Kritiek op Bernhard in dagboek De Quay

Prins Bernhard heeft zich in mei 1963 in de kabinetsformatie gemengd met een brief die ,,inconstitutioneel'' was en ,,een dreigement aan [het] adres van [de] informateur'' inhield.

Dat schrijft toenmalig minister-president De Quay in dagboekaantekeningen, die het Brabants Dagblad dit weekeinde heeft gepubliceerd. Wat de strekking van het `dreigement' was, wordt uit de aantekeningen niet duidelijk. De brief had betrekking op de uitgaven voor defensie, en werd door De Quay besproken met de toenmalige staatssecretarissen van Defensie. De premier heeft de prins daarna telefonisch beloofd de brief te verscheuren, zo schrijft hij. Later tijdens de formatie belde koningin Juliana met De Quay. Zij wilde ,,stilletjes waarschuwen'', volgens De Quay met Bernhard ,,op de achtergrond'', voor ,,te lage defensie-uitgaven''.

De KVP-politicus De Quay (1901-1985) onderhield sinds 1944 geregeld contact met prins Bernhard en andere leden van het koninklijk huis. In 1945 was hij korte tijd minister van Oorlog, van 1959 tot 1963 minister-president en begin 1967 enkele maanden jaar vice-premier en minister van Verkeer en Waterstaat. De dagboeken van De Quay liggen in het Rijksarchief in Noord-Brabant.

Uit de passages over leden van het koninklijk huis, die te lezen zijn op het website van het Brabants Dagblad, blijkt dat De Quay geregeld ongerust was over de gevolgen van de ,,nogal losse levensstijl'' van Bernhard voor de monarchie. Zo krijgt hij in 1944 bevestiging van het bericht dat Bernhard ,,de prinses als echtgenoot bedroog en een verhouding had in Engeland''. De Quay vindt dat ,,ellendig''. ,,De gevolgen zijn in ons volk nog niet te overzien. Je land mag je niet verraden, je vrouw klaarblijkelijk wel.'' Onder premier De Quay maakte het kabinet in 1959 een einde aan een commissariaat van Bernhard bij de Steenkolen Handels Vereniging.