Geen uitzondering BNN

Jeugdomroep BNN is er niet in geslaagd binnen de proeftijd van vijf jaar de minimumgrens van 300.000 leden te halen om zijn tijdelijke status in een definitieve om te zetten. Daarmee voldoet deze omroep niet aan de Mediawet. Dus hebben de staatssecretaris en de Tweede Kamer de Mediawet voor de zoveelste keer veranderd om de minimumledengrens voor de erkenning van een omroep te halveren tot 150.000. Aan die voorwaarde kan BNN wel voldoen. Deze `gelegenheidswetgeving' stuit een meerderheid van de Eerste Kamer terecht tegen de borst. Er werd vorige week zelfs gesproken van een `BNN-wet'.

Het past niet om voor een van de deelnemers aan de wedstrijd tussentijds het doel te verbreden zodat er alsnog kan worden gescoord. Op deze manier ontstaat een stelsel waar alleen verenigingen die in de smaak vallen bij de overheid een voorkeursbehandeling krijgen. Daarmee wordt de afwijzing van andere kandidaten voor een omroepconcessie des te willekeuriger. Er staan al andere kandidaten voor de deur, het zal niet lang meer duren voor de eerste milieu-omroep zijn intree doet. De verlaging van de minimumledengrens maakt het gemakkelijker het aantal van 31 zendgemachtigden verder uit te breiden. De overvolle omroepkerstboom levert een logge, versplinterde bureaucratie op met veel managementlagen waar televisiemakers slecht in kunnen werken. Of zal de Tweede Kamer nieuwe omroepinitiatieven met weer een andere wet proberen tegen te houden?

BNN is ook een gelegenheidsoplossing voor een achterhaald stelsel van omroepzuilen. Terwijl steeds minder Nederlanders naar de kerk gaan, staan vijf christelijke zendgemachtigden tegenover slechts één omroepstichtinkje voor bijna 1 miljoen moslims. De visitatiecommissie-Rinnooy Kan heeft vastgesteld dat vrijwel alle zendgemachtigden aan hun missie voldoen, maar zich niet bekommeren om de publieke omroep als geheel. Dat is ook de oorzaak van het gebrek aan jongere kijkers voor de publieke omroep. De jongerenomroep BNN moet aan dit tekort tegemoetkomen. BNN is al geen traditionele zuil, want jongeren verschillen onderling in levensbeschouwing en politieke oriëntatie even sterk als ouderen.

Er is een nieuwe impuls nodig maar politici hebben die al tientallen jaren voor zich uit geschoven. Leden van de Eerste Kamer achten een fundamenteel debat op zijn plaats maar Van der Laan en de Tweede Kamer vinden dat het ook nog kan plaatshebben na het aannemen van deze ene gelegenheidswet. Dat is weinig geloofwaardig, want in het verleden heeft uitstel altijd tot afstel geleid. De Eerste Kamer moet dus niet wijken voor de grote druk van Van der Laan en andere belanghebbenden om deze BNN-wet alsnog aan te nemen. Het behoeden voor gelegenheidswetgeving is een belangrijke taak van deze Kamer. De overleving van de publieke omroep op de lange termijn is ermee gebaat.