Als operaheld is `Moby Dick' god én duivel

Gary Goldschneider maakte furore met zijn integrale uitvoeringen van de pianosonates van Beethoven. Nu componeerde hij een opera naar `Moby Dick' van Melville.

,,In 1984 speelde ik op een zonnige zomerzondag op het Amsterdamse Leidseplein alle 32 pianosonates van Beethoven. Komende pinksterzondag gaat in de Stadsschouwburg de wereldpremière van mijn opera Call me Ishmael. Na twintig jaar ben ik van buiten eindelijk binnen.''

De Amerikaanse pianist en componist Gary Goldschneider, sinds achttien jaar woonachtig in ons land, is bij de horeca-exploitanten op het Leidseplein nog steeds beroemd om zijn Beethoven-marathon. Van kwart over een 's middags tot tien voor een 's nachts zorgden Goldschneider en Beethoven voor een topomzet op de terrassen. Een operaliefhebber onder de café-eigenaars heeft Goldschneider dan ook graag beloofd te komen kijken en luisteren naar Call me Ishmael, door Goldschneider geschreven naar het legendarische boek Moby Dick (1851) van de Amerikaan Herman Melville.

Het boek Moby Dick begint met de zin van de verteller, `Call me Ishmael'. Hij verhaalt van de ondergang van het schip de Pequod, waarmee kapitein Achab jacht maakte op de witte walvis Moby Dick, die hem ooit een been afbeet. Alleen `Ishmael' overleefde, om het verhaal na te vertellen. Goldschneider financiert de eenmalige Amsterdamse voorstelling – deels gerepeteerd in Londen – geheel zelf. Hij hoopt daarvoor zoveel internationale belangstelling op te wekken dat Call me Ishmael nog jarenlang overal ter wereld wordt opgevoerd.

Goldschneider: ,,Kapitein Achab was al lang een kandidaat voor een prominent operapersonage. Er was de film Moby Dick met Gregory Peck, en een tv-serie met Patrick Stewart. Bernard Herrmann componeerde een Moby Dick-cantate, Laurie Anderson en anderen deden er óók iets mee. Maar dit is de eerste `Grand Opera' naar de `Grand Story' van Melville.''

Over het concept van zijn opera, waarvoor Goldschneider zelf het libretto schreef, wil de componist weinig kwijt. ,,Van mijn regisseur Nicholas Heath mag ik niet teveel verklappen. Hij zegt: `Pas op voor het uitleggen van wat er gebeurt en wat het voorstelt.' Voor het publiek is het belangrijk ernaar te kijken als een kind, zonder dat alles is uitgelegd. Dat is de kick van een wereldpremière.''

Net als Richard Wagner – ,,We hebben dezelfde geboortedatum, 22 mei'' – schreef Goldschneider zijn eigen libretto. ,,Nicholas Heath heeft mijn drie aktes omgezet in twee aktes. Eerste akte op het land, tweede akte op zee. Perfect! Natuurlijk kan ik er wel iets over zeggen. Voor Melville is de walvis Moby Dick een krachtig, onkenbaar symbolisch wezen. Achab zegt steeds: `Je kunt de walvis niet kennen'. Je kunt hem zelfs niet in zijn geheel zien omdat hij zo groot is, je ziet alleen zijn staart of een glimp van de rest.

,,Moby Dick is God, dat is één interpretatie. Dit is wel een kwaadaardige walvis, een killer, dus het zou de duivel kunnen zijn. Tegenwoordig is de walvis een geliefd dier, een knuffelsymbool voor het milieu, de natuur – zie de film Free Willy. Orca's en walvissen zijn nu `menselijke' zoogdieren. Maar voor Melville, in de tijd van de walvisvaart, was de walvis een monster, commercieel van groot belang.

,,Nu is de walvis de good guy geworden, en zien we kapitein Achab als slecht en bezeten. Het is een grote stap de rollen van mens en walvis om te draaien, en mijn regisseur is daartoe ook niet bereid. Voor hem tellen de menselijke kwaliteiten van Achab, die hij af en toe óók toont. Hij is een maniak, maar hij is niet slecht. In het boek spreekt hij over zichzelf als de reïncarnatie van een Zoroaster-priester van talloze jaren her, in dienst van rechtvaardigheid. Hij is ook een `zwarte magiër', die bovennatuurlijke dingen kan verrichten. Hij slaat hemelse bliksems op in zijn lichaam, zodat het oplicht.

,,Staan we tegenover Lucifer? Voor Nicholas Heath is Achab een Faust, een getourmenteerd mens. Misschien is hij voor mij de duivel Mefistofeles. Bij symboliek kun je niet zeggen: de walvis is het milieu of God, zoals een rood licht `stop' betekent. Dat is te plat. Als je een Shakespeareaans personage wilt scheppen, zoals Macbeth of Hamlet, moet je hem onkenbaar maken en vatbaar voor duizenden interpretaties. Dat heeft Melville gedaan.

,,Ik vertel niet mijn verhaal maar Melville's verhaal en daarin zit weer het verhaal van Ishmael. Hij vormt de ogen van de lezer en de oren van het publiek bij mijn opera, maar we weten niet wie hij werkelijk is. Dat hij zich Ishmael noemt, heeft veel betekenis. Ishmael, de weggestuurde zoon van Abraham en Hagar, is de oervader van de islam, Mohammed was een verre nakomeling.

,,Moby Dick is een exotisch boek met kleurrijke personages. De Polynesische harpoenier Queeqeg zit onder de tatoeringen. Tashtego is een rode Amerikaanse indiaan, Daggoo een zwarte uit Afrika. Het schip van Achab is een echte microkosmos, een afspiegeling van de wereldbevolking. De parelvissers van Bizet bevat een duet van twee mannen, maar in Call me Ishmael zingen twee mannen een liefdesaria in bed, waar Ishmael in een overvol hotel het bed moet delen met Queequeg. Ze komen uit bed als boezemvrienden. Het publiek mag denken wat het wil.

,,Of Melville, schrijvend aan de haven, een homo in de kast was, is hier irrelevant. Maar de liefde van de ene mens voor de andere is dat niet. Het gaat om menselijkheid en tolerantie. Mijn opera zal wel betiteld worden als `gay', `rock' of `minimal'. Al die termen kunnen er ook op worden toegepast, maar ik wil niet op één kwalificatie worden vastgepind. Mijn muziek is niet experimenteel, maar wel melodisch, ritmisch en wat `traditioneel'; passend bij het tijdloze maar vooral gebaseerd op het tijdloze verhaal Moby Dick.''

Call me Ishmael: m.m.v. Rotterdams Kamerorkest o.l.v. Conrad van Alphen: 30/5 19.30 uur Stadsschouwburg Amsterdam, Res. 020 6242311

    • Kasper Jansen