Een wijze aap in een wonderlijk mime-verhaal

Net zoals Rembrandts snijarts dokter Tulp ontleedt mimeacteur Jochem Stavenuiter een lijk. Althans, dat denkt hij. Op het tafelblad in zijn griezelkabinet ligt een lichaam, bedekt door een strakgetrokken wit laken. Met lancet en schaar opent hij stukje huid na stukje huid, net luikjes in een lichaam. Hij ontdekt bloederige ingewanden, zelfs een grasmat, beenderen en tot slot een kloppende buik.

De dode is niet dood. En de dode is geen mens, maar een aap. Voor de bioloog en zijn assistenten is het al te menselijke dier een bezienswaardigheid. Ze zijn er bang voor: ,,Rustig, rustig, koesstj'', roepen ze de aap toe die tot dusver niets anders deed dan op die tafel zitten, rondkijken met zijn kalmerende apenogen en zichzelf krabben. Bambie 9 van het mimegezelschap Bambie is gemaakt door de spelers Stavenuiter en Paul van der Laan. De snijzaal bevindt zich in een duister bos, waar het niet pluis is. Wanneer Stavenuiter een lade opent, klinkt er een oorverdovend gekrijs. We kunnen ernaar gissen wat het betekent, ik houd het op het gekrijs van alle slachtoffers onder zijn dodelijke messen.

Sinds de jaren negentig werkt het gezelschap Bambie aan een reeks genummerde voorstellingen, die het traditionele mimetheater verheffen tot toneel-met-drama. Bambie 9 is geïnspireerd door de roman De vrouw en de aap (1996) van de Deense schrijver Peter Høeg. Hierin keert de auteur de wetten van Darwin om: de wijze aap Erasmus staat in zijn boek aan het einde van de beschavingsgeschiedenis, en niet aan het begin. De roman verhaalt de liefdesgeschiedenis tussen vrouw en aap, en dat is nu ook het geval. Een van de verpleegsters wordt verliefd op de aap, vlijt zich in zijn armen. De aap wil niets van haar weten. In mimetechnisch opzicht is de scène waarin de spelers het geheim van de apenliefde en het -leven willen achterhalen, knap gedaan. In het gezicht van de vier acteurs zijn de lippen al aapachtig gekruld. Ze mimen de vraag waar het wijfje is, of de aapman liefde kent en of het vrouwtje misschien wel dood is. De aap reageert op geen enkele menselijke prikkel. Hij is een wijze aap, levend in zijn eigen universum.

De opmerkelijkste rol, die van aap Erasmus, vertolkt mimespeler Luc Boyer. In trage bewegingen zoals dat past, zonder haast, met ogen verzonken in een niet nader te duiden wereld, laat hij zich de vernederingen der mens welgevallen. Hij eet pindanootjes, gooit handenvol in het publiek en imiteert de lach die van de toeschouwers uitgaat. Hij treft precies het raadselachtige, dat bij het dier past. De frappe in de voorstelling is de lezing die de aap geeft: hij toont een knaagdier in een kooitje. Iedereen snikt, want beseft dat de aap zich gevangen voelt. Ze laten hem vrij, waarna het leed van de aap niet is te overzien. De mensen veranderen in bomen en de aap huilt. Wonderlijk en bizar verhaal, dit Bambie 9. De diepere betekenis schuilt in de waardigheid van het dier in contrast tot de mens. In de vorm werken de acteurs deze tegenstelling goed uit. Naast Boyer zijn de vier andere spelers nerveuze, bibberende rietjes die zich ternauwernood weten te gedragen. Ze snijden erop los, beginnen te krijsen, zij zijn de risee van de schepping. Aan het slot maakt Boyer duidelijk dat alles kunst is, dus vorm: om zijn aap-personage tranen te laten huilen, maakt hij eerst zijn ogen met water nat. Hij is alleen in het woud, de mensen zijn verstard tot bomen, dode bomen zelfs met dode takken.

Voorstelling: Bambie 9 van Jochem Stavenuiter en Paul van der Laan. Gezien: 14/5 Theater de Brakke Grond, Amsterdam. Te zien: 18 t/m 22/5 aldaar. Tournee t/m 6/2/05. Inl: 020-6270455; info@bureauberbee.nl