De onzichtbare hand van de markt

Voor het eerst sinds zijn aantreden staat bondskanselier Schröder in een goed blaadje bij het Duitse weekblad Wirtschaftswoche. Dat komt doordat de vaandeldrager van de roodgroene coalitie kleur heeft bekend door publiekelijk vast te stellen: ,,We hebben een mondiale bankinstelling nodig, die in Duitsland domicilie houdt, en een tweede op Europees niveau.'' Het wordt ook wel tijd dat de overheid zich er mee bemoeit, verzucht het blad, want het is ,,de laatste kans een nationale kampioen te kweken'' die opgewassen is tegen de internationale concurrentie in het bankwezen. Het blad meent dat de Duitse regering een voorbeeld mag nemen aan de Franse: die schroomt niet om op te komen voor de belangen van het nationale bedrijfsleven.

Natuurlijk is het blad voor de werking van de vrije markt, maar alleen onder omstandigheden die voor allen gelijk zijn. En dat is in het bankwezen niet het geval, meent het blad. Met leedwezen stelt het vast dat Deutsche Bank, Duitslands nummer één, op de wereldranglijst in twaalf jaar is gezakt van de tweede naar de negentiende plaats. Dat is voor een groot deel te wijten aan de banken, omdat deze de nodige kansen hebben laten liggen. Maar voor het andere deel van het debacle is de roodgroene regering aansprakelijk, vindt het blad. Deze heeft verzuimd de structuur van de financiële sector te verbeteren en daardoor meer concurrentie mogelijk te maken.

Als de nationale trots in het geding is sluiten zich de rijen, ook in Duitsland. De standpunten van het Duitse opinieweekblad Die Zeit staan gewoonlijk lijnrecht tegenover die van Wirtschaftswoche, maar nu zijn beide bladen het er over eens dat ,,Duitsland op zijn minst een financiële instelling nodig heeft die winst maakt op de thuismarkt, met andere Europese banken op ooghoogte kan onderhandelen, en die mondiaal over de nodige knowhow beschikt''. Het blad vraagt zich af waarom het Deutsche Bank moet zijn die fuseert met de Postbank. Ook de HypoVereinsbank of de Commerzbank komen in aanmerking. Maar wie het ook wordt, alle Duitse belanghebbenden weten dat ze op zijn minst de Postbank nodig hebben om internationaal weer een behoorlijk partijtje te kunnen meeblazen. Volgens het blad is de kans groot dat Deutsche Bank aansluiting bij een grote buitenlandse bank prefereert boven het dienen van het nationale belang.

De keus tussen het thuisland of het buitenland zorgt volgens het Amerikaanse zakenblad BusinessWeek voor grote verdeeldheid in de boezem van het topmanagement van Deutsche Bank. De voorzitter van de Raad van Commissarissen, Rolf Breuer, mikt met zijn kompanen op overname van een Duitse bank, in dit geval de Postbank. Daartegenover staat de factie van bestuursvoorzitter Joseph Ackermann, van Zwitserse afkomst. Deze zoekt de samenwerking met een grote buitenlandse partner. Beide partijen zijn het er over eens dat Deutsche Bank op zichzelf te klein is voor een beduidende rol op de wereldmarkt. Ackermann heeft volgens het blad recente fusiebesprekingen met de Amerikaanse Citibank beëindigd omdat deze te veel mensen wilde ontslaan. Maar het blad weet dat de Zwitser nog steeds uitkijkt naar een andere partner, bijvoorbeeld ABN Amro of de Crédit Suisse Group. Maar wat er ook gebeurt, Deutsche Bank wil fuseren, binnen of buiten Duitsland.

Kanselier Schröder is wel een beetje laat met zijn aanbeveling aan Deutsche Bank en de Postbank om te fuseren, vindt het Britse weekblad The Economist. Daar komt bij dat aankoop van de Postbank minder goed past in de mondiale aspiraties van Deutsche Bank, met name als investeringsbankier. Fuseren met de verzekeringsbank Allianz zou volgens het blad de ideale combinatie opleveren.

Vrijheid van handel en de rol van de politiek blijven de gemoederen beroeren. Het Amerikaanse kwartaalblad Foreign Affairs betoogt in het omslagartikel over het uitbesteden van banen dat de overheid zich het beste kan onthouden van ingrijpen, ook al groeit de druk tot het nemen van protectionistische maatregelen, zeker in economisch roerige tijden als deze. Maar protectionisme lost de werkgelegenheidsproblemen van de Verenigde Staten niet op.

En afgezien daarvan valt het wel mee, dat banenverlies. Zo wijst het blad er op dat het uitbesteden van werk naar het buitenland in de jaren negentig al niet ongewoon was. Niemand maalde er toen om dat er meer banen bij kwamen dan er af gingen. De Amerikanen hoeven ook helemaal niet ongerust te zijn over de voorspelling van het onderzoeksbureau Forrester dat er de komende jaren 3,3 miljoen banen verdwijnen naar het buitenland, want dat verlies is verspreid over vijftien jaar. Dus waar hebben we het over? 220.000 banen per jaar.

Het blad wijst er op dat het slechte nieuws over het verdwijnen van banen vaak afkomstig is van managementconsultants die baat hebben bij uitbesteden en van bedrijven die zo dom zijn om te luisteren naar hun modieuze praatjes. Als het nieuwtje er eenmaal af is komen ze er wel op terug, vertrouwt het blad. Het voorspelt dat de roep om ingrijpen van de overheid verstomt zodra de economie verder aantrekt en de verkiezingen voorbij zijn.

    • Herman Frijlink