Zonder taal is een doof kind boos

Op de dovenschool Guyot in Haren spreken de leerlingen én leraren sinds vijf jaar gebarentaal. Tot die tijd begrepen ze elkaar nauwelijks.

Vijf jaar geleden waren de leerlingen van dovenschool Guyot in Haren, Groningen altijd boos. We konden nauwelijks contact met ze maken, zegt Henny van Empel, psychologe van de school en adjunct-directeur van de Praktijkschool. De horende docent sprak Nederlands met ondersteunende gebaren, wat de dove kinderen niet volgden. En de kinderen gebuikten onderling gebarentaal, wat de leraren niet begrepen.

Cenet (16) klopt op de deur van de adjunct-directeur. Ze heeft geleerd dat horenden dat prettig vinden. Als ze binnenkomt, gebaart ze hallo, en gebruikt haar stem om het te zeggen. Onderling gebruiken doven hun stem niet. Niet omdat ze het niet kunnen, maar omdat het toch geen nut heeft. ,,Maar ze passen zich aan aan hun gesprekspartner.'' Code-switching noemen ze dat. En dat was, nog geen vijf jaar geleden, ondenkbaar. ,,Ze zetten zich af tegen horenden. We begrepen ze toch niet.'' Nu zijn er op school soms stemloze dagen. Alles moet in gebarentaal. Van Empel: ,,Dan voel je hoe hulpeloos zij ooit waren.''

Op de Guyotscholen in Haren zitten 160 leerlingen, van driejarige peuters, tot basischolieren en havo-leerlingen. Alle kinderen zijn prelinguaal doof of zwaarslechthorend, wat betekent dat ze al doof waren voor ze taal leerden. De Guyotschool is een van de eerste dovenscholen waar sinds 1996 tweetalig onderwijs wordt gegeven. Kinderen leren de Nederlandse Gebarentaal én Nederlands.

Lang was gebarentaal verboden. Dat was in 1880 zo afgesproken door vertegenwoordigers van doveninstituten allemaal horend op een wereldcongres in Milaan. Dove kinderen moesten les krijgen via de orale methode. Ze moesten taal leren afzien en zelf leren praten, dan hadden ze de meeste kans op een normaal leven. En zo is dat ruim honderd jaar gegaan. In een voorlichtingsfolder voor ouders met een doof kind uit 1984: ,,Gebaren en vingerspellen worden verboden, omdat het gebruik ervan de spraakontwikkeling in gevaar brengt.''

Dove leraren verdwenen van de scholen. Adjunct-directeur Van Empel: ,,Kinderen hier op school hadden nog nooit een dove volwassene gezien. Ze dachten dat ze als ze achttien werden, net als iedereen konden horen.'' Een doof kind zal, afhankelijk van de intelligentie, wel wat oppikken van de gesproken taal en het met een beetje geluk verstaanbaar gaan spreken. Maar het blijft behelpen. Freke Bonder is psychologe en beleidsadviseur van de Koninklijke Effatha Guyot Groep, een koepel van doveninstellingen: ,,Een kleuter die bang is, omdat hij denkt dat er monster onder zijn bed ligt, moet de middelen hebben dat duidelijk te maken. En met een beetje pantomime, kun je een kind niet geruststellen. Zonder taal, zal een kind zich onveilig en onbegrepen gaan voelen. Driftbuien bij horende peuters gaan meestal over als het kind beter leert praten. Een dove die zich niet kan uiten en niet begrepen wordt, kan zich blijven gedragen als een peuter. Surdofrenie werd dat vroeger genoemd. Gedrag dat hoort bij de persoonlijkheid van doven. Woede, agressie, angst, achterdocht, zwart-witdenken. Bonder: ,,Nu weten we dat het gedrag is van mensen zonder taal.

Wat er gebeurt als ouders en leraren niet met kinderen kunnen praten, werd pijnlijk duidelijk toen op een aantal dovenscholen aangifte werd gedaan van seksueel misbruik. Een meisje in Zoetermeer zei dat ze jarenlang werd misbruikt door elf medeleerlingen. Op het schoolplein, de toiletten, in de klas. Twee leerlingen van de school in St. Michielsgestel misbruikten 15 anderen. Uit Brits en Amerikaans onderzoek blijkt dat veertig tot vijftig procent van de jongeren te maken krijgt met seksueel misbruik. TransAct, een expertisecentrum voor seksueel geweld, deed op verzoek van het bestuur onderzoek naar de Zoetermeerse school. Hoe kon het dat 200 leraren op een school met 270 leerlingen dit misbruik niet hebben opgemerkt? Omdat de horende leraren de gebarentaal onvoldoende beheersten en niet begrepen wat er tussen de kinderen gebeurde. TransAct constateerde ook dat veel leerlingen grensoverschrijdend gedrag vertoonden. Veel agressie en seksuele intimidatie onderling en tegen de leraren.

