-opera van Christina Viola Oorebeek bovendien een typisch `Varèse'-nieuwtje in huis, in de vorm van een grote metalen bal die gebruik maakt van de door STEIM ontwikkelde joystick-technologie.

En wat te denken van Huba de Graafs luidsprekersopera, haar tweede inmiddels, gewijd aan de politieke avonturier Arnolt Bronnen (1895-1959), als expressionistisch schrijver van zichzelf al een luid-spreker?

Dat het om te boeien uiteindelijk minder gaat om het overhoop halen van disciplines dan om het bereiken van intensiteit en samenhang, bleek donderdag in Frascati in twee op elkaar aansluitende opera's van Alison Isadora en Petros Ovsepyan.

6 and a half hours van Isadora is een rijk opgetuigd declamatorium met zoetige `interjecties' door countertenor Joe Schlesinger. De teksten van Richard Huber zijn opmerkelijk. Hij laat het Jezus-kindje met een keukenmes op Maria inhakken, ongeveer zoals in het kinderboek Mamma en de wilde baby van Barbro Lindgren – wreed en min of meer humoristisch. De opzet weet te boeien, maar de minimalistische muzikale uitwerking houdt niet over.

De opera van Ovsepyan biedt geen requisieten en projecties, maar slechts zicht op de leden van het Amstel Saxofoonkwartet. Al eerder liet deze Azerbeidzjaanse leerling van Theo Loevendie merken dat hij geen liefhebber is van vlotte deuntjes, zoals in een illusionistisch, geheel op flageoletten gebaseerd strijkkwartet. Zijn ironisch betitelde Opera and Aria is een drie kwartier durende voorbereiding op de eerst te spelen noot. Het spel in traag verglijdende bewegingen dient precies gelijk uit te komen. Alles verloopt hier strikt synchroon, en eist de hoogste concentratie, zoals een kwartier lang onmerkbaar geleidelijk bukken, totdat het hoofd geheel tussen de knieën is verdwenen. Op de repetitie werden cues aangegeven, maar dat werkte averechts; als het voortijdig verklappen van de clou.

Nauwelijks minder boeiend was zaterdag Voyager voor zang, tape en video van Arnoud Noordegraaf, die een opmerkelijke éénheid qua sfeer en stijl wist te bereiken. Voyager handelt over een satelliet, met aan boord de gouden NASA-plaat met informatie over onze beschaving, waaronder Japanse hofmuziek en Bach. Varèse had daarop niet mogen ontbreken als componist die niet gedateerd raakt, en wiens ontploffingen model staan voor een muziektheaterfestival als dit.

Gaudeamus Muziektheater Festival 2004. Gehoord: 13 en 15/5 Theater Frascati, Amsterdam.