Leraren en ouders zijn nog onvoldoende in staat met kinderen te praten over seksualiteit, zegt Freke Bonder. Ze kennen de gebaren die bij seks horen niet of schamen zich die te maken omdat ze zo expliciet zijn. Nog moeilijker is het om de begrippen die bij seks horen intimiteit, liefde, geborgenheid uit te leggen. ,,Dove kinderen missen daardoor de nuance. Ze missen alle terloopse informatie die horende kinderen wel krijgen. Ze leren niet wat mag en niet mag en ze lopen daardoor zelf meer risico dader of slachtoffer te worden.''

Nu hangen er op de Guyotschool posters aan de muren van kinderen die gebaren. Voel thuis in dovenwereld, staat eronder. Het is gebarentaal, ondersteund door Nederlands. Een knipoog naar het Nederlands ondersteund met gebaren, wat niet hetzelfde is als de Nederlandse Gebarentaal. Dat is een taal met een eigen zinsstructuur, woordenschat en grammatica. Een taal waarin alles uitgedrukt kan worden. Ook nuances, gevoelens, leugens en grapjes.

De kantine van de school zit vol pubers, maar het is doodstil. Tonie Alberto, administratief medewerker en conciërge Dirk Jan Reitsma surveilleren. Ze zijn ook doof, zij begrijpen wat de kinderen zeggen. Adjunctdirecteur Van Empel: ,,In het begin hadden ze daar moeite mee. Ze wilden geen spion zijn. Maar je hebt volwassenen nodig die ingrijpen als er iets gebeurt wat wij niet zien.''

Cenet (16) zit met vijf medeleerlingen in de klas bij Tieme Rodermond. Hij is een native signer. Hij is, zegt hij zelf een CODA. Dat is de afkorting voor een horend kind van dove ouders. Zijn vader zat als kind ook op de Guyotschool. ,,Hij moest regelmatig in het kolenhok, als hij weer eens gebaarde.'' Rodermond leerde de gebarentaal van zijn ouders, die dat onderling clandestien spraken. Want ook al was het verboden, rond de vijf grote dovenscholen ontstonden verschillende gebarentaaldialecten. Inmiddels zijn het er nog twee, de noordelijke en de westelijke variant.

De kinderen in Cenets klas stellen zich voor. Nadia houdt twee vingers in een driehoek om haar rechteroog. Dat is haar naamgebaar, het verwijst naar haar mooie ogen. Als Albert zich voorstelt, begint de klas heftig te gebaren: ,,Zo heet je niet.'' Ze halen hun wijsvinger langs hun voortanden. Zó heet Albert. De jongen met het spleetje tussen zijn tanden. Maar zo wil hij, nu hij zestien is, niet meer heten. Cenet maakt de letter C met haar hand bij haar hals. Lang haar.

Na schooltijd reist een aantal kinderen naar Groningen, waar het internaat is. Achttien huizen in een straat. De hormonenstraat, zegt Alie Slot, hoofd van het internaat. Vooral pubers kiezen ervoor om er te gaan wonen. ,,Ze zijn thuis toch vaak een beetje geïsoleerd en hebben, net als andere pubers, behoefte aan leeftijdgenoten.'' Freke Bonder: ,,Juist dove pubers zijn op elkaar aangewezen. Ze stappen niet makkelijk uit de groep en dat kan ongezonde machtsverhoudingen geven.'' Machtverhoudingen waarbinnen seksueel misbruik, zoals in Zoetermeer en St.Michielsgestel jarenlang kan doorgaan zonder dat iemand het meldt of merkt. Op het internaat werkt sinds kort een groot aantal dove begeleiders. En dat werkt, zegt Alie Slot. ,,We hebben weleens een video opgenomen van een horende leider die met zes pubers aan tafel zit. Hij gebaart met eentje. Maar wat de andere vijf doen, hoor je niet en zie je niet. En als je het al ziet, begrijp je het niet. Ook niet als de band twintig keer wordt teruggespoeld.''